Na onze tijd op Vanua Balavu was het weer tijd om verder te trekken. Vanuit Mbavatu Harbour wilden we via de noordwestelijke pas het rif verlaten en koers zetten richting Qamea Island, met Namata Bay als bestemming. Een tocht van ongeveer zestig zeemijl waarvoor de weersvoorspelling er eigenlijk prima uitzag: zo'n vijftien knopen wind, niet spectaculair, maar meer dan genoeg om er een heerlijke zeildag van te maken.
Tenminste, dat was het idee.
Eenmaal buiten bleek er van die voorspelde vijftien knopen weinig over. Zes knopen was ongeveer het maximale dat we te zien kregen en hoewel we natuurlijk nog hoopvol probeerden te zien of er iets mee te zeilen viel, was het voor My Motu simpelweg te weinig om een beetje fatsoenlijk vooruit te komen. Dus ging de motor aan en die bleef uiteindelijk bijna de volledige zestig zeemijl draaien.
Niet bepaald een overtocht waarover je normaal gesproken spannende verhalen schrijft. Geen hoge golven, geen reven en geen onverwachte manoeuvres, maar het regelmatige gebrom van de motor, een rustige zee en vooral heel veel uren voor ons.
En juist daarin zat onverwacht iets waardevols: tijd.
Als er ineens tijd over is
Er zijn altijd projecten die ergens op je blijven wachten. Dingen waar je ooit vol enthousiasme aan bent begonnen en die vervolgens worden ingehaald door het dagelijks leven. En het dagelijks leven op een zeilboot blijkt daar verrassend goed in te zijn, want ook al lijkt het vanaf de buitenkant soms alsof we vooral van de ene tropische baai naar de volgende varen, de dagen vullen zich bijna vanzelf.
Er is altijd wel iets te repareren, een nieuwe plek te ontdekken, boodschappen te doen, een weersverwachting te bekijken of een volgende route uit te zoeken. Ik schrijf onze blogs, bak brood, kook en probeer daarbij ook nog een beetje vooruit te plannen, want verse ingrediënten zijn niet overal verkrijgbaar. Yoghurt maken hoort inmiddels ook bij het leven aan boord, al heb ik ondertussen ontdekt dat je daar op een bewegende boot beter niet aan kunt beginnen. Sommige dingen hebben blijkbaar zelfs op zee behoefte aan een beetje rust.
Zo vliegen de dagen voorbij en blijven grotere projecten soms veel langer liggen dan je van plan was.
Maar zestig zeemijl op de motor geeft je ineens uren cadeau. Natuurlijk zit ik tijdens zo'n overtocht niet alleen maar achter mijn computer. Ook als de zee rustig is, blijft mijn blik voortdurend naar buiten getrokken worden. Mijn ogen zoeken automatisch de horizon af naar grote groepen vogels, want waar veel vogels boven het water duiken, gebeurt daaronder meestal ook iets interessants. Na alle bijzondere ontmoetingen die we inmiddels in de Pacific hebben gehad, blijf ik bovendien hopen op die ene ademstoot aan de horizon die verraadt dat er ergens een walvis zwemt.
En natuurlijk gingen ook de hengels weer uit. Je weet tenslotte maar nooit wat er onderweg besluit in ons kunstaas te bijten.
Tussen het kijken naar de horizon, controleren van de koers en het gewone leven aan boord door, pakte ik een oud project weer op: mijn boek Wild Side – Wat de zee verbergt.
Het manuscript lag er al ruim een jaar, maar zoals dat met schrijven gaat, betekent dat nog lang niet dat een boek klaar is. Ik begon opnieuw te lezen, te veranderen en te schaven en langzaam verdween ik weer in de wereld van Saar en Pim.
Wild Side – Wat de zee verbergt is een fictief verhaal over Saar en Pim, die hun vertrouwde leven achterlaten om met hun zeilboot de wereld rond te varen. Ze zoeken vrijheid, avontuur en een leven buiten de gebaande paden, maar ontdekken gaandeweg dat je op zee niet alleen nieuwe eilanden, tropische baaien en onbekende kusten tegenkomt. Sommige ontmoetingen laten sporen na en sommige geheimen reizen ongemerkt met je mee.
