De eerste uren in Fulaga doen we eigenlijk niet veel … en juist dat voelt als een luxe. We zitten in de cockpit, drinken koffie, kijken naar het spel van licht op het turquoise water en laten de vermoeidheid langzaam van ons afglijden. Na alles wat de oceaan ons onderweg heeft voorgeschoteld, is het heerlijk om even nergens naartoe te hoeven. Na de lunch laten we de dinghy zakken om dit paradijs van dichtbij te verkennen.


We varen eerst naar het strand voor een wandeling. Door het laagwater zijn grote zandplaten blootgelegd, als lichte linten die door de lagune slingeren. Omdat er overal scherp koraal ligt, houden we onze waterschoenen aan terwijl we door het warme, kristalheldere water naar de natuurlijke zwembaden lopen. Om ons heen schitteren tientallen tinten blauw en groen, zo helder en intens dat het bijna onwerkelijk lijkt. Hier lijkt de tijd langzamer te stromen en raakt de inspanning van de overtocht langzaam op de achtergrond.
Even later stappen we weer in de dinghy en varen we naar de pass om te snorkelen. Zodra we het water in glijden, overtreft de onderwaterwereld direct onze verwachtingen. Overal zien we kleurrijk koraal, scholen tropische vissen en onverwachte vormen die achter elke rifrand weer iets nieuws laten zien. Er staat een stevige stroming naar binnen, waardoor we nauwelijks hoeven te zwemmen en ons moeiteloos langs het rif laten meevoeren. Het voelt alsof de oceaan ons zelf een rondleiding geeft door haar verborgen wereld. Terwijl we tussen al dat leven onder water door drijven, kijken we elkaar geregeld aan. Als dit pas onze eerste middag in Fulaga is, dan beloven de komende weken onvergetelijk te worden.




Terug aan boord nemen we een verfrissende douche en zien we op NoForeignLand dat zowel Lille Venn als Flora inmiddels bijna bij de ingang van de pass zijn aangekomen. Wanneer zij zo’n drie kwartier later hun ankers hebben laten vallen, is het alsof alles weer compleet is. We stappen direct in de dinghy om eerst even gedag te zeggen bij Flora, waar Wiebke en Ralf ons enthousiast begroeten. Daarna varen we door naar Lille Venn om Barbara en Ralph een dikke knuffel te geven. Voor hen was het een fysiek en mentaal zware tocht geweest. Terwijl de zon langzaam zakt boven de lagune, praten we samen na over alles wat er onderweg is gebeurd. Nu de reis achter ons ligt, maakt de spanning geleidelijk plaats voor opluchting en het besef dat we allemaal zijn aangekomen.
De volgende ochtend is het tijd voor de sevusevu, een van de belangrijkste tradities van Fiji. Samen met de bemanning van Lille Venn en Flora stappen we in onze dinghy’s en varen we in ongeveer tien minuten door een landschap dat bijna onwerkelijk aandoet. Overal om ons heen rijzen kalkstenen eilandjes op uit het turquoise water. Hun grillige vormen doen denken aan reusachtige paddenstoelen, alsof de natuur ze hier met zorg heeft neergezet. Wanneer op het strand een eenvoudig hutje in zicht komt, weten we dat we op de juiste plek zijn. Hier laten we de dinghy’s achter en begint het tweede deel van de tocht. Een redelijk breed net onderhouden pad slingert zich door het groen en tijdens de wandeling van ongeveer twintig minuten is er onderweg van alles te zien. Een ijsvogel zien we zitten hoog in de bomen. Ondertussen wordt er volop bijgepraat. Voor ons was het alweer enige tijd geleden dat we Wiebke en Ralf van Flora hadden gezien, dus er zijn genoeg verhalen om uit te wisselen.





Vlak voordat we het dorp bereiken, trekken we onze sulu’s aan, uit respect voor de lokale gebruiken. Aan de rand van het dorp zien we verschillende mannen geconcentreerd aan het werk. Met indrukwekkend vakmanschap veranderen ze stukken hout in schalen, decoratieve voorwerpen en traditionele Fijische oorlogsknuppels, waaronder de bekende totokia.




