
Fiji
Fiji. Alleen al de naam roept beelden op van turquoise wateren, wuivende palmen en een overvloed aan onderwaterleven. Onder zeilers klinkt het bijna als een belofte: “Het is nog mooier dan de Tuamotus,” fluisteren ze ons toe, met glinsterende ogen en een zweem van heimwee in hun stem. En dus, toen we de zeilen hesen voor de oversteek naar Fiji, waren onze verwachtingen hooggespannen. Na bijna een jaar in het betoverende Frans-Polynesië, kon dit paradijs dan echt nog overtroffen worden?
Maar de oceaan is een meester in het bijstellen van dromen. Onze eerste aanblik van Fiji was… bruin, groen en nog een ander soort groen. Van turquoise was geen sprake. Voor de kust van Nadi dreef ons anker in water dat meer deed denken aan een riviermonding dan aan een tropisch sprookje. Niet wat we ons hadden voorgesteld. Maar soms leidt de reis niet naar idyllische baaien, maar naar andere, minstens zo belangrijke ankerplaatsen in het leven.



We zijn naar Nadi gezeild omdat we afscheid moesten nemen van Barbara. Anderhalf jaar zeilden we zij aan zij met Lille Venn. Waar zij waren, waren wij. We ontmoetten Barbara en Ralph in Panama en sindsdien deelden we verhalen, avonturen, maaltijden, tranen en oneindig veel momenten van schoonheid en frustratie, van grootse oceaanpassages tot stille middagen voor anker.
In de wereld van zeezeilers is dat bijzonder. Hoe vaak vind je mensen die niet alleen je koers, maar ook je tempo, je dromen, je manier van kijken naar de wereld delen? Dat niet alleen, Barbara en ik delen zelfs dezelfde hobby: dotart. Terwijl zij deze kunstvorm maakt op stenen, doe ik dat op canvas. Juist dat maakt het extra bijzonder en leuk om te delen, tussen de golven, de gesprekken en het gewone leven aan boord.
En nu komt dat moment: afscheid nemen. Barbara stapt even van boord om weer het landleven te proeven. Familie, vrienden, theaters, musea, een supermarkt met alles wat je maar kunt wensen – stuk voor stuk heerlijkheden die wij op zee op een andere manier eigen hebben gemaakt. We gunnen het haar van harte, zelfs terwijl er een zacht schrijnend randje om dat afscheid hangt.
Want misschien is loslaten ook een vorm van liefhebben. Weten dat je iemands pad niet vast kunt houden, dat je alleen mee kunt varen tot aan het punt waar wegen zich scheiden. Dat je iemand ruimte geeft om te kiezen voor iets anders, wetend dat de band blijft bestaan, zelfs als de oceaan ertussen komt.
We gaan haar missen: haar lachen, haar tranen, haar stenen vol stippen, haar nieuwsgierigheid en haar kookkunsten. En Ralph… hem zwaaien we later uit. Maar nu eerst samen Fiji ontdekken, het leven vieren en het pad bewandelen dat we nog samen hebben.
Misschien is dat wel wat zeezeilen ons steeds opnieuw leert: loslaten is geen einde, maar een teken van vertrouwen. Vertrouwen dat de oceaan groot is, maar de band die je deelt sterker. Dat loslaten niet breekt, maar buigt, en dat het diepste bewijs van liefde soms zit in het kunnen zeggen: vaarwel, tot later.

Na het afscheid besluiten we gelijk wat praktische zaken te regelen. Rajesh moet zijn paspoort vernieuwen, en dat kan alleen in Suva. Dus huren we een auto en rijden vier uur dwars door het groene, bergachtige binnenland van Viti Levu. Bij de High Commission of India blijkt alles verrassend soepel te verlopen: binnen tien minuten staat Rajesh alweer buiten met het bewijs van aanvraag. Daarna struinen we door de stad op zoek naar onderdelen voor de boot, maar veel vinden we niet. Wel vinden we een Indiaas restaurant dat ons met kruidige geuren en volle borden troost biedt. Met gevulde buik en een tas met visspullen rijden we weer vier uur terug naar Nadi.
Nu alle praktische verplichtingen zijn afgevinkt, lonkt het turquoise blauw weer. Tijd om het Fiji uit de verhalen zelf te gaan zoeken. We hijsen de zeilen en zetten koers naar een klein eiland dat volgens de kaart alles heeft wat we zoeken. Alleen klopt het weerbericht niet. Het zou vandaag en morgen windstil zijn, maar het waait hard en dan kun je daar niet veilig blijven liggen. Dus plan B.
Musket Cove dan? We horen goede verhalen. Maar als we er arriveren, tellen we 48 boten op de ankerplek. Acht-en-veertig. Voor sommigen gezellig, voor ons: te veel. We houden van rust, van ruimte, van een baai waar de nacht donker en stil is. Dus zeilen we verder, naar een baai iets noordelijker. Ook Mamanuca-eiland biedt niet de tropische sfeer en kristalheldere wateren waar we op gehoopt hadden. Het koraal is grotendeels afgestorven en de zichtbaarheid onder water is slecht. Daarom trekken we verder naar het noorden, richting Navadra-eiland. Daar worden we verwelkomd door een groep zwartpuntrifhaaien die nieuwsgierig rond de boot cirkelen. Het water is diep en de oceaandeining maakt de baai onrustig, maar de aanwezigheid van de haaien maakt veel goed. Vaak is het een teken van gezond koraal.

