Na weken waarin harde wind, grijze luchten en regelmatig een flinke hoeveelheid regen bijna normaal begonnen te worden, lijkt Fulaga eindelijk te besluiten ons weer even te laten zien waarom we deze plek zo ongelooflijk mooi vinden, want de wind neemt af, de zon komt tevoorschijn en ineens verandert de hele lagune. Het water krijgt zijn heldere blauwe en turquoise kleuren terug, de witte strandjes lichten weer op tussen het groen en de grillige kalkstenen eilandjes, die overal verspreid in de lagune liggen, lijken bijna boven het spiegelgladde water te zweven.
We liggen inmiddels alweer bijna een maand in Fulaga en toch ontdekken we nog steeds nieuwe plekjes, misschien juist wel omdat we hier zo lang blijven en niet meer het gevoel hebben dat we alles binnen een paar dagen moeten zien. We varen met de dinghy ergens naartoe omdat het mooi weer is, wachten met snorkelen totdat de stroming goed staat, lopen even bij iemand in het dorp binnen voor een kop thee of spreken met vrienden af voor een spelletjesavond, en ondertussen heeft het leven hier ongemerkt zijn eigen rustige tempo gekregen.
Nu de wind eindelijk een stuk minder is, willen we natuurlijk vooral het water weer in en dus halen we Steve van SV Gisele en Helwi van SV Passport II op en varen met z'n allen richting de pass, met het plan om zowel de pass als de false pass te snorkelen. Wanneer we daar aankomen, zien we alleen al snel dat we iets te vroeg zijn, want er staat nog behoorlijk wat stroming naar buiten en daarin willen we absoluut niet het water in.
We zullen dus nog even moeten wachten op slack tide, het moment waarop de stroming rond de kentering vrijwel tot stilstand komt, maar een uur in de dinghy zitten wachten terwijl je midden in de lagune van Fulaga bent, is natuurlijk nergens voor nodig. We zoeken daarom een mooie plek in de lagune waar we wel rustig kunnen snorkelen, springen daar het water in en vermaken ons prima terwijl we wachten tot de stroming voldoende is afgenomen.
Ongeveer een uur later varen we opnieuw richting de pass en nu ziet het er een stuk beter uit. De stroming is vrijwel verdwenen en we kunnen het water in om eerst de pass en daarna ook de false pass te snorkelen, waarbij we ons rustig door het heldere water laten meevoeren terwijl onder ons het rif ligt en overal vissen tussen de koralen door zwemmen. We hebben hier inmiddels al vaker gesnorkeld en toch blijft het iedere keer bijzonder, want het licht is anders, de stroming is anders en je weet nooit wat er deze keer onder je of naast je voorbij zal zwemmen.
Na alle dagen waarop het weer bepaalde wat we wel en niet konden doen, genieten we er extra van dat we nu gewoon met elkaar in het water kunnen liggen, zonder haast en zonder alweer bezig te zijn met de volgende regenbui. Het is weer zo'n typisch Fulaga-moment dat op het moment zelf bijna gewoon begint te voelen, terwijl je tegelijkertijd weet dat dit helemaal niet gewoon is.
Met het rustige weer kunnen we eindelijk ook naar een ander plekje in de lagune dat we graag wat beter willen bekijken, een piepklein eilandje midden tussen de bijzondere rotsformaties dat onder cruisers bekendstaat als Rooster Island, of zoals wij het inmiddels eigenlijk nog liever noemen: Lonely Rooster Island.
De reden voor die naam laat zich niet moeilijk raden, want op het eiland woont daadwerkelijk een haan, die tussen het groen rondstapt alsof dit kleine tropische paradijs helemaal van hem is en die, eerlijk is eerlijk, waarschijnlijk een van de mooiste woonplekken heeft die een haan zich kan wensen.
Helemaal onbewoond is zijn eiland trouwens niet, want er staat een klein huisje en we weten inmiddels dat er zo nu en dan een local naar het eiland komt om te kijken hoe het met de haan gaat en of hij nog voldoende te eten heeft, iets wat wij een heel geruststellende gedachte vinden. Zolang er cruisers in Fulaga zijn, zal het hem waarschijnlijk niet snel aan aandacht en wat extra eten ontbreken, maar tijdens het cycloonseizoen zijn er maanden waarin hier vrijwel geen zeilboten zijn, dus het is fijn om te weten dat er ook in die periode iemand naar hem omkijkt.