Niet veel later worden we begroet door een vriendelijke dorpsbewoner, die ons aanbiedt om ons naar de chief te begeleiden. Terwijl we door het dorp lopen, vertelt hij enthousiast over het leven op Fulaga, wijst hij gebouwen aan en legt hij uit wat we onderweg zien. We voelen ons al snel niet langer zomaar bezoekers, maar oprechte gasten.
Bij het huis van de chief nemen we plaats in een grote kring. Onze yaqonawortel wordt ceremonieel in ontvangst genomen als onderdeel van de sevusevu. Daarnaast betalen we de inmiddels verplichte bijdrage van 100 FJD per boot. Daarna krijgen we uitleg over een bijzonder initiatief van het dorp: iedere boot krijgt een gastgezin toegewezen. Deze families helpen bezoekers kennismaken met het leven op Fulaga, beantwoorden vragen en maken het contact tussen de lokale gemeenschap en de zeilers veel persoonlijker.
Voordat de gezinnen worden voorgesteld, brengen we nog een bezoek aan de school. We hadden gehoord dat de kinderen een traditionele dans zouden opvoeren, maar helaas komen we net te laat aan. De voorstelling is al afgelopen en de kinderen zijn weer met hun eigen bezigheden bezig. Toch is het bijzonder om de school te zien. Op Fulaga wonen slechts enkele honderden mensen, verspreid over meerdere kleine dorpen, en ongeveer vijftig kinderen gaan hier naar school.

Daarna volgt het moment waarop de gastgezinnen worden toegewezen. Jeroen en ik worden voorgesteld aan Bale en Aliferetti. Barbara en Ralph, en ook Wiebke en Ralf, krijgen ieder hun eigen familie toegewezen. Vanaf het eerste moment voelen Bale en Aliferetti hartelijk en oprecht. Terwijl we met elkaar praten, vertellen ze over hun leven op het eiland, over de uitdagingen, maar ook over de hechte gemeenschap waarin iedereen elkaar helpt.
Aliferetti blijkt een getalenteerde houtbewerker te zijn. Trots laat hij ons zien waar hij mee bezig is. Op een eenvoudige werkplek maakt hij de mooiste dingen. Terwijl hij zijn werk toont, vertelt hij ook waar behoefte aan is. Kleine boortjes bijvoorbeeld, waarmee hij oogjes kan maken in zijn houten slakken en andere kunstwerken. Ook sportmateriaal is altijd welkom. Een voetbal, volleybal of andere bal zorgt voor uren speelplezier voor de kinderen in het dorp.
Aan het einde van ons bezoek worden we uitgenodigd voor de kerkdienst en de lunch op zondag. Daarnaast zouden Bale en Aliferetti het geweldig vinden om eens aan boord van My Motu te komen kijken. Zij zijn nieuwsgierig naar ons leven op zee, net zoals wij nieuwsgierig zijn naar hun leven op het eiland. Aan het einde van ons bezoek drukken ze ons nog drie heerlijke, versgebakken kokosbroodjes in de hand. Met die warme broodjes onder onze arm wandelen we terug door het dorp, op zoek naar de anderen. Onderweg passeren we lachende kinderen, zwaaiende bewoners en eenvoudige huisjes, en beseffen we opnieuw hoe vaak een reis vooral wordt gevormd door de mensen die je ontmoet. Fulaga voelt nu al een beetje als thuis.


Zodra we de anderen hebben gevonden, wandelen we gezamenlijk terug naar onze dinghy’s. Onderweg worden enthousiast verhalen uitgewisseld over de verschillende gastgezinnen. Iedereen blijkt hartelijk te zijn ontvangen en overal ontstaan mooie gesprekken. Het is bijzonder om te merken hoe iedere familie op haar eigen manier een inkijkje geeft in het leven op Fulaga.
Iedereen is uitgenodigd voor de kerkdienst en een lunch op zondag. Het is dus duidelijk dat we over een paar dagen weer allemaal in het dorp zullen zijn. Alleen al de verhalen van vandaag maken ons nieuwsgierig naar wat ons daar nog meer te wachten staat.
Eenmaal terug bij de dinghy’s varen we door de lagune weer richting onze boten. Onderweg genieten we van het spectaculaire landschap. De grillige kalkstenen eilandjes, het kristalheldere water en de rust die hier hangt maken het bijna onmogelijk om niet steeds om ons heen te kijken. Fulaga blijft ons verrassen.
Terug aan boord van My Motu staat er eigenlijk nog maar één ding op het programma: wingfoilen. Normaal gesproken zou Jeroen waarschijnlijk ergens op het water te vinden zijn met zijn wingfoil, maar sinds hij tijdens zijn laatste sessie zijn bovenarm heeft geblesseerd, moet hij het voorlopig rustiger aan doen. Waarschijnlijk gaat het om een kleine scheur in een pees, waardoor foilen er voorlopig niet in zit. Gelukkig verveelt hij zich geen moment en geniet hij zichtbaar van zijn rol als fotograaf en verhalenverzamelaar.




