Tijd om te gaan
Na weken van eindeloze regen, een wandeltocht naar de hoogste top van Maupiti in de stromende regen, grijze luchten en het turen naar weerkaarten tot je er scheel van gaat kijken, verscheen er ineens, heel voorzichtig, een sprankje hoop. Geen perfect weervenster, verre van zelfs, maar nét genoeg ruimte om ons los te rukken uit de greep van Maupiti. Nét genoeg om afscheid te nemen van de betovering die Frans-Polynesië over ons uitgespreid had, en koers te zetten naar nieuwe horizonten: de Cook Islands.










Als de elementen zich een beetje gedragen, zullen we daar een naderend front afwachten met golven tot wel acht meter hoog. En zodra de storm is uitgeraasd, hijsen we opnieuw de zeilen, richting Nuie of de Samoa Islands en daarna naar Fiji.
Maar zover is het nog niet. Eerst moeten we Maupiti nog uit zien te komen. En dat betekent: door de beruchte smalle pass.
De afgelopen dagen begonnen voor Jeroen en Ralph steevast met een missie: in alle vroegte stapten ze in de dinghy en voeren richting de pass. Niet alleen voor het uitzicht, maar ook om de dreiging in de golven te lezen en te leren begrijpen. De voorspellingen zijn pittig: drie tot vier meter hoge rollers die ongenadig op de smalle doorgang afstormen.
De lokale vissers, mannen met zout in hun aderen en respect voor de kracht van de oceaan, zijn duidelijk: “Nu naar buiten of naar binnen gaan? Dat is spelen met je leven.”
De Maupiti Pass kent geen genade. Smal, ruig en altijd in beweging. Terwijl je ernaar kijkt vanaf het strand, lijkt het misschien nog haalbaar – een doorgang tussen de riffen, als een poort naar de vrijheid. Maar vergis je niet. Dit is geen pass waar je rustig over nadenkt. Dit is een alles-of-niets beslissing.
De stroom staat hier altijd naar buiten, met een kracht van drie knopen of meer. Zodra je de boeg erin steekt, trekt de oceaan je mee als een woeste rivier. Er is geen plan B, geen keren, geen ruimte voor twijfel.
De golven bouwen zich op als muren van water, die je recht in de ogen kijken terwijl je op ze af vaart. Je hart bonkt, je keel is droog, en het enige wat je kunt doen is vertrouwen – op je boot, op je voorbereiding, op je instinct.


Om het zekere voor het onzekere te nemen, ontstond het plan om de drone op te laten. Niet alleen om beter zicht te krijgen op de situatie, maar ook in de hoop op spectaculaire beelden. Dit keer trokken ze er met z’n drieën op uit.
Rajesh zette de apparatuur klaar op het strand. Terwijl hij alles opstelde, werden ze meteen overvallen door een colonne muggen. Jeroen dook het water in voor redding, terwijl Rajesh en Ralph standhielden. De drone steeg op, vloog elegant over de branding… en net toen Rajesh wilde beginnen met filmen: poef. Een melding: ‘Verloren connectie’.
Stilte. Een diepe zucht en toen galmde Rajesh’ wanhoopskreet over het strand: “NEEEE!”
De drone was weg. Niet gecrasht. Niet geland. Gewoon: verdwenen. Verdronken in de diepe blauwe oceaan. Geen adembenemende luchtbeelden, geen indrukwekkende shots van boven. Alleen muggenbulten, frustratie en een gevoel van machteloosheid bleven achter.
Lang treuren zat er niet in. Technologie doet soms precies het tegenovergestelde van wat je hoopt. Normaal zou de drone bij verlies van signaal automatisch terugkeren naar het startpunt, dit keer bleef hij spoorloos..
Bij deze dus een kleine, bescheiden oproep:
Mocht er ergens op een zolder, in een kast of onder een bed nog een drone liggen die zich verveelt, en ben je bereid hem een nieuw leven te schenken; tegen een zacht prijsje of als lief gebaar, dan zou je ons er enorm mee helpen. Binnenkort krijgen we bezoek in Fiji, dus wellicht kan diegene hem zelfs meenemen. Mijn mannen zouden je op handen dragen.
30 april – Tijd om te gaan
De voorspellingen zijn gunstig genoeg. De golven zijn eindelijk wat gaan liggen en de ochtendzon doet haar best om het vertrek hoopvol in te luiden. Om klokslag negen uur gaat het anker omhoog en met een mengeling van gezonde spanning en opwinding glijden we langzaam richting de pass.
De stroming staat met drie knopen mee, waardoor we met een vaart van acht knopen door de smalle doorgang worden gezogen. Op het punt waar de kalme lagune en de ruige oceaan elkaar ontmoeten, bouwen zich golven op die ons van voren tegemoetrollen. Maar het is niets vergeleken met wat de mannen de afgelopen dagen hebben zien beuken op de pass. Onze Amel laat zich niet zomaar van haar stuk brengen. Ze stampt, ze stuitert, maar ze houdt koers. Stoïcijns en vastberaden. Zodra we de pass volledig achter ons hebben weten te laten hijsen we de zeilen. De wind pakt ze op, de oceaan opent zich. Voor ons liggen nieuwe werelden. Nieuwe eilanden. Nieuwe ontmoetingen. En wie weet… oude bekenden?