Over hoe de haan ooit op dit kleine eiland terecht is gekomen en hoe lang er al een haan woont, doen verschillende verhalen de ronde, maar een betrouwbare geschiedenis hebben we niet kunnen achterhalen en dus laten we die verhalen voor wat ze zijn. Wat we wél met eigen ogen kunnen zien, leggen we natuurlijk graag vast en daarom maken we foto's en laten we ook de drone opstijgen, want vanuit de lucht wordt pas echt zichtbaar hoe bijzonder zijn kleine koninkrijkje is: een groen eilandje met een klein huisje, midden in een enorme lagune vol tinten blauw en turquoise, en ergens daar beneden één haan die rustig zijn dagelijkse rondje loopt.
Lonely Rooster misschien, maar gelukkig niet helemaal alleen.
Ondertussen hebben we ook een goede reden om weer naar het dorp te gaan, want Ralph van Lille Venn heeft verf meegenomen voor zijn host Meika en tijdens een van die bezoeken horen we dat er iets bijzonders aankomt. Meika wordt op 11 september tachtig jaar en wij worden allemaal uitgenodigd om zijn verjaardag mee te vieren.
Wanneer we toch in het dorp zijn, lopen we natuurlijk ook even langs bij Alferetti en Bale, onze eigen hostfamilie, die we graag weer willen zien voordat we Fulaga verlaten. Alferetti is thuis, maar Bale helaas niet, want zij is met een longboat naar het naastgelegen eiland Ogea vertrokken. Gelukkig horen we dat zij weer terug zal zijn wanneer we vrijdag voor de verjaardag van Meika opnieuw naar het dorp komen, dus besluiten we hen dan gewoon nog een keer op te zoeken.
Maar er is nog iets wat we graag willen doen voordat we Fulaga verlaten. Tijdens onze bezoeken aan het dorp hebben we de houtsnijders regelmatig aan het werk gezien en we willen graag een mooie herinnering aan dit bijzondere ambacht meenemen.
Fulaga staat namelijk niet alleen bekend om zijn prachtige lagune, maar ook om zijn houtsnijders, een ambacht dat hier al generaties lang van vader op zoon wordt doorgegeven. Terwijl we door het dorp lopen, zien we op verschillende plekken mannen aan het werk, zittend tussen het hout en de krullen die tijdens het snijden op de grond terechtkomen, terwijl langzaam de prachtigste vormen en patronen tevoorschijn komen. Het is bijzonder om te zien hoeveel werk er in ieder stuk zit en hoe vrijwel alles nog met de hand wordt gemaakt.
De houtsnijders van Fulaga zijn in heel Fiji bekend om hun vakmanschap en maken traditioneel onder andere houten schalen, tanoa of kumete voor de yaqona, maar ook kano's en verschillende soorten traditionele Fijische clubs. Vroeger waren die clubs daadwerkelijk wapens, maar ze hadden binnen de Fijische cultuur ook een symbolische en ceremoniële betekenis. Ook de houten schalen speelden een belangrijke rol in het dagelijks leven en werden in het verleden door de bewoners van Fulaga geruild met omliggende eilanden voor voedsel en andere benodigdheden. Tegenwoordig worden veel van deze stukken nog steeds volgens dezelfde traditie gemaakt, maar vinden ze hun weg vooral naar bezoekers en vormen ze tegelijkertijd een belangrijke bron van inkomsten voor de families op het eiland.
Natuurlijk kunnen wij na bijna een maand Fulaga niet vertrekken zonder iets van dat bijzondere vakmanschap mee te nemen. We kiezen een prachtige houten schaal en daarnaast een traditioneel uitgesneden Fijische club, die straks allebei met ons verder zullen reizen. Mitchell maakt die laatste voor ons helemaal af door er met de hand Fulaga 2026 en zijn eigen naam in te graveren, waardoor het ineens veel meer wordt dan zomaar een mooi houtsnijwerk dat we ergens hebben gekocht.