Terwijl Jeroen met zijn camera rondloopt en een praatje maakt met andere zeilers, begin ik alvast aan mijn schilderproject voor morgen. Samen met Barbara ga ik een dagje dotten, en ik vind het altijd bijzonder om een kunstwerk achter te laten op een plek die zoveel indruk maakt. Daarom wil ik voor Bale en Aliferetti een schilderij maken als bedankje voor hun gastvrijheid.
Ik schilder eerst de achtergrond, zet enkele hulplijnen op het canvas en probeer me intussen voor te stellen hoe het uiteindelijke ontwerp eruit zal zien. Terwijl ik werk, luister ik naar Twee Zusjes van Kristin Hannah. Eigenlijk staat er bijna altijd een luisterboek op wanneer ik schilder. Even later gaat het verhaal gewoon mee de kombuis in, waar ik een nieuw recept voor bruinbrood met lijnzaad, pompoenpitten en walnoten uitprobeer. Het zijn van die rustige dagen waarop alles in een prettig tempo verloopt en de tijd ongemerkt voorbijglijdt. Na een heerlijke maaltijd bij Lille Venn is het tijd voor spelletjes.
De volgende dag voelt het heerlijk om samen met Barbara te schilderen. Zodra de eerste stippen op het canvas verschijnen, nemen mijn handen het bijna vanzelf over. Punt voor punt groeit het schilderij verder, alsof het zichzelf zonder veel nadenken laat ontstaan. De uren vliegen voorbij. Tussendoor komt ook Wiebke gezellig langs voor een praatje. Zij kan prachtig breien en maakt veel van haar kleding zelf. Zo heeft ieder van ons zijn eigen passie en creativiteit. Juist dat maakt deze dagen zo bijzonder: samen bezig zijn, ieder op zijn eigen manier, terwijl de ontspannen sfeer van Fulaga alles lijkt te vertragen.
Voor mij werkt schilderen altijd op een bijzondere manier. Zodra ik eenmaal ben begonnen, wil ik eigenlijk niet meer stoppen. Als ik eenmaal in die flow zit, zie ik bijna letterlijk voor me hoe het eindresultaat eruit moet komen te zien. Laat ik een schilderij een paar dagen liggen, dan kan het zomaar gebeuren dat ik diezelfde concentratie en inspiratie niet meer terugvind. Daarom ga ik, zodra ik terug ben op My Motu, meteen verder. Ik vergeet alles om me heen en verlies mezelf volledig in het schilderen. Wanneer Jeroen later die middag terugkomt, neemt hij gelukkig het koken voor zijn rekening.
Wanneer ik uiteindelijk naar het voltooide schilderij kijk, verschijnt er vanzelf een glimlach op mijn gezicht. Ik zie Bale en Aliferetti erin terug, de warmte waarmee zij ons hebben ontvangen en het gevoel dat Fulaga ons in slechts een paar dagen heeft gegeven. Toch heb ik ook nog een tweede schilderij, dat ik op een ander moment had gecreëerd. Ik kan iets zelf nog zo mooi en passend vinden, maar smaken verschillen. Misschien spreken andere kleuren hen meer aan. Dan is het fijn om een alternatief achter de hand te hebben.
Welke ze uiteindelijk ook kiezen, ik hoop vooral dat ze er iets van zichzelf en van hun eiland in zullen herkennen.


Zondag gaan we naar de kerkdienst op Fulaga. Daarna zullen we naar Bale en Aliferetti gaan. We hebben badmintonrackets bij ons en ook de kleine boortjes waar Aliferetti zo blij mee zou zijn. We weten zeker dat ze goed terecht zullen komen. Het schilderij wil ik pas geven wanneer zij bij ons aan boord van My Motu komen.
De kerk is ongeveer voor de helft gevuld met zeilers en voor de andere helft met lokale bewoners, al zijn het er naar ons gevoel verrassend veel. De dominee staat vooraan en leest lange stukken uit de Bijbel voor. Dat doet hij zonder veel intonatie en zonder op te kijken, wat ons enigszins verbaast. Tussendoor worden er liederen gezongen, wat de dienst wat meer warmte geeft. Daarna volgt iets wat voor ons het meest op een preek lijkt. Dit keer klinkt er juist wél veel intonatie: een diepe, harde stem vult de kerk. Voor ons klinkt hij bijna boos, en zijn krachtige armbewegingen versterken die indruk. Wat er precies wordt gezegd, weten we niet, omdat alles in het Fijiaans wordt gesproken. Daardoor blijft het voor ons lastig om de dienst echt te volgen. Wanneer het geheel vrij abrupt eindigt, zijn we blij dat er nog een lied wordt gezongen. Hoewel we het bijzonder vinden om deze traditie mee te maken, merken we dat we door de taal en de manier waarop de dienst wordt gehouden geen echte verbinding voelen. Voor ons blijft het vooral een interessante culturele ervaring.


