Vuda Marina
Na weken van ankeren in verlaten baaien, van dobberen op het ritme van de oceaan, van wakker worden met niets dan ruisende golven en een eindeloze horizon, kozen we opnieuw het ruime sop. Maar dit keer was onze bestemming anders. Geen onbewoond eiland, geen verborgen rif of beschutte lagune. Nee, we zetten koers naar iets wat voor ons ongewoon is: een haven. Tien dagen Vuda Marina, tien dagen aan wal, tien dagen in een ritme dat niets met de zee te maken heeft en juist daarom zo bevreemdend voelt.













We zeilden samen met Ralph van Lille Venn, een mooie tocht met een stabiele oostelijke wind van 20 knopen. My Motugleed met gemak over het water, meer dan 7 knopen, de zeilen strak, het voordek nat. Voor de ingang van de haven riepen we de havenmeester op via de marifoon en kregen we toestemming om naar binnen te varen. Ik nam het roer en stuurde ons drijvende thuis de betonnen monding binnen. De hitte sloeg meteen over ons heen, er was geen briesje meer, alleen nog zon en beton. Gelukkig had ik twee jaar geleden muskietengaas gekocht voor alle luiken. Die investering bleek hier goud waard.










Een haven betekent comfort, maar ook compromissen. Natuurlijk zijn er warme douches, zonder dat je hoeft te rekenen of je watertank het nog aankan. Er zijn restaurantjes, een wasserette, zelfs een kleine bibliotheek waar we een flinke stapel boeken achterlieten. We huurden een auto voor acht dagen, waardoor we mobiel en flexibel waren. Even naar Nadi rijden voor boodschappen, de omgeving verkennen, of gewoon een ijsje halen in de stad.
Maar een haven betekent ook hitte, muggen, mieren, kakkerlakken en vliegen. We proberen ze allemaal buiten de boot te houden. De geur van smeerolie in plaats van zout vult de lucht. Je mist het directe contact met het water. Geen ochtendduik, geen vis onder de boot, geen snorkeltripje na het ontbijt. Je leeft ineens weer naast het water in plaats van erin, en het is opvallend hoe snel je dat mist.
Toch is een haven ook een ontmoetingsplek. De pontons vormen wandelpaden van verhalen. Je hoort klopgeluiden van hamers, het gesis van verfspuiten, het gezoem van schuurmachines. Ze zijn de hartslag van het marina-leven. Gereedschap wisselt sneller van eigenaar dan verhalen. Iedereen helpt elkaar. Iemand zoekt een gasveer, een ander een ratelset, en weer een ander heeft net verse bananen uit het binnenland. Je ruilt, je deelt, je lacht. De gesprekken zijn rijk, de vriendschappen ontstaan tussen het stof van de werkplaats en onder het afdak van de koffiehoek.
Op een van onze wandelingen over de steigers vallen ze ons op. Klein, onopvallend, bijna schattig. Boten die nauwelijks zes meter lang zijn, met een simpele houten romp en een duidelijk doel. Dit zijn geen toerschuitjes of weekendzeilers. Dit zijn de Globe 5.80’s, minihelden met een missie.







De Class Globe 5.80 werd ontworpen door de Poolse ontwerper Janusz Maderski en wereldwijd gepromoot door Don McIntyre, die je misschien kent als de man achter de Golden Globe Race. Hun gezamenlijke visie was simpel maar krachtig: maak oceaanzeilen bereikbaar voor iedereen. Geen miljoenenprojecten of fabrieksbouw, maar zelfbouwboten, betaalbaar, licht, sterk, en gemaakt voor solozeilers met een droom.
Ze liggen daar stil, maar ze zinderen van energie. Gebouwd plank voor plank, schroef voor schroef, door de zeilers zelf. Geen dure werf, geen designteam, alleen passie, zweet en doorzettingsvermogen. Ze maken deel uit van iets bijzonders: de Mini Globe Race, een solo wereldomzeiling in etappes, in zelfgebouwde boten van 5,80 meter lang. Geen overbodige luxe, geen koelkast, geen watermaker, wel Starlink en een autopiloot. Verder draait alles om jou, je boot en de oceaan.
Tussen de 5.80’s ligt Trekka, de allereerste boot ooit gebouwd in deze klasse. Aan boord: Ertan Beskardes, een zeiler met een verhaal dat blijft hangen. In 2018 en 2022 nam hij deel aan de Golden Globe Race, maar beide keren stapte hij uit. Niet vanwege materiaalpech of stormen, maar uit gemis. “Zonder contact met mijn familie verdwijnt de vreugde uit het zeilen,” vertelt hij openhartig.