En terwijl we Mitchell geconcentreerd aan het werk zien, tussen het hout, zijn gereedschap en alle andere prachtige stukken die om hem heen liggen, weten we eigenlijk al dat dit straks een van die herinneringen wordt die veel meer vertelt dan alleen waar we zijn geweest. Iedere keer dat we later naar die schaal of naar de club kijken, zullen we waarschijnlijk niet alleen aan Fulaga denken, maar ook aan het dorp, de mensen die we hier hebben leren kennen en aan de weken waarin deze bijzondere plek voor ons even een klein beetje als thuis begon te voelen.
Na bijna een maand zijn het dan ook allang niet meer alleen de prachtige lagune, de witte stranden en het rif die voor ons bij Fulaga horen. Het zijn net zo goed de mensen bij wie we even binnenlopen voor een kop thee, de houtsnijders die we aan het werk zien, de avonden met vrienden en al die kleine momenten die je alleen meekrijgt wanneer je ergens wat langer blijft.
Een paar dagen later is het tijd voor de tachtigste verjaardag van Meika en wat wij ons vooraf misschien als een gezellige verjaardag hadden voorgesteld, blijkt veel groter en uitgebreider te zijn. Het is een echte ceremonie waarbij een flinke groep familieleden, dorpsbewoners en cruisers samenkomt en waar we ook weer andere cruisers ontmoeten die we nog niet eerder hebben gesproken, waardoor het gezelschap steeds groter en gezelliger wordt.
We zitten met een grote groep locals bij elkaar en zoals we inmiddels in Fiji hebben geleerd, hoort bij een belangrijke gebeurtenis vooral heel veel eten, en ook deze keer worden we bepaald niet teleurgesteld. Voor ons verschijnt een enorme hoeveelheid heerlijk klaargemaakt eten, waaronder een heel varkentje, pork stew, cabbage met vis, verschillende andere visgerechten en zelfs zeekomkommers, die ik zelf graag aan iemand anders overlaat, maar die Evan wel probeert en volgens hem vooral één heel duidelijke eigenschap hebben: ze zijn behoorlijk zout.
Natuurlijk mag ook de yaqona, beter bekend als kava, niet ontbreken en terwijl de kommen rondgaan, wordt er gepraat en gelachen en blijven we ondertussen eten van alles wat voor ons is neergezet. En omdat zelfs in een afgelegen dorp in de Lau Group een tachtigste verjaardag natuurlijk niet compleet is zonder taart, wordt uiteindelijk ook de cake aangesneden.
Terwijl we daar tussen alle families en dorpsbewoners zitten, realiseer ik me opnieuw hoe bijzonder het eigenlijk is dat wij bij zo'n belangrijk moment aanwezig mogen zijn, want we zitten niet ergens aan de zijkant als toeristen die even komen kijken hoe een Fijische verjaardag wordt gevierd, maar gewoon tussen iedereen in, we eten hetzelfde eten, drinken samen kava, praten en lachen en vieren mee dat Meika tachtig jaar is geworden.
Na de verjaardag lopen we opnieuw langs bij Alferetti en Bale en dit keer hebben we geluk, want Bale is terug uit Ogea en is thuis. We drinken samen thee, praten nog een tijdje bij en genieten eigenlijk vooral van de eenvoud van zo'n bezoek, want juist die momenten waarop er helemaal niets spectaculairs gebeurt, behalve samen zitten en praten, zijn voor ons een belangrijk onderdeel geworden van Fulaga.
Wanneer het tijd wordt om terug te gaan naar de dinghy, begint het te regenen en niet een klein beetje ook, want binnen korte tijd komt het water met bakken uit de lucht en lopen we in de stromende regen terug richting het strand. Tegen de tijd dat we bij de dinghy aankomen, zijn we zo nat dat proberen droog te blijven sowieso geen enkele zin meer heeft en kunnen we er eigenlijk alleen maar om lachen.
Diezelfde avond staat er alweer iets gezelligs op het programma, want we gaan naar Lille Venn voor een spelletjesavond en samen met Steve en Caroline van SV Gisele maken we kennis met een voor ons nieuw kaartspel: Five Crowns. Zoals dat bij een nieuw spel meestal gaat, kijken we de eerste rondes nog regelmatig vragend naar elkaar, worden de regels nog een keer uitgelegd en denken we soms dat we het eindelijk begrijpen om vervolgens te ontdekken dat we toch weer iets over het hoofd hebben gezien, maar al snel krijgen we het door en wordt er steeds fanatieker gespeeld, gelachen en natuurlijk geprobeerd elkaar nét even te slim af te zijn.