We moeten nog even geduld hebben voordat we bij Bale en Aliferetti welkom zijn. Aliferetti vervult binnen zijn geloofsgemeenschap van Jehovah’s Getuigen de rol van ouderling en is nog in gesprek met enkele dorpsbewoners. Later kunnen ze ons ontvangen en vertelt hij trots over zijn rol binnen de gemeenschap.
Bale is druk in de keuken en ongeveer een half uur later worden we daar hartelijk verwelkomd. Er staat een heerlijke maaltijd voor ons klaar: wilde spinazie, kool in kokoscrème die daarna nog wordt gebakken, plantain, vis en natuurlijk de overheerlijke kokosbroodjes. Een kop geurige citroengrasthee maakt alles compleet. Het smaakt fantastisch.
Alifiretti blijkt ook nog een kajak te hebben die niet meer drijft. Jeroen geeft aan dat hij, als we hen komen ophalen voor de lunch op onze boot, zal bekijken en beoordelen of hij hem kan repareren. Dit vindt Allifiretti erg prettig.
De dagen daarna lijken moeiteloos in elkaar over te lopen. Vrijwel iedere ochtend spreken we af met de bemanning van Lille Venn en Flora om samen naar de pass te varen. Het is inmiddels een vast ritueel geworden. Zodra we onze snorkel opzetten en het water in glijden, worden we weer omringd door een kleurrijke onderwaterwereld. Overal zwemmen scholen tropische vissen tussen het koraal, terwijl nieuwsgierige rifvissen ons van dichtbij lijken te bekijken.


Jeroen speurt ondertussen telkens de blauwe diepte af. Het liefst zou hij ineens een hamerhaai, een grote school tonijnen of een andere indrukwekkende roofvis voorbij zien komen. Maar hoe vaak we ook snorkelen, die laten zich hier niet zien. Alleen een paar whitetip- en af en toe een blacktip-rifhaaien kruisen ons pad. Toch maakt dat de ervaring geen moment minder bijzonder. Juist omdat je nooit weet wat de oceaan die dag zal prijsgeven, voelt iedere snorkeltocht weer als een kleine ontdekkingstocht.
In de middag zoeken we meestal ieder zijn of haar eigen bezigheden. Terwijl Jeroen voorlopig door zijn arm niet kan wingfoilen, besluit ik juist mijn kans te grijpen. Ik heb al zo vaak met bewondering gekeken hoe hij ogenschijnlijk moeiteloos boven het water zweeft. Nu is het mijn beurt om te ontdekken hoe dat voelt.
Gelukkig heeft Ralph nog een windsurfboard met een foil eronder liggen dat ik mag lenen. Hij legt uit dat alles draait om balans. Niet te veel gewicht naar voren, niet te veel naar achteren en vooral niet te veel willen sturen. Het klinkt eenvoudig, maar zodra je op het board zit, merk je hoe nauw het allemaal luistert.
Jeroen bestuurt de dinghy en trekt mij langzaam op gang. De eerste pogingen eindigen vooral met veel gespetter. Steeds als ik denk dat ik het juiste punt heb gevonden, zakt het board weer terug het water in of verlies ik mijn evenwicht. Maar dan gebeurt het ineens. Ik moet veel verder achter op het board gaan zitten dan ik had verwacht voordat de foil überhaupt uit het water wil komen. Ook leer ik dat ik niet in het schroefwater van de dinghy moet blijven, maar er juist net naast moet varen.