In de Mini Globe Race ziet hij een nieuwe kans. Dankzij moderne technologie zoals Starlink kan hij nu dagelijks contact houden met zijn vrouw en kinderen. En dat maakt alles anders. De race voelt nu als een wereldreis, niet als een eenzame prestatie.
Zijn boot is klein, spartaans, maar robuust. Tijdens de Globe 5.80 Transat 2023 trotseerde hij een storm van twintig uur waarin de boot herhaaldelijk plat ging. Maar Trekka hield stand. “Ze voelt als een reddingsboot zodra je het luik sluit,” zegt Ertan. Hij spreekt met liefde over zijn boot, alsof het een levend wezen is. Slapen doet hij op het hoogste punt van de romp, koken gebeurt op een brandertje. Geen warm water, geen luxe, maar wel vrijheid en verbondenheid met de elementen.
Ertan kwam in 1979 naar het Verenigd Koninkrijk en werkte jarenlang in de militaire kleermakerij. In 1994 begon hij samen met zijn vrouw een eigen bedrijf. In de achtertuin bouwden ze hun eerste boot. Ze zeilen sinds 1998 samen, ieder jaar opnieuw. De Mini Globe Race is voor Ertan een nieuwe mijlpaal. “Derde keer, hopelijk scheepsrecht,” glimlacht hij.
Terwijl Ertan zich voorbereidt op zijn wereldreis, moesten wij ons bezighouden met een veel wereldser project: Lille Vennop de kant krijgen. Wat in theorie een eenvoudige klus zou moeten zijn, bleek in de praktijk een ware beproeving. De trailer was net iets te breed. Sommige mensen waren net iets te eigenwijs. Er werden pogingen gedaan, overleg gevoerd, gemopperd, gezweet.
Maar bij de derde poging, alle goede dingen in drieën, stond Lille Venn eindelijk veilig op de kant. Een zucht van verlichting ging door ons team.




Ralph, Jeroen en Rajesh staken de handen flink uit de mouwen. Er moest nog veel gebeuren voordat Ralph terug zou vliegen naar Zwitserland. Laatste klusjes, opruimen, onderdelen controleren, zeilen wegbrengen voor onderhoud, planningen maken. Tussen de gereedschapskisten, de stofwolken en de warme zon hing ook iets anders in de lucht: afscheid.
Het valt nooit mee, het moment dat iemand vertrekt. Je hebt samen gevaren, gedeeld, gebouwd, gelachen en heel veel brandi dog spelletjes gespeeld. Dan is er ineens een vlucht, een deadline. Het hoort erbij, bij dit nomadische bestaan. Alles beweegt, alles verandert.
Gelukkig is het geen vaarwel, maar een tot ziens. De plannen zijn al gesmeed: ergens in januari of februari zullen we elkaar weer treffen, maar dan in Nieuw-Zeeland.




En zo komen onze tien dagen in Vuda tot een eind. Tien dagen op vaste grond, met warme douches en het vechten tegen het ongedierte. Tien dagen van werken, ontmoeten, afscheid nemen. Tien dagen waarop we even geen zeilers waren, maar bewoners van een tijdelijke wereld, vol plannen, dromen en gereedschap.
Maar de zee roept weer. Het anker wacht. De horizon lonkt.
We hijsen opnieuw de zeilen. Want hoe fijn een haven ook kan zijn, ons hart ligt op het water.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…