Het wordt weer zo'n heerlijke avond die ongemerkt voorbijvliegt en waarvan we er tijdens deze maand in Fulaga inmiddels heel wat hebben gehad.
De volgende ochtend worden we opnieuw wakker met zon en nauwelijks wind en de oceaan buiten het rif ziet er zo rustig uit dat we samen met Ralph richting de pass varen om daar te gaan snorkelen. We beginnen net buiten de pass, springen met z'n drieën het water in en laten ons vervolgens door de stroming langzaam weer naar binnen voeren, een heerlijke manier van snorkelen waarbij je eigenlijk nauwelijks iets hoeft te doen behalve om je heen kijken en genieten van alles wat onder je voorbijtrekt.
Eenmaal weer terug in de dinghy kijken we naar de bijna vlakke oceaan buiten de pass en besluiten Jeroen en Ralph dat ze ook nog een stuk van het buitenrif willen snorkelen. Ik heb het inmiddels koud gekregen, dus terwijl zij opnieuw het water in gaan, blijf ik lekker in de dinghy om in de zon weer een beetje op te warmen. Ondertussen dobber ik langzaam bij hen in de buurt, houd Jeroen en Ralph goed in de gaten en scan tegelijkertijd voortdurend de horizon, waardoor ik me al snel een beetje de gids en uitkijk van de expeditie voel.
Misschien zie ik ergens een walvis bovenkomen, misschien verschijnt er ineens een groep dolfijnen of zie ik een grote groep vogels boven het water die verraadt dat er onder de oppervlakte iets interessants gebeurt, dus mijn ogen blijven van links naar rechts over de oceaan gaan. Af en toe springt er ergens een vis uit het water en iedere keer kijk ik automatisch die kant op, maar hoe goed ik ook zoek, vandaag laten de walvissen en dolfijnen zich niet zien.
Dan verschijnt er ineens iets veel dichter bij de dinghy.
Een grote schildpad komt rustig boven water en steekt zijn kop boven de oppervlakte, waarna hij even nieuwsgierig mijn kant op kijkt, rustig ademhaalt en vervolgens alweer naar beneden kijkt, alsof hij alvast probeert te bepalen waar hij straks naartoe zal duiken. Even later kijkt hij opnieuw naar mij, neemt nog een grote teug lucht en blijft nog even aan de oppervlakte hangen, waardoor we elkaar een paar keer aankijken voordat hij uiteindelijk besluit dat hij genoeg lucht heeft verzameld en langzaam weer onder water verdwijnt.
Ik blijf nog even kijken naar de plek waar hij de diepte in is verdwenen en moet glimlachen, want ik heb dan wel geen walvis of dolfijn gezien, maar deze onverwachte ontmoeting met een grote schildpad, terwijl ik daar alleen in de dinghy op de oceaan dobber, vind ik minstens zo mooi.
Ondertussen blijf ik natuurlijk ook Jeroen en Ralph in de gaten houden en zodra ik zie dat ze weer richting de pass zwemmen, vaar ik langzaam dichterbij. Wanneer ze terug bij de dinghy zijn, besluiten we dat deze prachtige ochtend nog niet helemaal voorbij hoeft te zijn en varen we nog even naar de false pass, die we ook snorkelen voordat we uiteindelijk teruggaan naar de boten.
Langzaam begint er ondertussen toch iets te veranderen, niet zozeer aan Fulaga, maar vooral in onze voorraadkasten, want na bijna een maand hier te hebben gelegen begint het behoorlijk zichtbaar te worden dat we al lange tijd geen supermarkt meer hebben gezien. Verse groenten en fruit zijn inmiddels verdwenen, iedere keer dat we een kastje, koelkast of vriezer openen wordt de keuze iets kleiner en hoewel we behoorlijk creatief zijn geworden in het koken met wat er nog wél aan boord is, komt er uiteindelijk natuurlijk een moment waarop zelfs met de nodige fantasie steeds minder tevoorschijn kan worden getoverd.