Wanneer Saar en Pim Floor en Michiel ontmoeten, lijkt hun leven aan boord van de luxueuze Blue Horizon bijna perfect. Floor is charmant, zelfverzekerd en moeilijk te doorgronden, maar vanaf hun eerste ontmoeting blijft er iets aan haar glimlach haken in Saars gedachten. Het verhaal begint zelfs met die glimlach: ‘De glimlach kwam eerst.’ Hoewel er die eerste avond ogenschijnlijk niets bijzonders gebeurt, zal Saar zich veel later misschien niet eens meer herinneren welke wijn Floor schonk of waarover ze samen hebben gelachen. Die glimlach daarentegen zal ze nog precies voor zich kunnen halen.
En zo zat ik midden op de Pacific, terwijl My Motu rustig richting Qamea motorde, opnieuw helemaal in een fictieve zeilwereld. Af en toe keek ik op van mijn scherm om de horizon af te zoeken, controleerde ik de hengels en keek ik of er ergens boven het water een groep vogels verscheen.
Het echte zeilersleven en het leven van Saar en Pim liepen die dag een beetje door elkaar.
Toch nog actie op de laatste mijlen
Met Qamea Island inmiddels steeds duidelijker voor ons en nog ongeveer vijf zeemijl te gaan tot de pas, veranderde onze tot dan toe rustige overtocht ineens compleet. Voor ons zagen we enorme groepen vogels boven het water en overal sprongen vissen uit zee.
Dat is zo'n beeld waarbij bij ons onmiddellijk alle aandacht naar buiten gaat. Zoveel activiteit boven water betekent meestal dat er onder het oppervlak minstens zoveel gebeurt.
We veranderden van koers en stuurden er recht op af. Jeroen zat ondertussen al klaar bij de hengel en niet veel later was het raak. De lijn schoot van de reel en meteen was duidelijk dat we iets behoorlijks aan de haak hadden.
‘Het zijn yellowfin tuna's!’ riep Jeroen enthousiast.
‘Ooo heerlijk, dat wordt sushi vanavond!’ riep ik terug.
Dat bleek iets te vroeg gejuicht.
De tonijn dacht duidelijk anders over onze plannen voor het avondeten en na ruim twintig minuten vechten lukte het hem uiteindelijk om los te breken. De lijn werd slap en teleurgesteld keken we elkaar aan. Geen yellowfin en dus ook geen verse sushi die avond.
Je kunt niet alles hebben.
We zetten weer koers richting de pas, maar inmiddels was er nog meer te zien. In de verte zag ik walvissen en ook de grote groepen vogels die we eerder hadden gevolgd, leken zich nu in die richting te verplaatsen. De verleiding was natuurlijk groot om opnieuw van koers te veranderen en ernaartoe te varen, maar inmiddels begon de dag aardig op te schieten. Bovendien weet je nooit hoelang zo'n groep op dezelfde plek blijft wanneer er gejaagd wordt. Tegen de tijd dat wij er zouden zijn, konden de walvissen, vissen en vogels alweer een heel stuk verderop zitten.
We besloten daarom koers te houden en gewoon vanaf een afstand van het schouwspel te genieten.
Eenmaal veilig door de pas veranderde het weer plotseling. De lucht trok dicht en het begon hard te regenen, maar juist die regen zorgde voor een van die cadeautjes die je nooit kunt plannen. Direct naast My Motu verscheen een volledige dubbele regenboog, ongelooflijk fel en zó dichtbij dat het bijna leek alsof we er zo onderdoor konden varen.
We hebben inmiddels heel wat regenbogen gezien, maar zo compleet, zo fel en zo dicht bij de boot zie je ze echt niet vaak.
