Soms brengt de oceaan je weer bij elkaar
Sommige vriendschappen ontstaan op de meest bijzondere plekken. Voor ons begon dat avontuur in 2014, tijdens onze allereerste vrijwilligersreis naar India.
Samen met de Australische tandarts Marcel reisden we af naar een klein dorp waar we gratis tandheelkundige zorg verleenden aan de lokale bevolking. Tess, destijds de enthousiaste assistente van Marcel, ging mee om te assisteren. Jeroen was onze onmisbare technicus en hielp overal waar nodig. Het werd een reis die we nooit meer zouden vergeten.








Tess was toen pas achttien jaar oud: één brok energie, altijd vrolijk en met een aanstekelijke lach. Waar zij verscheen, volgden de kinderen vanzelf. Binnen de kortste keren rende er weer een hele groep achter haar aan. Het was prachtig om te zien hoeveel plezier ze met iedereen maakte en hoeveel warmte ze uitstraalde. We hebben die weken ontzettend veel gelachen en prachtige herinneringen gemaakt.

















Hoewel we daarna allemaal weer ons eigen leven oppakten, is het contact nooit verdwenen. Tess bezocht ons twee keer in Nederland en ik ben ook een keer bij haar in Australië geweest. In de jaren daarna woonde ze bovendien vijf jaar in Engeland en vier jaar in Canada, voordat ze uiteindelijk terugkeerde naar haar thuisland Australië.













Voordat ze aan een nieuwe opleiding begint, besloot ze nog één mooi avontuur mee te pakken: een week aan boord van My Motu.
Voor Tess was werkelijk alles nieuw. Ze had nog nooit op een zeilboot gewoond en zelfs nog nooit gezeild. Natuurlijk wilden we haar laten zien waarom wij zo verliefd zijn geworden op dit leven, maar het weer werkte niet bepaald mee. Dagenlang zaten Jeroen en ik de weerkaarten te bestuderen. Waar konden we veilig naartoe? En vooral: waar zou Tess ervaren hoe mooi het leven op zee kan zijn, zonder meteen afgeschrikt te worden door een ruige overtocht?
Onze keuze viel op Namena Island, een beschermd natuurreservaat dat bekendstaat om zijn kristalheldere water en prachtige snorkel- en duiklocaties. Al voordat Tess arriveerde hadden we de benodigde permits geregeld, zodat we meteen konden vertrekken zodra het weer ons die kans zou geven.


Na haar taxirit van Labasa naar Savusavu brachten we haar naar haar nieuwe thuis voor de komende week. Eerst natuurlijk een uitgebreide rondleiding door de boot, daarna de koffers een plekje geven en vervolgens nog even samen boodschappen doen om te kijken of er iets ontbrak. Behalve een pak havervlokken bleek alles al aan boord te zijn.
De eerste avond sloten we af in een Indiaas restaurant in Savusavu. Een klein beetje nostalgie, want ongemerkt dwaalden onze gedachten weer even af naar die eerste vrijwilligersreis waar onze vriendschap ooit begon. Terug aan boord duurde het niet lang voordat Tess, moe van de reis, als een blok in slaap viel.
De volgende ochtend besloten we alvast een klein stukje op te schuiven naar het Cousteau Resort. Op open zee stond nog te veel wind en waren de golven simpelweg te hoog om er een prettige eerste zeilervaring van te maken. Voor het resort lagen we echter heerlijk beschut. Als de voorspellingen klopten, zou de wind de volgende dag eindelijk afnemen.
En inderdaad, de volgende ochtend was het zover.
We hesen het anker en zetten koers naar Namena Island, zo’n 25 zeemijl verderop. Een tocht van ongeveer vijf uur. Hoewel de wind was afgenomen, stonden er nog steeds golven van zo’n twee meter schuin van voren. Niet gevaarlijk, maar wel precies het soort beweging waarbij een eerste kennismaking met zeilen behoorlijk pittig kan zijn.
Het duurde dan ook niet lang voordat Tess kennismaakte met een ander, minder romantisch onderdeel van het zeilersleven: zeeziekte.
En niet zo’n beetje ook.
De blauwe emmer werd gedurende de hele overtocht haar allerbeste vriend.
Gelukkig veranderde alles zodra we door de smalle pass voeren en het kalme water van Namena bereikten. Niet veel later viel het anker en kwam langzaam de kleur weer terug op haar gezicht. De eerste zeiltocht had ze overleefd… en het mooiste deel van de week moest nog beginnen.