En dus beginnen we voorzichtig vooruit te kijken.
Op dit moment houden we vooral het weer rond 17 september goed in de gaten, want dat is de dag waarop we denken Fulaga te verlaten en weer verder te zeilen. Als het weer en de beschikbare tijd het toelaten, zouden we heel graag nog even stoppen in Kadavu voordat we verdergaan, maar zoals altijd op een zeilboot is een datum slechts een plan en bepaalt uiteindelijk niet onze agenda wanneer we vertrekken, maar de wind en de zee.
Dus worden de weerkaarten bekeken, vergelijken we de verschillende modellen en proberen we een geschikt moment te vinden om afscheid te nemen van een plek waar we inmiddels alweer bijna een maand liggen, en juist nu het vertrek dichterbij komt, realiseren we ons ook hoeveel er in die weken eigenlijk is gebeurd.
Jeroen kwam hier aan als beginnende wingfoiler en heeft in de afgelopen weken enorme stappen gemaakt. Waar hij in het begin vooral bezig was om langere stukken op de foil te blijven, ziet het er inmiddels steeds vanzelfsprekender uit en lukte het hem zelfs om een aantal goede tacks te maken. Ook Ralph bleef zijn kunsten verder verbeteren en ik, die alleen bij wat minder wind zelf het water op ging, ben inmiddels zo enthousiast geworden dat ik op zoek wil naar een tweedehands board, zodat ik straks ook vaker kan oefenen en hopelijk steeds een stukje verder kom.
Die wind was tenslotte een van de belangrijkste redenen waarom we zo graag terug wilden naar Fulaga, want waar vind je nu zo'n enorme, beschutte lagune met zoveel ruimte om te wingfoilen en tegelijkertijd zo vaak goede wind? Over de wind zul je ons dan ook niet snel horen mopperen en de mannen al helemaal niet, want iedere dag waarop het stevig waaide betekende voor hen weer uren op het water. Dat we na al die weken af en toe verlangend naar boven keken en hoopten dat tussen de wolken ook de zon weer eens wat vaker tevoorschijn zou komen, is een ander verhaal, want goede wind, een blauwe lucht en zonneschijn erbij blijft natuurlijk de perfecte combinatie.
Uiteindelijk heeft deze maand dan ook precies gebracht waarvoor we naar Fulaga kwamen: heel veel uren op het water, Jeroen die enorme stappen heeft gemaakt, Ralph die zijn wingfoilkunsten verder heeft verbeterd en, misschien nog wel het meest onverwacht, ikzelf die inmiddels zo enthousiast ben geworden dat er waarschijnlijk ergens een tweedehands wingfoilboard op mij ligt te wachten.
En juist nu we voorzichtig beginnen na te denken over vertrekken, krijgen we deze rustige zonnige dagen cadeau, varen we over een bijna spiegelgladde lagune naar een kleine haan op zijn eigen eiland, vieren we de tachtigste verjaardag van Meika tussen zijn familie en vrienden, drinken we thee bij Alferetti en Bale, snorkelen we samen met vrienden in de pass en dobber ik buiten het rif in een dinghy terwijl een grote schildpad rustig naast me bovenkomt om adem te halen.
Straks, wanneer we het anker daadwerkelijk ophalen en Fulaga langzaam achter ons verdwijnt, nemen we natuurlijk onze houten schaal en de door Mitchell gesigneerde club mee aan boord, maar uiteindelijk zijn het vooral alle herinneringen die veel meer ruimte innemen. Aan de mensen, de avonden met vrienden, de uren op het water, het dorp, de lagune en al die kleine momenten die hier na bijna een maand zo vanzelfsprekend zijn geworden.
Misschien is dat uiteindelijk wel waarom afscheid nemen van sommige plekken zo moeilijk is: niet omdat je het gevoel hebt dat je nog niet alles hebt gezien, want waarschijnlijk kun je hier maanden blijven en nog steeds nieuwe plekjes ontdekken, maar omdat ergens onderweg alle bijzondere dingen heel gewoon zijn geworden en juist dat gewone leven zo ontzettend bijzonder blijkt te zijn.

REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…