Met nog ongeveer drie zeemijl te gaan voeren we verder Namata Bay in. Het begon al donker te worden toen we uiteindelijk onze ankerplek vonden. Er lagen vier andere boten in de baai en om ons heen zagen we genoeg rif en helder water om te vermoeden dat dit opnieuw zo'n plek zou worden waar de snorkelspullen regelmatig tevoorschijn zouden komen.
We lagen nog maar net goed en wel toen we een bericht kregen van Gunnar en Rosa van Ruawaka. Zij waren ook onderweg, maar het weer was inmiddels helemaal omgeslagen en ze wilden ondanks het donker toch graag Namata Bay binnenvaren.
Een pas door een rif varen is overdag al iets waarbij je goed moet opletten; in het donker wil je dat liever helemaal niet doen. Omdat wij er diezelfde middag veilig doorheen waren gevaren, stuurden we hun onze track. Zo konden zij precies zien welke route My Motu door de pas en vervolgens richting de ankerplek had gevolgd.
Daarna konden wij weinig anders doen dan afwachten.
Rond twee uur 's nachts bleken ze gelukkig veilig binnen te zijn gekomen.
De volgende ochtend konden we pas echt zien wie onze buren in de baai waren. Daar ontmoetten we Helwi en Akky van Passport II, Nederlanders die al ruim dertig jaar in Nieuw-Zeeland wonen en het ontzettend leuk vonden om weer eens gewoon Nederlands te kunnen praten. Dat gevoel was natuurlijk wederzijds en voor we het wisten waren we gezellig aan het kletsen.
En natuurlijk zagen we Gunnar en Rosa van Ruawaka weer, die na hun nachtelijke avontuur nu veilig bij ons in de baai lagen.
Namata Bay voelde daardoor eigenlijk meteen gezellig: nieuwe mensen, bekende gezichten, helder water om ons heen en genoeg rif om de komende dagen te ontdekken.
Gunnar en Rosa vertelden ons dat er op Qamea een gezin woonde dat op verzoek diners verzorgde en vroegen of wij het leuk vonden om mee te gaan. Daar hoefden we natuurlijk niet lang over na te denken en zo kwamen we uiteindelijk met een groep van tien mensen bij Siah en Kai terecht.
Zoals zo vaak in Fiji begon de avond niet meteen aan tafel. Eerst werden we welkom geheten, gingen we gezellig bij elkaar zitten en kregen we kava aangeboden. Er werd gepraat, kennisgemaakt en gelachen en pas daarna kwam het eten op tafel.
Siah had werkelijk uitgepakt en een heerlijk diner voor ons gemaakt. We hebben echt zitten smullen en ondertussen dacht ik weer hoe bijzonder dit soort avonden eigenlijk zijn. Het zijn niet noodzakelijk de plekken die in een reisgids staan of de dingen die je vooraf in een route plant die het reizen zo speciaal maken. Vaak zijn het juist de onverwachte ontmoetingen die uiteindelijk blijven hangen.
Een paar uur eerder weet je nog niet eens dat Siah en Kai bestaan en diezelfde avond zit je bij hen thuis, drink je samen kava en geniet je met tien mensen rond de tafel van een maaltijd die met ontzettend veel zorg is klaargemaakt.
Onze voorraad verse groente en fruit begon ondertussen behoorlijk leeg te raken. Blikjes, pasta, rijst en andere houdbare producten hebben we meestal voldoende aan boord, maar na een tijdje ga je toch ontzettend verlangen naar iets simpels als een verse tomaat, paprika of stuk fruit.
We vroegen Siah waar we het beste verse producten konden kopen en zij vertelde dat Kai iedere dag met zijn longboat naar Taveuni voer. Daar was een groente- en fruitwinkeltje en ook een supermarkt en voor 50 FJD per persoon konden we met hem mee.
Dat aanbod namen we natuurlijk graag aan.