En dan…
Ik voel het board onder mij lichter worden. Langzaam tilt de foil zich uit het water en plotseling verdwijnt alle weerstand. Alsof iemand een schakelaar omzet, zweef ik ineens boven het wateroppervlak.
Wat een ongelooflijk gevoel. Het lijkt alsof ik vlieg. Tegelijkertijd leer ik al snel dat de foil geen fouten vergeeft. Kom je nét iets te hoog uit het water, dan word je zonder pardon weer het water in gelanceerd. Het is een spel van millimeters. Met de kleinste bewegingen van mijn lichaam, een fractie naar voren of juist iets naar achteren, voel ik hoe het board reageert. Langzaam begin ik de balans te begrijpen.
Het enige wat ik hoor is de wind en het zachte suizen van de foil onder mij. De baai van Fulaga glijdt geruisloos voorbij en even voelt het alsof ik gewichtloos ben. Ik begrijp meteen waarom zoveel mensen zo enthousiast zijn over foilen. Dit smaakt absoluut naar meer. De basis heb ik nu zittend onder de knie. De volgende uitdaging wacht alweer: eerst op mijn knieën en uiteindelijk staand.
Een paar dagen later spreken we met Bale en Alifiretti af. We halen hen met de dinghy op uit het dorp, zodat ze bij ons aan boord van My Motu kunnen komen lunchen. Ik heb er veel zin in en ben al vroeg begonnen met koken. Op het menu staat verse chicken curry, zelfgebakken naanbrood en momo’s gevuld met kip en koriander. Terwijl de curry zachtjes staat te pruttelen, rol ik het deeg uit voor de laatste naanbroden. Op het fornuis breng ik ondertussen een pan water aan de kook om de momo’s te stomen.
Terwijl ik druk bezig ben in de kombuis, hoor ik in de verte een bekend motorgeluid dichterbij komen. Het blijft grappig hoe dat werkt. Er varen voortdurend tientallen dinghy’s door de baai, maar het geluid van je eigen buitenboordmotor herken je direct. Zonder naar buiten te kijken weet ik al dat Jeroen eraan komt.
Even later stappen Bale en Allifiretti aan boord. Na een warme begroeting laat Jeroen vol trots onze boot zien. Ze bekijken nieuwsgierig iedere ruimte, stellen allerlei vragen en kunnen nauwelijks geloven hoeveel leefruimte er in een zeilboot verborgen zit. Pas daarna schuiven we met elkaar aan tafel.



Ik zet alle schalen midden op tafel en al snel wordt er volop opgeschept. De curry valt gelukkig goed in de smaak en ook de verse naanbroden en momo’s verdwijnen snel van de borden. Tussen het eten door wordt er veel gelachen en verteld. Alifiretti vertelt dat de lekke kajak waar Jeroen naar zou kijken, nog niet eens in het dorp ligt. Die bevindt zich op een klein eilandje elders binnen de Fulaga-lagune en moet eerst nog worden opgehaald.
Na de lunch drinken we samen nog een kop koffie en laat ik het schilderij zien wat ik voor ze heb gemaakt. Ik laat daarnaast ook het andere schilderij zien, ze kiezen inderdaad voor het schilderij dat ik speciaal voor hen had gemaakt.Ook had ik de foto’s uitgeprint die we hebben gemaakt toen we ze voor het eerst ontmoet hadden. Daarna gaan Bale en Alifiretti weer terug naar het dorp. Ze zetten Bale eerst af en daarna vertrekken Jeroen en Alifiretti met de dinghy om de kajak op te halen. Nadat Jeroen Alifiretti bij het dorp is afgezet, vaart hij met de kajak in de dinghy terug naar My Motu. Niet veel later ligt de kajak op het achterdek van My Motu.
Wanneer we de schade bekijken, hebben we allemaal dezelfde mening. De kajak lijkt zijn beste tijd gehad te hebben. Het materiaal is op meerdere plaatsen fors gescheurd en ziet er behoorlijk versleten uit. De meesten zouden hem waarschijnlijk direct afschrijven.






