Terug in het ritme
En dan komt die dag.
De dag waarop de wekker weer om kwart over zes afgaat. De dag waarop de broodtrommel opnieuw gevuld op het aanrecht staat, alsof hij die rol altijd heeft gehad.
Buiten hangt die frisse Hollandse ochtendlucht, scherp en schoon, die je longen in glijdt terwijl we richting auto en motor lopen. Jeroen rijdt in de regen richting Hilversum, ik blijf dichter bij huis en stuur mijn auto richting Veenendaal.
Op de snelweg staat een lange file, zo’n grijze sliert van stilstaande auto’s die je meteen laat beseffen dat je écht terug bent in Nederland. Gelukkig ken ik de binnendoorweggetjes nog en rijd ik uiteindelijk ruim op tijd de parkeerplaats op.
Zodra ik de deur van de praktijk open, komt de bekende alcoholgeur me tegemoet. Het is het soort geur dat ik jarenlang dagelijks rook, een geur die bijna voelt als thuiskomen. Spontaan verschijnt er een glimlach op mijn gezicht. Mijn behandelkamer staat al volledig klaar, keurig voorbereid door de assistente. Luxe, denk ik. Een luxe die ik eigenlijk bijna verleerd ben.




Ik loop naar boven om me om te kleden, trek mijn uniform weer aan alsof het nooit is weggeweest, en wanneer ik beneden kom, log ik in op de computer. Even later haal ik mijn eerste cliënt uit de wachtkamer. We maken een kort praatje, warm en vertrouwd, en dan starten we de behandeling.
En daar komt-ie: het voor mij o zo bekende geluid van de airflow, de piepjes van het apparaat, het ritme van tandsteen verwijderen. Binnen twee minuten voelt het alsof ik nooit ben weggeweest. Mijn handen vinden vanzelf hun weg, langs kiezen en randen en kleine hoekjes. De vormen zijn vertrouwd, de bewegingen automatisch. Het is bijna alsof mijn lichaam blij is dat het dit weer mag doen. Dat het iets herkent wat diep opgeslagen ligt.
Aan het einde van de behandeling zie ik die stralende glimlach. Zo’n echte, opgeluchte lach van iemand die weer fris de wereld in stapt. En ik voel trots. Niet om iets groots, maar om iets kleins en waardevols: een mooi begin van de dag.
Voor je het weet, ga je van je eerste cliënt naar je eerste werkweek. Een week waarin ik zoveel mogelijk probeer te onthouden: alle routines, alle systemen, alle kleine handigheidjes die een praktijk soepel laten draaien. Vooral met de stille hoop dat niemand merkt dat er een nieuwe collega rondloopt. Een tijdelijke collega, maar wel eentje die het beste wil geven.
Mijn lichaam moest die eerste twee dagen even wennen aan het Nederlandse tempo. De lange dagen, het continue ritme zonder de pauzes van het zeilersleven. Maar het wende. Natuurlijk wende het.
En terwijl ik na een week mijn auto weer instap, denk ik maar één ding:
ik ben terug. Niet voor altijd, maar wel helemaal.
Jeroen terug bij Hanno
Ook bij Jeroen ging het ongeveer zo. Het grote verschil met vroeger is alleen dat hij nu niet meer met zijn eigen bus naar het werk rijdt. Elke ochtend stapt hij eerst op de motor voor een rit van een uur naar Hilversum. Daar haalt hij de werkbus op en rijdt vervolgens door naar de klanten.
Klanten die hij vaak nog kent van voordat we vertrokken om te gaan zeilen. Sommige adressen zijn nauwelijks veranderd. En hoewel er op een werkdag weinig tijd is om uitgebreid bij te praten, wordt er tijdens de koffiepauze toch altijd even gelachen en bijgepraat.