Die avond genoten we van een heerlijke maaltijd aan boord. Tijdens het eten vertelde Tess lachend dat ze ontzettend nieuwsgierig was geweest naar het leven op een zeilboot. Ze had zich van alles voorgesteld, maar eerlijk gezegd had ze niet verwacht dat er zó lekker, gezond en uitgebreid gekookt zou worden. Dat was een aangename verrassing.
Na het eten duurde het niet lang voordat de vermoeidheid toesloeg. We gingen allemaal redelijk op tijd naar bed. Iets wat mensen die nooit langere tijd buiten leven vaak onderschatten, is hoeveel energie de zon, de zeelucht en alle nieuwe indrukken kosten. Aan het einde van zo’n dag voel je je heerlijk voldaan, maar ook echt moe. Bovendien wilden we de volgende ochtend fris en uitgerust zijn, want eindelijk konden we gaan ontdekken waar Namena Island zo beroemd om is.
Voor Tess was dat echter niet alleen iets om naar uit te kijken, maar ook een klein beetje spannend.
Wie in Australië opgroeit, leert al jong dat de oceaan prachtig is, maar ook respect verdient. De wateren rondom Australië herbergen een indrukwekkende hoeveelheid dieren waar je liever niet te dicht bij in de buurt komt. Van zoutwaterkrokodillen en giftige zeeslangen tot boxjellyfish, blue-ringed octopussen en natuurlijk de grote haaiensoorten die regelmatig het nieuws halen. Australiërs groeien op met het besef dat je altijd alert moet zijn wanneer je de zee ingaat.
Het is dan ook niet zo vreemd dat Tess even moest wennen aan ons enthousiasme. “Ja hoor,” zeiden wij heel ontspannen, “grote kans dat we morgen haaien tegenkomen.”
Je zag haar even slikken.
Gelukkig konden we haar ook meteen geruststellen. De haaien die je bij Namena meestal ziet zijn blacktip- en whitetip-rifhaaien. Elegante, nieuwsgierige dieren die al hun hele leven tussen snorkelaars en duikers zwemmen en mensen volledig negeren. Sterker nog, de meeste verdwijnen al voordat jij ze goed hebt kunnen bekijken.
Voor ons zijn ze inmiddels een vast onderdeel van een mooie snorkeltocht. Het blijft iedere keer weer bijzonder om ze zo sierlijk door het heldere water te zien glijden. We hoopten stiekem dat Tess dat aan het einde van de volgende dag net zo zou ervaren.
Na een rustig ontbijt maakten we ons klaar voor onze eerste snorkeltocht. We hoefden niet eens ver weg. Direct achter de boot, vlak bij de kant, begon de onderwaterwereld al. En wat voor één.
Vrijwel meteen werden we omringd door grote scholen kleurrijke tropische vissen. Een nieuwsgierige blacktip-rifhaai gleed geruisloos langs de rand van het rif, reusachtige giant clams schitterden in alle tinten blauw, groen en paars en een paar indrukwekkende giant trevallies trokken rustig door het heldere water. Een betere eerste kennismaking met Namena hadden we ons niet kunnen wensen.
Ook die middag gingen we opnieuw het water in. Het was mooi om te zien hoe Tess steeds meer ontspannen raakte. De spanning die ze de eerste dag nog voelde, maakte langzaam plaats voor nieuwsgierigheid en verwondering.
Na het snorkelen zwommen we terug naar de dinghy. Ik klom als eerste aan boord en Tess stapte vlak achter mij in. Net op het moment dat zij in de dinghy klom, zag ik in de verte ineens iets boven het water uitspringen.
“Dat kan toch niet…”
Een paar tellen later gebeurde het opnieuw.
Een bultrug!
“Jeroen! Walvissen! Snel, snel!”
Nog voordat ik uitgesproken was, sprong Jeroen aan boord van de dinghy en voeren we zo snel als verantwoord mogelijk richting de plek waar we de walvissen hadden gezien.
Wat we vervolgens meemaakten voelde bijna onwerkelijk.
Op nog geen vijftig meter afstand sprong een jonge bultrug keer op keer spectaculair uit het water. Een kalf, vol energie, nieuwsgierigheid en levenslust, dat leek te genieten van ieder moment, terwijl zijn moeder rustig in de buurt bleef en alles nauwlettend in de gaten hield. We konden alleen maar lachen, elkaar vol ongeloof aankijken en ons afvragen of dit echt gebeurde. Wat een ongelooflijk cadeau. Juist de timing maakte het moment nog specialer. Het was pas 23 juni, nog heel vroeg in het seizoen. In Fiji beginnen de eerste bultruggen meestal pas vanaf ongeveer 1 juli langzaam te verschijnen, met de grootste kans om ze te zien later in augustus en september. Dat we nu al een moeder met haar jong zagen, springend en steeds weer bovenkomend vlak naast ons, voelde daarom ongelooflijk bijzonder. Alsof de oceaan had besloten ons veel eerder dan verwacht een cadeau te geven.