De volgende ochtend stapten Barbara en ik bij Kai in de longboat en voeren we naar Taveuni. Na langere tijd tussen de kleinere eilanden voelt een winkel met verse producten ineens bijna als een schatkamer. We konden weer heerlijk inslaan en kwamen later met tassen vol verse ingrediënten terug.
Het blijft grappig hoe reizen je idee van luxe verandert. Soms is luxe geen mooi hotel, een duur restaurant of iets nieuws om te kopen, maar gewoon een tas vol verse groenten en fruit en het vooruitzicht dat je de komende dagen weer heerlijk kunt koken.
De volgende dag gingen we nog een keer naar Siah en Kai om afscheid te nemen. Hun gastvrijheid, het heerlijke diner en de mogelijkheid om met Kai naar Taveuni te varen hadden onze tijd in Namata Bay extra bijzonder gemaakt en daarom wilde ik graag iets persoonlijks voor hen achterlaten. Een van mijn schilderijen.
Helwi en Akky gingen nog even met ons mee en daarna zijn we samen gaan snorkelen. Het was weer prachtig. Het heldere water, de kleuren van het koraal en al het leven dat overal om je heen beweegt blijven bijzonder, hoe vaak we inmiddels ook onder water hebben gekeken.
Op dat moment wist ik dat dit voorlopig mijn laatste snorkeltocht zou worden, want de volgende dag zouden we Namata Bay verlaten en zou ik beginnen met een behandeling die mijn leven aan boord voor een tijdje behoorlijk zou veranderen.
Ik had op verschillende plekken in mijn gezicht huidkanker ontdekt. Gelukkig waren de plekjes nog oppervlakkig en kon ik ze behandelen met een speciale crème. De behandeling betekende wel dat ik 30 dagen lang iedere dag moest smeren en minimaal 44 dagen volledig uit de zon moest blijven.
Dat klinkt misschien eenvoudig: gewoon een maandje uit de zon blijven. Alleen krijgt die opdracht een iets andere betekenis wanneer je op een zeilboot in Fiji woont.
Ons leven speelt zich voor een groot deel buiten af. We zitten in de kuip, varen met de dinghy naar de kant, snorkelen, wandelen, zwemmen en stappen regelmatig zomaar even het water in. Ineens kon een groot deel daarvan niet meer en zou ik de komende maand voornamelijk binnen in My Motu doorbrengen.
Het was natuurlijk niet hoe ik deze periode in Fiji voor me had gezien, maar het gaf me tegelijkertijd iets waar ik normaal gesproken altijd te weinig van heb: heel veel ononderbroken tijd.
Onze volgende bestemming was Viani Bay, vlak bij het beroemde Rainbow Reef, waar we ook SV Flora weer zouden ontmoeten. We hadden ons erop verheugd om daar samen een aantal duiken te maken, maar door mijn behandeling waren die voor mij inmiddels sowieso van de baan.
De zeiltocht naar Viani Bay was gelukkig prachtig en ditmaal konden we de motor grotendeels laten voor wat hij was. Bij aankomst veranderde ons enthousiasme alleen vrij snel. Het bleek behoorlijk druk in de baai en ook de ankergrond beviel ons niet. We probeerden een aantal keren een goede plek te vinden, maar iedere keer waren we niet echt tevreden en uiteindelijk gaf Jeroen aan dat hij het niet zag zitten om hier te blijven liggen.
We lieten Flora en Lille Venn weten dat we besloten hadden om ongeveer acht zeemijl terug naar het noorden te varen en in Naqaiqai Bay een rustiger ankerplekje te zoeken. Natuurlijk vonden we het allemaal jammer dat we niet samen zouden blijven. Jeroen wilde niet gaan duiken als ik niet mee kon en voor Lille Venn en Flora was Rainbow Reef juist de belangrijkste reden om in Viani Bay te zijn. Zij bleven dus voor de duiken, terwijl wij het anker weer ophaalden en op zoek gingen naar een plek die op dat moment beter bij ons paste.