Ondanks de kou rijdt hij vrijwel elke dag op de motor. Niet omdat het zo comfortabel is, maar omdat het net iets sneller gaat door de files. En files… daar hebben we in Nederland weer volop kennis mee gemaakt.
Als hij ’s avonds thuiskomt, staat er meestal al eten klaar. Soms heeft Hanneke gekookt, soms ik, en kan hij zo aanschuiven. Donderdagavonden zijn vaak gereserveerd voor vrienden. Dan gaat hij langs, blijft hangen voor een hapje eten en komt later op de avond weer thuis met verhalen van vroeger.
Net als bij mij moest ook zijn lichaam de eerste week weer wennen. Andere spieren, andere bewegingen. Na een paar dagen hadden we allebei spierpijn op plekken waarvan we bijna vergeten waren dat ze bestonden.
Even terug naar Spanje
De ouders van Jeroen zitten elk jaar vier à vijf maanden in Spanje. Dit jaar zouden ze begin maart weer terugkomen naar Nederland. Maar omdat Jeroen zijn ouders al ruim tweeënhalf jaar niet in het echt had gezien, besloten we dat wachten eigenlijk geen optie was.
Dus boekte hij een kleine trip van vijf dagen naar Spanje.
Even geen werk, geen afspraken, geen volle agenda. Gewoon samen zijn.
Een knuffel geven die eigenlijk al jaren had moeten plaatsvinden. Aan de keukentafel zitten met koffie, verhalen vertellen, lachen om oude herinneringen en ondertussen langzaam weer bijpraten over alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd.




Want hoe vaak je ook belt of videobelt, niets vervangt het moment dat je elkaar weer echt ziet. Even samen wandelen, samen eten, gewoon naast elkaar zitten en weten dat de afstand weer even verdwenen is.
Voor Jeroen was het precies wat hij nodig had. Even terug naar zijn ouders, naar het vertrouwde gevoel van thuis. En voor zijn ouders natuurlijk minstens zo bijzonder om hun zoon na al die tijd weer in de armen te kunnen sluiten.
De feestdagen
De feestdagen vieren we meestal nét even anders dan de meeste mensen.
Kerst zelf is vaak al druk genoeg voor iedereen, dus bij ons vindt het grote familiefeest meestal al iets eerder plaats. Samen met de gezinnen van mijn broer en zus, die inmiddels steeds groter worden met alle aanhang erbij, komen we dan bij elkaar. Soms bij mijn broer thuis, soms bij mijn zus. Wie er dit jaar “de beurt” heeft, maakt eigenlijk niet zoveel uit, zolang we maar weer met z’n allen rond de tafel zitten.
Het is inmiddels een traditie geworden waar iedereen naar uitkijkt.
Iedereen neemt cadeautjes mee en natuurlijk hoort daar een gedicht bij. Sommige gedichten zijn lief, andere een beetje plagerig, en af en toe zit er eentje tussen waar de hele kamer van moet lachen. De pakjes worden één voor één uitgepakt terwijl iedereen nieuwsgierig meekijkt. Soms wordt er hard gelachen om een goed gevonden cadeau, soms moet iemand even uitleggen wat het eigenlijk precies is.
Daarna schuiven we aan tafel voor sushi. Schalen vol rollen, stokjes die overal rondgaan en ondertussen wordt er door elkaar gepraat, gelachen en bijgepraat. Het huis vult zich met stemmen, verhalen en die typische gezellige chaos die ontstaat als iedereen tegelijk iets te vertellen heeft. Het zijn van die avonden die altijd veel te snel voorbij lijken te gaan.


Eerste kerstdag vierden we met de familie van Teunis. Sinds vorig jaar schuiven wij ook aan bij hun familietraditie, en dat voelt bijzonder warm. Het is zo’n familie waar de deur meteen openstaat en je je direct welkom voelt. Binnen de kortste keren zit je tussen gesprekken, grappen en verhalen alsof je er al jaren bij hoort.
Het is een vrolijke, gezellige boel waarbij iedereen door elkaar praat, lacht en herinneringen ophaalt. Precies zoals kerst eigenlijk hoort te zijn.
En terwijl we daar zitten, realiseer ik me telkens weer hoe bijzonder het is om na zo’n lange tijd op zee deze momenten met familie weer van dichtbij te kunnen meemaken.
De praktijk
Mijn nieuwe werkplek bevalt me eigenlijk erg goed.
De praktijk voelt jong, dynamisch en energiek. En eerlijk gezegd moet ik soms lachen als ik me realiseer dat ik met afstand de oudste behandelaar ben. Mijn collega’s zijn zo’n veertien tot twintig jaar jonger dan ik. Maar juist dat maakt het leuk.
Die jonge energie, nieuwe ideeën en frisse blik zijn echt een eyeopener. Het is bovendien lang geleden dat ik in een praktijk werkte met zoveel collega’s. Tijdens de feestdagen betekent dat ook bedrijfsuitjes en momenten waarop je elkaar op een andere manier leert kennen. Het maakt dat je je al snel onderdeel voelt van het team.











