MY MOTU SAILING LOG
WILD SIDE · PROLOOG
De glimlach die bleef hangen
Of: hoe sommige ontmoetingen geen begin en geen einde lijken te hebben
Aagje van den HeuvelDe glimlach kwam eerst.
Pas daarna zag Saar de vrouw erachter: op het achterdek van een spierwitte catamaran, blote voeten op het smetteloze dek, een glas nonchalant in haar hand. De zon zakte weg in een lucht van koper en rozenhout. Haar witte blouse bewoog mee met de bries, alsof zelfs de wind wist hoe hij haar het beste kon laten uitkomen.
Achter haar glansden brede ramen waarin de ankerbaai werd weerspiegeld. Alles aan de catamaran leek moeiteloos: de opgerolde lijnen, de dikke kussens, het ijs dat zacht tegen het glas tikte. Verderop lag Wild Side, kleiner en donkerder, met een roestspoor onder een scepterpot en een handdoek die Saar voor hun vertrek nog over de reling had gehangen.
Ze kreeg plotseling de neiging die weg te halen.
De vrouw stak haar hand uit.
‘Floor.’
Haar vingers waren koel en bijna droog. Saar voelde de ruwe plek aan de zijkant van haar eigen duim, ontstaan toen een schroevendraaier tijdens een reparatie was uitgeschoten. Ze trok haar hand iets sneller terug dan nodig was.
‘En dit is Michiel,’ zei Floor.
Naast haar stond een man met een sporthorloge om zijn pols en een glimlach die gemakkelijk kwam. Zijn ene hand rustte losjes op de reling. Terwijl hij Pim begroette, gleed zijn blik kort naar Floor, alsof hij wilde controleren of zij zich vermaakte. Of misschien verbeeldde Saar zich dat alleen maar.
Het gesprek ging over boten, ankerplekken en recepten zonder oven. Over watermakers die altijd stukgingen wanneer je ze het hardst nodig had en over de eeuwige zoektocht naar verse groenten. Gewone gesprekken tussen mensen die elkaar nog maar net kenden en alvast deden alsof zij oude bekenden konden worden.
Floor stelde vragen met een aandacht waardoor Saar zich eerst gezien voelde.
‘Heb jij je haar zelf geknipt?’ vroeg ze.
Saar streek automatisch langs haar nek. ‘Met hulp van Pim. Nou ja, hulp… Hij hield vooral de spiegel vast.’
Floor lachte. Warm en helder, als zonlicht dat over het water gleed.
‘Wat knap. Dat zou ik nooit durven.’
Het kon bewondering zijn. Waarschijnlijk was het dat ook. Toch hoorde Saar zichzelf iets te opgewekt antwoorden.
Even later keek Floor in de richting van Wild Side. ‘En jullie hebben echt geen wasmachine aan boord?’
‘Nee. Een emmer telt zeker niet?’
‘Voor mij wel.’ Floor nam een slok van haar wijn. ‘Oef, ik zou er gek van worden. Ongelooflijk dat jij dat volhoudt.’
Haar glimlach bleef staan terwijl haar blik al naar Pim en Michiel verschoof, die gebogen over een scherm een technisch probleem bespraken. Niet langer dan een ademhaling. Toch bleef Saar naar haar kijken.
Ze trok haar jurk glad over haar bovenbenen en dwong zichzelf haar hand stil te houden. Floor had niets verkeerds gezegd. Integendeel. Ze was gastvrij, geïnteresseerd en grappig. Misschien lag het aan de boot, aan de blinkende keuken achter de glazen schuifdeur, aan de schaal met hapjes die eruitzag alsof iemand ieder blaadje basilicum afzonderlijk had neergelegd. Misschien voelde Saar zich naast haar simpelweg grover dan anders: te lange benen, door de zon gebleekt haar, schrammen op haar armen en nagels waar zelfs met een borsteltje niet alle resten motorvet onder vandaan verdwenen.
Floor ving haar blik op en glimlachte opnieuw.
Ditmaal glimlachte Saar terug.
Later die avond zat ze in de kuip van Wild Side. Pim las naast haar, zijn voeten nonchalant op de bank. Boven de ankerbaai was de laatste kleur uit de hemel verdwenen. Alleen op Blue Horizon brandde nog licht, warm en goudkleurig achter de brede ramen.
In de verte tikte een losse val met trage regelmaat tegen een mast.
Saar trok haar knieën op en dacht terug aan Floors vragen. Aan haar koele vingers. Aan het korte moment waarop haar glimlach was blijven staan terwijl haar aandacht al ergens anders lag.
‘Was gezellig,’ zei Pim zonder van zijn boek op te kijken.
‘Ja,’ antwoordde Saar.
En dat was het ook geweest.
Toch bleef ze nog een tijd naar de witte catamaran kijken. Ze vroeg zich af waarom juist die glimlach zich in haar gedachten had vastgezet, terwijl er die avond zoveel andere dingen waren gezegd.
Veel later, op een plek waar de zee zwart was als olie en ieder geluid door de duisternis werd opgeslokt, zou ze zich niet meer herinneren welke wijn Floor had geschonken of waarover ze die eerste avond hadden gelachen.
Maar die glimlach zou ze nog precies voor zich zien.