Na een tijdje besloten we de dinghy een stukje verder te varen en de motor weer uit te zetten. Zodra de stilte terugkeerde, lieten we ons zachtjes over de kalme zee drijven. Dat doen we bewust. Het geluid van een buitenboordmotor draagt verrassend ver onder water en kan voor bultruggen storend zijn. Ze communiceren met elkaar over grote afstanden via hun indrukwekkende gezang en zijn bovendien zeer gevoelig voor geluid en trillingen. Door de motor uit te zetten hopen we hun natuurlijke gedrag zo min mogelijk te verstoren. Bovendien verandert de hele beleving zodra de stilte terugkeert. Je hoort alleen nog het zachte klotsen van het water tegen de dinghy, het geluid van onze eigen ademhaling en je voelt hoe de spanning langzaam plaatsmaakt voor pure verwondering. Alsof je heel even onderdeel wordt van hun wereld, in plaats van slechts een toeschouwer.
En toen werd alles opeens stil.
Volledig stil.
Er was geen andere boot te bekennen. Alleen wij drieën, dobberend in een kleine rubberboot op een spiegelgladde oceaan.
De walvissen waren al verdwenen onder water.
We wachtten.
En wachtten.
Geen rimpeltje.
Geen beweging.
Geen idee waar ze waren.
Tot plotseling…
FSSSHHHH!
Een explosieve uitademing verbrak de stilte. We schrokken ons rot en moesten daarna allemaal hard lachen om onze eigen schrikreactie.
Op nog geen twee meter naast de dinghy kwamen moeder en kalf tegelijkertijd boven om adem te halen. Ze waren ongemerkt onder onze boot door gezwommen.
De warme nevel van hun adem hing heel even boven het water. Hun enorme, glanzende ruggen gleden langzaam langs ons omhoog. Heel even leek de tijd stil te staan, voordat ze bijna geruisloos weer verdwenen in het diepblauwe water.
Al glimlachend bleven we naar ze kijken.
Nog een tijdje bleven we bij elkaar in de buurt. Het jonge dier maakte nog twee prachtige sprongen voordat moeder en kalf langzaam verdwenen in de uitgestrekte blauwe oceaan.
Wat vonden we het jammer dat we geen GoPro of telefoon bij ons hadden.
Maar eigenlijk…
…was dat helemaal niet belangrijk.
Sommige momenten zijn te bijzonder om door een scherm te beleven. Die draag je voor altijd met je mee. Dit zijn precies de momenten die het leven op een zeilboot zo ongelooflijk bijzonder maken. Zo dicht bij de natuur, op plekken waar je soms helemaal alleen bent, en waar de oceaan je onverwacht beloont met herinneringen die je nooit meer zult vergeten.
De volgende ochtend was de zee spiegelglad. Geen zuchtje wind. Perfect om met de dinghy naar het buitenrif te varen.
Nog voordat we het water in gingen zagen we hoe ongelooflijk helder de oceaan was. Het rif lag bijna letterlijk onder ons. Zodra we naar beneden keken, ontvouwde zich een kleurrijke wereld vol leven. Uitgestrekte velden met hard- en zachtkoraal wisselden elkaar af en overal zwommen scholen tropische vissen in alle kleuren van de regenboog.
Het voelde alsof we boven een gigantisch, levend aquarium zweefden.
Op een diepte van ongeveer twintig meter gleed een whitetip-rifhaai rustig langs het rif. Met sierlijke, ontspannen bewegingen en langzame slagen van zijn staart trok hij onverstoorbaar zijn eigen weg, volledig ongestoord door ons, terwijl wij boven hem snorkelden.
Het was het ook erg leuk om naar Tess te kijken.
De voorzichtigheid van de eerste dagen was volledig verdwenen. Ze voelde zich steeds vrijer in het water en zwom sierlijk tussen het koraal en de vissen door, bijna als een zeemeermin. Het vertrouwen groeide met iedere snorkeltocht en ze genoot zichtbaar van elke minuut.
Terug aan boord gingen de gesprekken nog uren door. Niet alleen over alles wat we die dag onder water hadden gezien, maar ook omdat we elkaar alweer zes jaar niet hadden ontmoet. Er was meer dan genoeg om bij te praten.
Al snel vonden we een heerlijk ritme. ‘s Ochtends snorkelen op weer een andere plek van het rif, ‘s middags ontspannen aan boord of een stukje paddleboarden, af en toe een wandeling over het kleine eiland en tussendoor uitgebreid lunchen of dineren met een goed glas wijn. De avonden sloten we steevast af met een spectaculaire zonsondergang, terwijl de zee langzaam veranderde in een spiegel van goud, oranje en roze.