We blijven een paar dagen en snorkelen bij het strand, waar het ondieper is en het turquoise water eindelijk tevoorschijn komt. Hier vinden we levendig koraal en redelijk grote scholen vissen. De haaien blijven in het diepere water rondzwemmen, duidelijk gewend aan toeristenboten die hen voeren – iets waar we gemengde gevoelens bij hebben.
Na drie dagen van constant heen en weer slingeren hebben we er genoeg van en besluiten we verder te zeilen naar Drawaqa Island, beroemd om Manta Alley. Tussen mei en oktober zwemmen hier manta’s en dat willen we niet missen. Elke dag gaan we op zoek naar deze fantastische rays. De eerste dagen is het water nog wat troebel, maar dan verandert de stroming en wordt de zichtbaarheid beter. En dan zien we ze. Niet één, niet twee, maar drie manta’s. Voor het eerst voelt Fiji ook magischer: de kleine eilanden om ons heen, wandelmogelijkheden, en twee resorts waar cruisers welkom zijn. Aan de koraalkant is het water kraakhelder en we zien opnieuw kleurrijke tropische vissen en zelfs clownvisjes!





We blijken precies op tijd te zijn aangekomen, want nog geen dag later trekt een tropische storm over grote delen van Fiji, met windsnelheden tot 62 knopen. Op de eilanden net ten noorden en zuiden van ons is het weer onstuimig, maar wij liggen hier in de luwte met zonneschijn en windstilte. Het voelt bizar, maar we zijn vooral heel blij dat we de storm zijn ontsprongen.
Bij Barefoot Resort wordt elke middag volleybal gespeeld en Rajesh, Ralph en Jeroen zijn daar vaak te vinden. Rajesh geniet zichtbaar van het contact met andere jongeren en backpackers.
En er is nog een reden voor een feestje: Jeroen en ik zijn 30 jaar getrouwd! Dertig jaar. Soms klinkt het als een getal, een statistiek, een rij jaarkalenders op een plank. Maar wie echt dertig jaar samenleeft, weet dat achter elk jaar een verhaal schuilgaat. Een hoofdstuk vol beslissingen, dromen, ruzies, overwinningen, teleurstellingen, en momenten waarop je elkaar vasthoudt omdat de wereld even uit elkaar lijkt te vallen.

Dertig jaar getrouwd zijn, is geen aaneenschakeling van rozengeur en maneschijn. Het is ook ploeteren, je weg vinden in diepe dalen, erkennen dat het gras soms groener lijkt bij de buren, en toch elke keer weer kiezen voor elkaar. Het is blijven praten, ook als zwijgen makkelijker lijkt. Het is samen lachen om de chaos, en tranen delen om de dingen die je niet kon voorzien.
Dit jaar besloten we het echt met z’n tweeën te vieren. Jeroen verraste me met een overnachting in Paradise Cove Resort. Een paradijselijk plekje, waar we samen herinneringen ophaalden aan de avonturen die we beleefden, waar we de moeilijke momenten niet uit de weg gingen, en waar we, tussen champagne, een prachtig versierde kamer en alle rust, genoten. Even alleen wij twee.






Dertig jaar samen, en als we de foto’s bekijken van al die jaren, kunnen we alleen maar glimlachen. “Hebben we dat echt allemaal gedaan?”, zeg ik. “Ja, dat hebben we zeker”, zegt Jeroen. En ja, dat willen we blijven doen. Nog dertig jaar, en misschien nog meer.




















We besluiten hier nog een paar dagen te blijven voordat we langzaam onze tocht naar het zuiden hervatten. Het is bijna tijd om de haven van Vuda Marina binnen te varen, Ralph te helpen met de laatste klussen voordat hij Lille Venn voor zes maanden de kant op zet en naar Zwitserland vliegt, en wij bezoek krijgen van Albert. We kijken ernaar uit om hem de mooie plekjes van Fiji te laten zien, niet alleen de baaien en de eilanden, maar vooral ook de mensen hier. Want als iets ons tot nu toe is opgevallen, dan is het wel de warmte, de oprechte vriendelijkheid en het open hart van de Fijianen. In Frans-Polynesië werden we betoverd door de natuur en de cultuur, maar hier ligt de magie misschien wel in de lach van de mensen, de groet van voorbijgangers, de bereidheid om te helpen en het gevoel dat je welkom bent, altijd en overal. Dat is misschien wel de grootste kracht van Fiji.



REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…