Schuilen voor de storm in Aitutaki
Soms hoef je nergens meer over na te denken. Je hele lijf weet het al voordat je hoofd het beseft: dit was de juiste keuze. De enige keuze, op het enige juiste moment. Schuilen. Wachten. Niet stoer doen of heldhaftig willen zijn, maar buigen voor de rauwe, onvoorspelbare kracht van de natuur.
De storm waarvoor we aanvankelijk naar Aitutaki uitweken, was voor ons in de haven nog mild. De omliggende heuvels, met hun dichte begroeiing en wuivende bomen, temperden de kracht van de wind en gaven ons een gevoel van bescherming. Maar al snel werd duidelijk dat het daar niet bij zou blijven. Op de weerkaarten zagen we een onheilspellende dans van cirkelende systemen: meerdere cyclonen razen over de Pacific. Eén daarvan leek recht op Aitutaki af te stevenen, een zorgwekkend vooruitzicht dat in ons achterhoofd begon te knagen. Spoedoverleg met Lille Venn, gaan we naar het noorden zeilen of blijven we hier?
Gelukkig, keerde het tij. Waardoor we weten dat we blijven. Anderhalve dag geleden veranderde de koers van de cycloon en draaide hij zuidelijk weg, net onder langs Aitutaki. Geen directe klap, maar de staart, die ook harde windstoten met zich meebrengt. De komende twee dagen kunnen we windstoten van ruim 40 knopen verwachten, precies uit het noordwesten, de richting waaruit het eiland ons geen enkele bescherming meer biedt.
Gisteren kwamen we met alle boten in de haven bijeen voor een overleg. Want zelfs hier, in wat op het eerste gezicht een veilige haven lijkt, zijn we niet onkwetsbaar. De wind krijgt vrij spel over het water en rukt onverbiddelijk aan masten, touwen en onze gemoedsrust. In goed overleg besloten we alle lijnen aan wal gezamenlijk vier meter naar stuurboord te verplaatsen, zodat we nu als een strak georganiseerde vloot achter onze ankers liggen, elk schip op exact dezelfde manier gericht, zodat we samen de kracht van de wind kunnen opvangen. Een kleine gemeenschap op het water, verbonden door touwen, vertrouwen en wederzijds respect.


Het is diep in de nacht als we wakker schrikken van de geluiden die alleen stormachtige wind kan voortbrengen, loeiend, sissend, bulderend door de lijnen en masten, én stemmen aan boord van Lille Venn. Onrustige stemmen. Ik vraag Ralph of alles in orde is, maar zijn antwoord laat weinig ruimte voor geruststelling.
De lijn van de catamaran naast hen is geknapt. De volle kracht van die enorme boot rust nu op zijn enige verdedigingslijn: de snubber van Lille Venn. Als die het begeeft, worden niet alleen zij, maar waarschijnlijk wij allemaal richting de wal gedrukt, machteloos tegen de brute kracht van water en wind. Jeroen gaat direct naar Ralph toe en ik maak ook Rajesh wakker zodat hij kan helpen. Geen tijd voor vragen, geen ruimte voor twijfel. In de gierende wind, met rukwinden tot 42 knopen, beginnen ze samen aan het weer veilig maken van de boten in de haven.
Het herstellen van een gebroken lijn lijkt simpel, totdat je alles moet doen in deze storm. De natuur liegt niet. De krachten waarvan je denkt dat je ze aankunt, blijken in werkelijkheid groter, meedogenlozer dan jij. Met meerdere mannen herschikken ze de lijnen en vervangen de gebroken lijn door een andere. Na ruim een uur van geconcentreerd, gespannen teamwork ligt iedereen weer, voor zover dat vannacht mogelijk is, veiliger.
Ik zit in de kajuit, warm en droog, met mijn handen om een kop koffie gevouwen en mijn ogen op het scherm gericht, en ik weet diep vanbinnen: we hebben het juiste gedaan. Daarbuiten, op de open oceaan, zou deze wind, samen met zijn torenhoge golven, een vijand zijn geweest. Hier, in deze bescheiden haven, is hij ‘slechts’ een uitdaging. Een die we aankijken, erkennen en proberen te trotseren.
Een onverwacht welkom
Aitutaki lag op onze route naar Fiji, een tussenstop die vooral ingegeven werd door noodzaak. Maar zoals dat zo vaak gaat op zee, en eigenlijk ook in het leven, zijn het juist die onvoorziene omwegen die achteraf de meeste indruk maken.
We werden hier ontvangen door kalm water, een lagune die in alle tinten blauw straalt, en een taal die ons plots weer vertrouwd in de oren klonk: Engels! Na maanden in Frans-Polynesië, waar elk gesprek voelde als een cryptische woordpuzzel vol halfbegrepen zinnen en vriendelijke glimlachen, was het alsof de woorden hier weer vanzelf stroomden. Wat een verademing.
En dan die mensen… Wat een warmte. Terwijl we met onze hervulde dieseljerrycans sjouwden, kwamen er van alle kanten eilandbewoners op ons af.
“Need a hand?”
“Want help carrying that?”
Geen moment van twijfel. Gewoon mensen die oprecht blij zijn dat je er bent. Bezoekers worden hier niet verdragen, ze worden verwelkomd.
Op scooters door het eilandhart
Omdat we nu toch even blijven en eerlijk is eerlijk, dat voelt helemaal niet als een straf, huren we scooters. Slippers aan, haren los in de wind, en gewoon gaan. Aitutaki is klein genoeg om in een paar uur rond te rijden, maar groot genoeg om je telkens weer te laten stoppen. Voor dat mooie uitzicht over de lagune. Voor een vers broodje langs de kant van de weg. Voor een praatje met een nieuwsgierige local die wil weten waar je vandaan komt en hoe lang je blijft.