Er is ook een bijzonder toeval.
Luc, de tandarts en eigenaar van de praktijk, en zijn vrouw Merel, die ook mondhygiëniste is, hebben elkaar ooit leren kennen in een tandartspraktijk in Utrecht. En wat blijkt? In diezelfde praktijk heb ik vroeger ook waargenomen. Grappig hoe de tandheelkundige wereld soms toch weer klein blijkt te zijn.
De samenwerking met de tandartsen Luc, Roos en Roger verloopt ontzettend prettig. Iedereen werkt samen, denkt mee en er hangt een open, fijne sfeer waarin je je werk goed kunt doen.

Ook met mijn collega-mondhygiënistes Renate en Merel is het heel prettig om samen te werken. En ondertussen volg ik via Polarsteps ook de reis van Fleur, de mondhygiëniste die ik tijdelijk vervang. Terwijl ik hier in Nederland weer in het werkritme zit, reist zij door Azië. Dat voelt ergens ook weer heel herkenbaar.
Wat mij ook opvalt is hoe hard er in de praktijk gewerkt wordt. De assistentes zorgen dat alles klaarstaat, materialen op tijd aanwezig zijn en de behandelkamers soepel blijven draaien. Van een afstandje lijkt alles bijna vanzelf te gaan, maar je ziet dat daar veel inzet achter zit.
En dan heb je natuurlijk nog de balie.
In mijn ogen misschien wel de lastigste plek in de hele praktijk. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor iedereen die binnenkomt of belt. En laten we eerlijk zijn: mensen zijn niet altijd even redelijk wanneer ze pijn hebben of zich zorgen maken. Soms komen er eisen of verwachtingen binnen die simpelweg niet haalbaar zijn.
Juist omdat zij degene zijn die dat als eerste moeten opvangen, wordt hun geduld regelmatig flink op de proef gesteld. Daar heb ik echt bewondering voor.
Zelf maakte ik dat in mijn eerste week ook meteen mee. Terwijl ik mijn cliënt uit de wachtkamer wilde halen, riep iemand al luid dat ze niet door mij behandeld wilde worden. Zo’n reactie kan je innerlijk toch even laten schrikken.
Maar ergens snap ik het ook wel. Als je jarenlang door dezelfde behandelaar bent geholpen, kan het wennen zijn wanneer er ineens iemand anders staat.
Ik nam haar rustig mee naar de behandelkamer en legde de situatie uit. Uiteindelijk ging ze, weliswaar wat tegensputterend, toch in de stoel liggen. Achteraf denk ik dat het misschien beter was geweest om haar een andere afspraak te laten maken. Want vanaf dat moment merk je dat je het eigenlijk al niet meer goed kunt doen in de ogen van die cliënt. Het was geen prettige behandeling, maar gelukkig bleef het bij die ene ervaring.
De rest van de cliënten reageerde juist positief en enthousiast. En dan besef je ook weer iets wat eigenlijk altijd waar is: je kunt het simpelweg niet iedereen naar de zin maken.
En dat is oké.
Sterker nog: voor het eerst in lange tijd heb ik een plek gevonden waarvan ik denk… hier zou ik eigenlijk best willen blijven werken. Best bijzonder voor mij, want ik heb altijd gezegd dat ik er zeker van was dat ik ooit weer mijn eigen praktijk zou beginnen.
Avonden vol bijpraten
Naast het werk proberen we zoveel mogelijk tijd door te brengen met familie en vrienden.
Gemiddeld zo’n twee avonden per week zitten we ergens aan tafel. Bij vrienden, familie of kennissen. Meestal plannen we dat wel van tevoren, want met volle agenda’s is spontaan afspreken niet altijd zo eenvoudig.
Op donderdag is dat voor Jeroen soms anders. Omdat ik dan tot negen uur ’s avonds werk, duikt hij nog wel eens spontaan ergens op voor een kop koffie of een hapje eten. Tegen de tijd dat ik thuiskom, heeft hij vaak alweer een paar verhalen verzameld.
Als we samen op pad gaan, wordt er gegeten, gelachen en vooral veel bijgepraat. Over alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Over het leven hier in Nederland, maar natuurlijk ook over onze avonturen op zee.
Want hoewel veel mensen onze reis volgen, is het toch anders wanneer je de verhalen gewoon samen aan tafel kunt vertellen. En meestal komt dan ook al snel de nieuwsgierigheid naar de verhalen die we niet in de blogs zetten.
Het voelt soms alsof we vier maanden sociale achterstand proberen in te halen.
Maar eerlijk gezegd genieten we ervan. Na zo’n lange tijd op zee is het juist ontzettend fijn om weer even tussen de mensen te zijn die je al zo lang kent.
En terwijl we daar zo zitten te praten en te lachen, beseffen we ook dat dit maar tijdelijk is. Want ergens, aan de andere kant van de wereld, wacht onze boot geduldig op ons.




