MY MOTU SAILING LOG
Menu
/
Van tropenhitte naar Hollandse kou
Terug naar alle blogs

LOGBOEK · PERSOONLIJK

Van tropenhitte naar Hollandse kou

(of: hoe we in twee dagen een hele boot schuurden, drie continenten doorkruisten en meteen weer in de Hollandse hectiek belandden)

23 november 2025 · Aagje van den Heuvel

Van tropenhitte naar Hollandse kou

(of: hoe we in twee dagen een hele boot schuurden, drie continenten doorkruisten en meteen weer in de Hollandse hectiek belandden)

Onze laatste week in Fiji begon met het soort klusjes waarvan je weet dat ze eraan zitten te komen, maar die zich tóch plotseling aandienen op het moment dat je eigenlijk al half in de vertrekmodus zit. Het startte met het verwijderen van alle naamstickers van My Motu, een priegel werkje in de volle zon, waarbij lijmresten zich gedragen alsof ze recht hebben op permanente verblijfsvergunning. Daarna was het tijd om het stainless steel weer te laten glimmen: de arch waar normaal de dinghy hangt, de relingen, alle kleine hoekjes die je alleen ziet als je ze al jaren kent.

Terwijl ik stond te poetsen en Jeroen zich over een deel van het hekwerk boog, kwam er ineens een man naar ons toe. Of hij misschien nieuwe naamstickers voor onze boot mocht maken. Jeroen maakte nog een grapje: “Dat is prima, maar dan wrap je meteen de hele boot voor ons.”
Waarop de man zonder één tel te twijfelen zei: “Ja graag! We hebben hier al tientallen boten gewrapt.”

Dat hadden we niet zien aankomen.

Tien minuten later stonden we foto’s van eerdere projecten te bekijken, voelden we het materiaal van de wrap onder onze vingers en werd er een proefstukje geplakt. De kwaliteit was verrassend goed en het idee dat My Motu bij terugkomst al volledig gewrapt zou zijn, gaf ons onverwacht veel rust. Eén zorg minder in een week die al uitpuilde.

Maar dat betekende ook: aan het werk.

En zo stonden we de twee dagen daarna, in 30+ graden en met zweet dat in riviertjes van onze rug liep, de hele romp van My Motu te schuren. Het is zo’n klus die je achteloos onderschat en die zich vervolgens in elke spier van je lijf nestelt. Terwijl de zon ons roosterde, werkten we laag voor laag, meestal in stilte, soms onderbroken door een slok water of een vermoeide “pff… alweer?”. Het is romantiek op z’n zeilers: samen afzien, samen lachen, samen doorgaan.

Gelukkig hadden we tijdens die hitte één grote redding: de ijsblokjesmachine van de marina. Op nog geen twee minuten lopen van onze boot stonden we meerdere keren per dag met onze bak in de aanslag, alsof we deelnamen aan een uiterst serieuze sport: ijs scheppen op topsnelheid. Koud water was onze enige overlevingsstrategie in deze hitte, en de ijsklontjes werden niet alleen in ons glas gegooid, maar ook fanatiek opgeknabbeld.

De allerlaatste dag in Fiji

Op onze laatste dag maakten we de boot nog één keer helemaal schoon: wassen, opruimen, afnemen, checken. Onze laatste voorraad eten deelden we uit aan de medewerkers van de marina, die inmiddels vertrouwd aanvoelden.
’s Avonds aten we nog een laatste keer buiten de deur. Daarna bezweken we aan vermoeidheid. Slapen kun je het eigenlijk niet noemen.

En terwijl wij ons laatste beetje energie uit onze lijven zweetten, gebeurde er op duizenden kilometers afstand iets soortgelijks.

Rajesh in India

Terwijl wij tot over onze oren in de voorbereidingen zitten om My Motu veilig achter te laten in haar hurricane-pit, is Rajesh aan de andere kant van de wereld druk bezig met een heel ander soort avontuur. Na weken vol kleurrijke Indiase festivals, vrolijke chaos en ontmoetingen, schuift ook voor hem de feestelijkheid langzaam weer naar de achtergrond. Het dagelijkse leven roept hem terug, net zoals het ons terugroept naar Nederland.

Rajesh is van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat bezig met de afbouw van zijn huis. Hij rijdt van winkel naar werkplaats en terug, onvermoeibaar als altijd. Hij regelt materialen voor de loodgieter en elektricien en houdt toezicht op de aannemer die de veranda verder bouwt. Tussendoor fotografeert hij bruiloften, iets wat hij prachtig doet, en horen wij via FaceTime steeds diezelfde warme lach die nooit ver weg is.