Een ontmoeting met Delos
SV Delos, al jaren een bron van inspiratie, voor ons en voor duizenden anderen.
We volgen hun avonturen al meer dan tien jaar. Niet als fans, maar als lotgenoten. Hun reis liet ons niet alleen zien wat er mogelijk is op zee, maar ook wat er mogelijk is in jezelf, als je durft te kiezen voor het onbekende. Hun video’s waren rauw, eerlijk en doordrenkt met levenslust.
Tegenwoordig wonen Brian, Karin en hun dochtertje Sierra in Australië, waar ze bouwen aan Delos 2.0, een op maat gemaakte aluminium catamaran die het begin markeert van een heel nieuw hoofdstuk. Maar in echte Delos-stijl staat het leven niet stil, ook niet tijdens een nieuwbouwproject. Om hoge invoerrechten in Frans-Polynesië te vermijden, zijn ze opnieuw de zee op gegaan met hun geliefde Delos 1, op weg naar Fiji. Net als wij.
In Raiatea kruisten onze paden zich, zij het kort. Jeroen zag Brian lopen en stapte spontaan op hem af. “Brian, just wanted to say hi and thank you. Because of you, we also bought an Amel Super Maramu.” Waarop Brian met een glimlach antwoordde: “I hope I don’t owe you money.”
Jeroen moest lachen. “No no, we are super happy. We have been living this lifestyle for three years now, and loving it.” Brian lachte terug. “Good on you. Enjoy!”
Een simpel moment, maar stiekem toch bijzonder. Om iemand te ontmoeten die onbedoeld een zaadje in je hoofd heeft geplant. Of we elkaar straks weer treffen, of pas jaren later aan de andere kant van de wereld, het doet er eigenlijk niet toe. De koers die zij uitzette, liet een hele generatie zien dat dromen ook écht waargemaakt kunnen worden.
De tocht naar Aitutaki
De eerste dagen op zee zijn bijna idyllisch. De wind staat goed, de zee is vriendelijk, en onze regenboogkleurige spinnaker trekt ons sierlijk over het wateroppervlak. Maar zoals zo vaak op zee, verandert alles weer. Op dag drie zakt de wind volledig in. We starten de motor en varen en leggen de laatste 36 uur af op de motor richting Aitutaki.
De pass van Aitutaki is berucht om zijn smalle doorgang: slechts vijftien meter breed, achthonderd meter lang, en recent uitgebaggerd tot 3,8 meter diepte. Daarvoor was het maar twee meter. Het vraagt een Grieks soort aanpak: met de achterkant naar de wal, het anker uitgooien terwijl je richting wal vaart, en vervolgens twee lijnen naar de kant.
Wanneer we binnenvaren, komen twee dinghy’s op ons af om aanwijzingen te geven. Er is nog één smal plekje vrij, tussen twee andere boten. De dinghy’s zijn er ook om aan te geven waar hun ankers liggen — zodat we die niet per ongeluk lostrekken. Gelukkig is het windstil: ideale omstandigheden. Alles verloopt precies zoals gehoopt.
Jeroen en Ralph zijn nog ruim een uur bezig om twee sternankers over de dijk opnieuw uit te brengen. Zo zijn we goed voorbereid op het slechte weer dat in aantocht is.



Inklaren & appelcake
We liggen nog maar net of daar is al de health officer. Mister E.T. – ja, echt waar – komt aan boord. Hij is vriendelijk, efficiënt, en verklaart ons al snel allemaal kerngezond. Daarna mogen we officieel aan land.
Binnen het uur stapt ook Vincent van biosecurity aan boord. Vlees van rund of varken is verboden, net als honing en grote hoeveelheden alcohol. Gelukkig hebben we ons hierop voorbereid: de koelkasten zijn grotendeels leeg, de vriezer schoon, en drank hebben we ook bijna niet meer aanboord. Vincent bekijkt alles rustig en met een glimlach. Ook hij is vriendelijk en relaxt – alsof de eilandvibes ook de inspectiediensten hebben besmet.
Omdat het zondag is, moeten we tot maandag wachten voor de officiële inklaring bij Customs.
En dus… genieten we. De zon schijnt, Lille Venn ligt naast ons, en het voelt alsof alles weer even op zijn plek valt. Ik roer in een pan risotto, terwijl Barbara in de kombuis appels snijdt voor een cake – gemaakt van de laatste vruchten die nét nog even op moesten voor de inspectie.
Het leven aan boord. Traag, eenvoudig, en o zo rijk.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…