Na overleg met Tess besloten we onze planning los te laten en nog wat langer bij Namena Island te blijven. Omdat Tess snel zeeziek wordt, wilden we haar juist de mooiste kant van het zeilleven laten ervaren. Niet alleen de overtochten, maar vooral het leven dat daarna begint. Wakker worden in een beschutte baai, snorkelen boven kleurrijke koraalriffen, paddleboarden over spiegelglad water en genieten van lange, ontspannen dagen waarop niets hoeft en alles mag. Namena was zo’n plek waar je moeiteloos nog een paar dagen langer blijft, simpelweg omdat het voelt alsof je al op de bestemming bent aangekomen.


Terwijl de dagen voorbijvlogen, vroegen we Tess hoe zij deze bijzondere week eigenlijk had ervaren. Haar antwoord raakte ons misschien nog wel meer dan we hadden verwacht.
Toen we haar vroegen welk moment ze voor altijd met zich mee zou dragen, hoefde ze daar niet lang over na te denken. Natuurlijk noemde ze het snorkelen tussen de kleurrijke papegaaivissen, de schildpadden, de rifhaaien en de indrukwekkende walvissen die we zo onverwacht tegenkwamen. Maar haar eerste antwoord was het allermooist. Ze vertelde dat het samenzijn met ons, haar twee favoriete mensen ter wereld, voor haar de dierbaarste herinnering van de hele week was. Dat ze aan boord een rust had gevonden die ze al lange tijd niet meer had gevoeld. Gewoon samen genieten van het leven op zee, de gesprekken, het lachen en de kleine momenten van alledag hadden haar meer gedaan dan ze vooraf had kunnen bedenken. Een mooier compliment hadden we ons eigenlijk niet kunnen wensen.
Ze vertelde ook dat ze vooraf geen idee had hoeveel er eigenlijk bij het zeilen komt kijken. Van buitenaf lijkt het soms een zorgeloos bestaan waarbij je alleen de zeilen hoeft te hijsen, maar deze week liet haar zien hoeveel planning, kennis en fysieke inspanning er achter iedere overtocht schuilgaat. Juist daardoor kreeg ze een enorme waardering voor het zeilen én voor de bijzondere gemeenschap van mensen die voor dit leven hebben gekozen.
Tess was het meest verrast door het leven aan boord van My Motu zelf. Ze had zich een eenvoudige boot voorgesteld, maar ontdekte een comfortabel thuis met alle voorzieningen, fijne plekjes om een boek te lezen en vooral een ongekende rust. Het leven op zee bleek veel vrediger dan ze zich ooit had kunnen voorstellen.
Maar haar mooiste antwoord was, dat deze week haar iets had gegeven wat ze niet had verwacht. Ze vertelde dat de dagen op My Motu haar mentale rust en helderheid hadden gebracht. Alsof de stress en drukte van het afgelopen jaar langzaam van haar af waren gegleden en er ruimte ontstond voor nieuwe energie en een frisse start. Dat is misschien wel precies wat het leven op zee zo bijzonder maakt. De oceaan dwingt je niet alleen om langzamer te leven, maar geeft je ook de tijd om weer echt te voelen, te genieten en simpelweg aanwezig te zijn in het moment.
Op zaterdag 27 juni hijsen we voor de laatste keer samen de zeilen en zetten koers terug naar Savusavu. De terugtocht verloopt gelukkig een stuk aangenamer. Er staat minder wind, de golven zijn rustiger en we hebben ze schuin van achteren, waardoor de zee veel vriendelijker aanvoelt. Voor Tess is dat een wereld van verschil. Vier uur later pikken we onze mooring weer op in Savusavu.
Die avond is extra bijzonder. Niet alleen sluiten we een onvergetelijke week met Tess af, het is ook de dag waarop Jeroen en ik alweer 31 jaar getrouwd zijn. We vieren het zoals we dat het liefste doen: met een heerlijke maaltijd aan boord van My Motu, een goed glas wijn en een prachtige zonsondergang die langzaam achter de heuvels van Savusavu verdwijnt.



De volgende ochtend brengen we Tess naar het kleine vliegveld, waar een week eerder haar avontuur aan boord begon. Afscheid nemen blijft misschien wel het moeilijkste onderdeel van dit zeilleven. Je ontmoet bijzondere mensen op de meest onverwachte plekken in de wereld, beleeft samen intense avonturen en in korte tijd ontstaan herinneringen die een leven lang meegaan. Daarna vliegt iedereen weer zijn eigen kant op.
We weten nu al dat we Tess enorm zullen missen. Het was een voorrecht om haar een week lang het leven aan boord van My Motu te laten ervaren en samen zoveel mooie momenten te delen. Misschien is dat wel het mooiste cadeau dat reizen kan geven: niet alleen nieuwe landen ontdekken, maar mensen ontmoeten die, hoe ver ze ook van elkaar wonen, altijd als familie zullen blijven voelen. Soms brengt de oceaan je naar de mooiste eilanden. Soms brengt ze je gewoon weer bij elkaar.


De deur van My Motu zal altijd voor haar openstaan.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…