We lunchen op een houten terras met uitzicht op zee. Hier, op deze plek, zullen we over anderhalve dag waarschijnlijk de eerste golven van de naderende storm zien binnenrollen. Het vooruitzicht maakt ons stil, maar ook dankbaar. Voor nu is er alleen de geur van gegrilde hamburger, het frisse van knapperige sla en het simpele geluk van een stoel met uitzicht. De wolken hangen laag en grijs boven het eiland — perfect weer om rond te rijden, zonder oververhitte voeten of zonnebrand.
Na de lunch rijden we verder. We zien huizen die met liefde zijn onderhouden: simpel, maar verzorgd. Grote bedden, zachte banken, ventilatoren en bijna altijd een grote veranda waar iemand rustig zit te kijken naar wat de dag brengt. Het gras is groen, de palmbomen wuiven loom in de wind. Alles ademt rust. Eenvoud. Zorg.
De bevoorradingsboot
Om de twee weken verschijnt hij weer aan de horizon: de bevoorradingsboot. Groot, log, te diep om door het rif te kunnen. Hij gooit zijn anker buiten de lagune uit en dan begint het ritueel. Met een kleiner laadbootje worden containers en vaten in een tweedaagse operatie heen en weer gevaren. Alles gebeurt in hetzelfde kleine haventje waar ook wij liggen.



De supermarkten vullen zich langzaam weer met levensmiddelen. Geen overvolle schappen zoals thuis, maar net genoeg om het gevoel te geven dat het eiland weer even ‘adem’ kan halen. Groente blijft schaars. Een lokale winkeleigenares legt ons uit dat de meeste groenten die op het eiland worden verbouwd aan de resorts worden verkocht de rest wordt door de families zelf gebruikt. Wat overblijft ligt in een hoekje van de winkel: een paar komkommers, groene tomaten, soms een eenzame ui.
Pauzeren in plaats van doorgaan
Op een oceaanoversteek is het makkelijk om in een soort ‘doorgaanmodus’ te blijven hangen. Alles draait om weerkaarten, vertrekvensters en de juiste timing. De verleiding is groot om steeds maar verder te kijken, naar de volgende etappe, de volgende bestemming.
Aitutaki, je was een cadeau op weg naar Fiji. En we nemen je mee in ons hart.
Dan verschijnt er een weervenster op de kaart. Een kans die ons in elk geval naar Niue zou kunnen brengen en als de voorspellingen verder meevallen, misschien zelfs rechtstreeks naar Fiji. Op 14 mei halen we de lijnen binnen, lichten het anker, en varen door de smalle pass van Aitutaki. Aan het einde van de pass verrast een grote golf ons vol op de boeg. Een klaterende lading zeewater spoelt over het dek… en ja, de raampjes bleken nét niet helemaal dicht.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…