Na acht zeemijl terug naar het noorden kwamen we aan in Naqaiqai Bay, waar we een veel rustiger plekje vonden. Ook hier wilden we natuurlijk sevusevu doen. Inmiddels zijn we eraan gewend dat we daarvoor kava meenemen, maar Eddy, die alleen in de baai woonde, had een heel ander verzoek. Hij hoefde geen kava en vertelde dat we hem veel blijer zouden maken met vers brood en wat groenten in blik.
Dat was voor ons natuurlijk geen enkel probleem. Ik had brood gebakken en dus gingen we aan wal met een nog warm brood, pasta, pastasaus en verschillende blikken groente.
Eddy was zichtbaar verrast en ontzettend blij met alles wat we hadden meegenomen, maar vooral het warme brood viel in de smaak. Hij vertelde enthousiast dat hij daar extra van zou gaan smullen en juist daardoor werd het zo'n leuk bezoek.
Ik vond het eigenlijk ook een mooie vorm van sevusevu. Niet automatisch iets meenemen omdat dat is wat je normaal gesproken geeft, maar luisteren naar degene bij wie je te gast bent en iets meenemen waar hij werkelijk blij van wordt.
Jeroen onder water, ik tussen de woorden
De dagen daarna werd Naqaiqai Bay voor ons een heerlijk rustige plek. Jeroen ging een aantal keren zelf snorkelen terwijl ik aan boord bleef. Natuurlijk was dat soms jammer. Buiten lag prachtig helder water en ik wist precies wat ik miste, maar er was weinig aan te veranderen. De behandeling moest nu eenmaal zijn werk doen en dus richtte ik mijn aandacht op iets anders.
Ik ging verder met Wild Side.
Wat tijdens de motorovertocht naar Qamea opnieuw was begonnen, groeide in die dagen uit tot lange uren schrijven, lezen en herschrijven, om vervolgens toch nog één keer terug te gaan naar dat hoofdstuk waarvan ik echt dacht dat het nu eindelijk klaar was. Wie ooit een boek heeft geschreven, weet waarschijnlijk dat ‘bijna af’ een bijzonder rekbaar begrip is.
Maar uiteindelijk kwam er een moment waarop ik niet meer dacht: ik ben bezig met mijn boek.
Het boek was af.
Na al die tijd was Wild Side – Wat de zee verbergt niet langer een project dat ergens op mij lag te wachten, maar een echt boek. Een vreemd maar ontzettend leuk gevoel, zeker omdat juist deze onverwacht rustige periode mij de tijd had gegeven om het laatste werk eraan te doen.
En daarmee ontstond er in mijn hoofd ineens ruimte voor iets totaal anders. Geen geheimen, geen Saar en Pim en geen Blue Horizon, maar een klein visje met drie kleurrijke stippen.
De reis van Dot – De stemmen van de oceaan kon bijna niet verder verwijderd zijn van de mysterieuze wereld van Wild Side. Dot is een klein, nieuwsgierig rifvisje dat op een dag een diepe, onbekende roep door het water voelt trillen en besluit uit te zoeken waar die vandaan komt.
Ze zwemt verder van haar vertrouwde rif dan ze ooit heeft gedaan en ontmoet onderweg bijzondere bewoners van de oceaan. Ze ontdekt hoe walvissen communiceren, hoe dieren samenwerken, enorme afstanden afleggen en hun weg vinden door een wereld die voor ons grotendeels verborgen blijft. Maar terwijl Dot naar al die verschillende stemmen luistert, groeit er langzaam een veel persoonlijkere vraag: wat is eigenlijk mijn eigen stem?
Voor dit boek wilde ik niet alleen het verhaal verder uitwerken, maar ook de illustraties bedenken. Dat bleek een compleet andere manier van verhalen vertellen. Hoe klein moet Dot zijn naast een enorme walvis om werkelijk te voelen hoe nietig ze is? Hoe laat je in een illustratie zien dat geluid zich onder water over enorme afstanden kan verplaatsen? En hoe geef je een klein visje nieuwsgierigheid, verbazing, onzekerheid en moed?