Het bijzondere is dat onze dagen, ondanks de afstand, veel op elkaar lijken. Wij vertellen hem over hurricane-pits, spanbanden en de stress van een gearbox. Hij vertelt ons over cement, bakstenen en trouwfoto’s. Zo leven we alle drie in onze eigen wereld, maar toch in hetzelfde ritme van drukte, plannen en kleine overwinningen. En elke keer als het beeld bij FaceTime bevriest en wij opnieuw moeten beginnen, lachen we alleen maar.

Familie voelt niet weg, ook niet met een halve wereld ertussen. Hij gaat zijn weg in India, wij de onze in Fiji en straks in Nederland. Maar in die korte momenten van verbinding voelt het alsof we gewoon even samen aan tafel zitten, met dezelfde warmte als altijd.

De reis naar Nederland

De volgende ochtend, nog voor de zon goed en wel boven de palmbomen stond, werden we om 6.15 uur opgehaald door de taxi. Op het vliegveld voelde ik iets van mijn schouders glijden. My Motu bleef voor het eerst in 3,5 jaar zonder ons achter, stevig vastgesjord tussen autobanden, beton en staal. Spannend, maar het voelde ook veilig. We hadden alles gedaan wat we konden.

De vlucht naar Nieuw-Zeeland verliep rustig. Vanuit de lucht zagen we opnieuw die indrukwekkende kustlijn. Een laatste groet van de Pacific. We zetten heel even voet op Nieuw-Zeelandse bodem, ademden de frisse lucht in, en een uur later zaten we alweer in het volgende vliegtuig, Hong Kong.

Hong Kong lag in het donker toen we aankwamen en zag eruit als een glinsterende maquette: bruggen als lichtlinten, wolkenkrabbers die opgloeiden als luciferstokjes. Het vliegveld is helder en modern, en de lange wandeling naar de andere terminal was eigenlijk een verademing na zoveel zitten. Na een koffie, wat staren naar startende vliegtuigen en twee uur wachten, stapten we in voor de laatste etappe: veertien uur naar Amsterdam.

Slapen lukte nauwelijks. Elke poging eindigde ergens tussen droom en waakstand.

Weer thuis

Om half zeven ’s ochtends waren we weer in Amsterdam. De koude lucht voelde als een klap in mijn gezicht, maar wel een die ik herkende. Hanneke stond al klaar. Na knuffels en koffers reden we terug naar Ede, onze plek voor de komende maanden.

En dan gebeurt er iets geks: je denkt dat je eerst even moet landen, maar binnen een paar uur sta je alweer midden in de Hollandse drukte. We gingen meteen de stad in om praktische dingen te regelen en later die dag bekeken we een motor voor Jeroen. Hij wil in de winter van Ede naar Hilversum rijden, vooral om files te vermijden. Maar de motor was niets: slechte koppeling. Ook de auto die we bekeken viel tegen. Maar de aanhouder wint: bij een andere garage vonden we wél een goede auto en reden we diezelfde middag ermee naar huis. Wat een opluchting om weer mobiel te zijn. De volgende dag vonden we ook de perfecte motor. Regenbroek en laarzen erbij: Jeroen kan voorlopig weer stoer door de Hollandse winter.

Deze week is Jeroen bij Hanno Weet Raad, waar hij met open armen werd ontvangen en waar het na tien minuten leek alsof hij nooit was weggeweest. Ik heb mijn kennismaking bij Lagas Tandartsen deze vrijdag. Het voelt alsof we nooit zijn weggeweest. Vanaf dag één draaien we weer mee in de gezellige, chaotische Nederlandse dynamiek.

Het enige wat wennen blijft, is het weer. Van 30+ graden naar temperaturen rond het vriespunt, het lichaam moppert. Maar met een lekkere kop thee en een fleece dekentje voel je ook weer: ja… thuis.

Komend weekend schuiven we alweer aan bij verjaardagen, borrels en housewarmings.
We zijn terug.
In Nederland. Bij familie. Bij vrienden.

En My Motu?
Die ligt veilig in Fiji te wachten.
Tussen autobanden, beton en palmbomen, net als wij onderweg, maar dan even op pauze.

REACTIES AAN BOORD

Laat een bericht achter

Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.

Reacties laden…