Maar Jeroen zou Jeroen niet zijn als hij daar genoegen mee nam.
Waar de meesten een afgeschreven kajak zien, ziet Jeroen vooral een uitdaging. Al snel liggen overal gereedschappen, schuurpapier, lijmen en verschillende materialen verspreid over het dek. Stap voor stap begint hij een plan te maken om de kajak toch weer waterdicht te krijgen. Ralph komt ondertussen regelmatig even langs om mee te kijken, ideeën uit te wisselen en af en toe een handje te helpen. Het wordt een mooie samenwerking, waarbij creativiteit, ervaring en een flinke dosis doorzettingsvermogen samenkomen.
Helaas beginnen de weersvoorspellingen er steeds slechter uit te zien. Over twee weken komt onze Australische vriendin Tess naar Fiji om een week met ons mee te zeilen. Omdat Fulaga geen vliegveld heeft, moeten we haar in Savusavu ophalen. Dat betekent dat we daar op tijd moeten zijn.
De nieuwste weerkaarten laten echter weinig ruimte voor optimisme. Er worden windsnelheden van 40 tot 50 knopen voorspeld, met golven van ruim vijf meter. En het blijft niet bij een paar dagen slecht weer; de verwachting is dat deze omstandigheden zeker tien dagen zullen aanhouden.
We zetten alle mogelijkheden op een rij. Vertrekken we morgenvroeg, dan hebben we een goede kans om Savusavu nog vóór het slechte weer te bereiken. Blijven we langer, dan hopen we eigenlijk dat de voorspellingen meevallen en zullen we mogelijk alsnog door zwaar weer terug moeten varen. Dat voelt voor geen van beiden als een verstandige keuze. Nog los van de risico’s op zee, willen we niet voortdurend in spanning zitten over of we Tess wel op tijd kunnen ophalen. Ze blijft tenslotte maar één week. Uiteindelijk is de beslissing snel genomen. Hoe moeilijk die ook is, morgenochtend vertrekken we.
Diezelfde middag zijn we uitgenodigd voor een gezellige potluck aan boord van Lille Venn, samen met Flora. Iedereen maakt thuis een gerecht en samen ontstaat er een tafel vol heerlijke smaken. Jeroen en ik gaan iets eerder naar Ralph en Barbara om onze plannen alvast met hen te bespreken. Het nieuws komt hard aan.
Iedereen had verwacht dat we nog weken samen in Fulaga zouden blijven. Natuurlijk begrijpt iedere zeiler precies waarom we deze keuze maken, maar jammer vinden we het allemaal wel. Op zee bepaal je uiteindelijk niet zelf je planning; dat doet het weer. Soms moet je afscheid nemen van een plek waar je eigenlijk nog lang niet weg wilt.
Gelukkig weten we ook dat dit geen afscheid voor lange tijd zal zijn. Zodra het weer het toelaat, hopen we elkaar ergens verderop in de Lau Group weer terug te vinden. Op welk atol dat zal zijn, weten we nog niet. Dat zal volledig afhangen van de wind en de weersomstandigheden.
Maar eerst is het tijd om te genieten. De gedachte aan ons vertrek mag de sfeer van de avond niet overheersen. De tafel vult zich met de heerlijkste gerechten, er wordt veel gelachen, verhalen worden gedeeld en natuurlijk ontbreken ook de spelletjes niet. Het wordt precies zo’n avond die je het liefst nog even zou willen vasthouden.
De volgende ochtend haalt Ralph de kajak van Allifiretti op. Jeroen heeft de grootste reparaties uitgevoerd, maar op een paar kleine plekjes lekt hij nog een beetje. Ralph wil die laatste details graag afwerken voordat hij de kajak terugbrengt naar Allifiretti. Of de reparatie uiteindelijk volledig zal slagen, weten we nog niet. Eén ding weten we echter wel zeker: ook voor Ralph is opgeven geen optie.
Niet veel later halen we zelf het anker op. Op dat moment beseffen we pas echt hoe bijzonder deze plek voor ons is geworden. Fulaga heeft iets magisch. De turquoise lagune, de grillige kalkstenen eilandjes, de gastvrije bevolking en de rust maken het tot een plek die je niet snel vergeet. We weten nu al dat we hier ooit nog eens terug willen komen.
De passage door de smalle doorgang van het rif verloopt gelukkig probleemloos. Er staat vrijwel geen wind en het is bijna slack tide, waardoor er nauwelijks stroming de lagune in of uit staat. De omstandigheden kunnen eigenlijk niet beter zijn.
Het eerste uur motoren we nog over een bijna spiegelgladde zee. Daarna begint de wind langzaam toe te nemen. Niet veel later kunnen de zeilen omhoog en vaart My Motu weer zoals ze het liefst doet. Met ongeveer 22 knopen wind en de golven schuin van achteren zetten we koers naar Savusavu, aan de zuidkust van Vanua Levu. Voor veel zeilers is het een bekende bestemming, maar voor ons is het opnieuw een stukje van Fiji dat we nog niet eerder hebben ontdekt.



REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…