Urenlang kon ik daarmee bezig zijn en ineens bleek het bijna een voordeel dat ik niet steeds naar buiten kon. Terwijl Jeroen ging snorkelen, zwom ik in mijn hoofd samen met Dot door de oceaan en ontstonden er langzaam steeds meer beelden bij haar verhaal. Kan een klein visje haar eigen stem vinden tussen de reuzen van de oceaan?
Dot verlaat haar vertrouwde rif en volgt een onbekende stem door de oceaan. Onderweg ontdekt ze hoe bijzonder de bewoners van de oceaan communiceren, samenwerken en hun weg vinden, maar uiteindelijk ontdekt ze misschien wel iets veel belangrijkers over zichzelf.
Zowel Wild Side – Wat de zee verbergt als De reis van Dot – De stemmen van de oceaan zullen in het Nederlands én Engels verkrijgbaar zijn.
Na een paar dagen kregen we in Naqaiqai Bay opnieuw gezelschap. Gunnar en Rosa van Ruawaka besloten Rainbow Reef achter zich te laten en kwamen ook een aantal dagen bij ons in de baai liggen. Voor ons was dat natuurlijk ontzettend gezellig, want hoewel ik mij overdag voornamelijk binnen in My Motu schuilhield voor de zon, veranderde dat zodra de zon onderging. Dan mocht ik eindelijk weer uit mijn schuilplaats tevoorschijn komen en konden we 's avonds gewoon bij elkaar zitten, eten en bijkletsen.
Rosa had ondertussen via Jeroen en Barbara gehoord dat ik aan dot art doe en hoe toevallig kan het zijn: haar zoon David blijkt óók dot artist te zijn. Dat leverde natuurlijk meteen genoeg gesprekstof op. We praatten over verschillende manieren van werken, patronen, materialen en technieken en Rosa werd zelf steeds nieuwsgieriger. Uiteindelijk wilde ze het ook wel eens proberen en daarvoor had ze al een wel heel bijzondere ondergrond gevonden: een schelp van een giant clam.
Dat hoef je mij natuurlijk maar één keer te vragen.
Zo brachten we samen een heerlijke dag door met verf en dotting tools. Stip voor stip begon de schelp te veranderen. In het begin nog voorzichtig, zoals bijna iedereen begint wanneer je voor het eerst een dotting tool in de verf doopt, maar al snel kreeg Rosa er steeds meer gevoel voor en begon er langzaam een patroon te ontstaan.
Ik vond het ontzettend leuk om weer eens samen met iemand creatief bezig te zijn. Normaal gesproken kan ik uren alleen aan een schilderij werken, maar nu zaten we samen in een rustige baai in Fiji met een giant-clam-schelp tussen ons in, terwijl buiten een van de mooiste duikgebieden van Fiji lag. Ik kon daar voorlopig niet naartoe, maar op deze manier kwam een klein stukje van die onderwaterwereld gewoon naar mij toe.
Toen de zon uiteindelijk onderging, mocht ik officieel weer uit mijn schuilplaats komen en verhuisden we naar Ruawaka, waar Gunnar en Rosa voor een heerlijke maaltijd hadden gezorgd. Na een dag vol verf en stippen werd er gegeten, gepraat en gelachen en op zulke momenten voelde die verplichte tijd uit de zon ineens een stuk minder beperkend.
Het was eigenlijk een grappige samenloop van omstandigheden. Terwijl ik overdag bezig was met de illustraties van Dot, een klein visje dat haar eigen weg door de oceaan probeert te vinden, zat ik samen met Rosa patronen te maken op een schelp die uit diezelfde onderwaterwereld kwam. Een maand waarin ik dacht vooral veel te moeten missen, bleek daardoor onverwacht ook ruimte te maken voor nieuwe verhalen, creativiteit en bijzondere ontmoetingen.
Zo had ik mij onze tijd bij Rainbow Reef absoluut niet voorgesteld, maar misschien werd hij juist daardoor zo bijzonder.

REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…