Ondertussen… de boot
En natuurlijk blijft er ondertussen ook nog één groot onderwerp door alles heen lopen: de boot.
We hadden gehoopt dat de gearbox die we uit Fiji hadden meegenomen hier nagemaakt kon worden. Helaas bleek dat het uiteindelijk toch te complex was. Het onderdeel was simpelweg te specifiek en de kans dat het niet perfect zou lukken vonden we te groot. En omdat het om een flinke investering gaat, wilden we geen risico nemen. Als we het doen, doen we het liever meteen goed.
Dus namen we een beslissing waar we even van moesten slikken.
We hebben besloten om een compleet nieuwe C-drive-ombouw bij Amel te bestellen.
Het hele C-drive-systeem in onze Amel Super Maramu is namelijk nog van aluminium. Eind jaren ’90 heeft Amel dit systeem al aangepast en vervangen door een nieuwere, sterkere uitvoering van een ander materiaal. Toch heeft het aluminiumsysteem in onze boot het al die jaren verrassend goed volgehouden.
Het probleem is alleen dat Amel inmiddels geen reserveonderdelen meer heeft voor dit oude systeem. Sommige onderdelen zijn simpelweg niet meer te krijgen. De enige echte oplossing is daarom om het hele systeem om te bouwen naar de nieuwere C-drive die ook op de Amel 54 wordt gebruikt.
Dat betekent nogal wat.
Er komen twee nieuwe gearboxen (keerkoppelingen), een nieuwe Vetus-koppeling en er moeten nieuwe steunen onder onze motor worden gemaakt. De motor zal namelijk iets verplaatst moeten worden zodat alles straks weer perfect op elkaar aansluit.
En dan begint het echte precisiewerk: alles moet weer exact worden uitgelijnd zodat de aandrijving soepel en zonder spanning kan draaien.
Daarvoor heeft Gerard, een oud-collega van Jeroen, speciaal een uitlijntool voor ons gemaakt. Met zo’n hulpmiddel kunnen we straks in Fiji heel precies controleren of alles weer perfect recht staat wanneer de nieuwe onderdelen worden gemonteerd.
Toen we uiteindelijk de bestelling hadden geplaatst, keken Jeroen en ik elkaar even aan. Zonder woorden wisten we dat we de juiste keuze hadden gemaakt. Soms moet je gewoon gaan voor de oplossing die het meest betrouwbaar is, ook al is dat niet de makkelijkste.
Het betekent wel dat we de komende tijd nog even flink moeten blijven werken.
En nu begint het lange wachten.
Wachten tot alles geproduceerd is. Wachten tot het verscheept wordt. En vooral hopen dat het uiteindelijk veilig aankomt in Fiji.
Want terwijl wij hier in Nederland weer even meedraaien in het dagelijkse leven, ligt My Motu ondertussen rustig te wachten in de hurricane pit van Vuda Marina. Geduldig, alsof ze weet dat we straks weer terugkomen.
Maar dat zal nog een paar maanden duren.
Tot het moment dat de oceaan ons weer roept.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…