MY MOTU SAILING LOG
Menu
/
Kun je een plek missen terwijl je er nog bent?
← Terug naar alle blogs

LOGBOEK · FIJI

Kun je een plek missen terwijl je er nog bent?

18 oktober 2026 · Aagje van den Heuvel

Om 05.50 uur in de ochtend halen we ons anker op. Het is nog vroeg, zo vroeg dat de dag eigenlijk nog moet beginnen, maar voor ons voelt het alsof er juist iets eindigt. Tien minuten later varen we door de pass van Fulaga en terwijl de lagune langzaam achter ons verdwijnt, kijk ik nog één keer om. We zijn nog maar net vertrokken en ik mis het nu al.

Eigenlijk begon dat missen al veel eerder, want soms begint afscheid nemen lang voordat je daadwerkelijk vertrekt. Je bent er nog, wordt wakker op dezelfde plek, kijkt naar hetzelfde water en ziet dezelfde eilandjes om je heen. De mensen met wie je de afgelopen weken koffie dronk, at, lachte, snorkelde, creatief bezig was en spelletjes speelde, zijn er nog en de dinghy ligt gewoon achter My Motu. Op het eerste gezicht is er niets veranderd en toch voelt alles anders, niet omdat de plek veranderd is, maar omdat jij weet dat je binnenkort weggaat.

@Lille Venn
@Lille Venn

Fulaga heeft ons hart gestolen, net zoals de Tuamotu's dat eerder in Frans-Polynesië hebben gedaan. Sommige plekken zijn prachtig om te bezoeken en daarna weer achter je te laten, maar andere plekken nestelen zich ongemerkt in je. Je kunt niet precies aanwijzen wanneer het gebeurt. Misschien komt het door de overweldigende natuur, misschien door de mensen die je ontmoet, door het ritme waarin je vanzelf terechtkomt of juist door al die kleine, gewone momenten die op zichzelf nauwelijks bijzonder lijken. Waarschijnlijk is het alles bij elkaar.

We waren nog niet klaar om te vertrekken. Dat is misschien wel de eenvoudigste manier om het te zeggen. We hebben er alles aan gedaan om ons vertrek zo lang mogelijk uit te stellen. Nog een paar dagen, nog één weekend, nog even blijven. Alsof we door het anker gewoon op de bodem te laten liggen ook de tijd konden tegenhouden. Maar uiteindelijk begon het gewone leven zich steeds nadrukkelijker met ons paradijs te bemoeien. De koelkasten raakten leeg, verse groenten en fruit waren inmiddels bijna een herinnering geworden en ergens buiten onze prachtige lagune tikte de kalender gewoon verder. Het naderende cycloonseizoen begint alweer een rol te spelen en daarmee ook onze plannen voor de komende maanden. Er zijn afstanden die gevaren moeten worden, afspraken die gemaakt zijn en dingen die geregeld moeten worden, en die schuiven helaas niet vanzelf met ons mee omdat wij toevallig nog niet klaar zijn om afscheid te nemen.

En dus komt er toch die ochtend waarop blijven geen echte optie meer is. Om 05.50 uur gaat het anker omhoog en tien minuten later varen we door de pass. Zo eenvoudig kan afscheid er blijkbaar uitzien. Geen groot moment waarop Fulaga ons vertelt dat het tijd is om te gaan, geen muziek, geen plechtig afscheid en geen bord waarop staat dat hier een hoofdstuk eindigt. Alleen My Motu die door het water glijdt en een eiland dat achter ons langzaam kleiner wordt.

Toch was het echte afscheid misschien al veel eerder begonnen, want de laatste dagen betrapte ik mij erop dat ik langer keek naar dingen waar ik daarvoor bijna gedachteloos aan voorbijging. Een zonsondergang die een paar weken eerder gewoon een mooie zonsondergang was, voelde ineens alsof ik hem bewust moest onthouden. Een uitzicht vanuit de kuip werd iets wat ik probeerde op te slaan en gewone ontmoetingen kregen ineens dat ene woordje ervoor dat alles verandert: laatste. De laatste koffie, de laatste keer naar het dorp, de laatste strandwandeling, de laatste keer met de dinghy door die ongelooflijk mooie lagune.

Zolang iets zich eindeloos lijkt te kunnen herhalen, hoeven we er blijkbaar niet volledig bij stil te staan. Er komt immers nog een morgen, nog een zonsondergang, nog een kop koffie, nog een avond samen en nog een kans om goed te kijken. Totdat die volgende keer ineens niet meer vanzelfsprekend is en je merkt dat je iets begint te missen terwijl je het eigenlijk nog helemaal niet kwijt bent. Misschien is dat wel het vreemde aan afscheid nemen. Je bent nog op een plek, maar ergens in je hoofd ben je al bezig er een herinnering van te maken.

Eenmaal door de pass krijgen we nauwelijks tijd om nog lang achterom te kijken, want de oceaan laat onmiddellijk weer merken dat we niet langer in de beschutting van de lagune varen. De golven zijn ongeveer tweeënhalve meter hoog, met af en toe een uitschieter die daar nog iets bovenuit komt, maar de wind staat goed en we kunnen direct onze zeilen hijsen. Niet veel later kan ook de motor alweer uit en zijn we echt onderweg naar Kadavu.

En meteen weten we weer wat zeilen op open zee betekent. My Motu schommelt behoorlijk van links naar rechts, de golven lijken niet allemaal netjes uit dezelfde richting te komen en de wind waait vrijwel recht van achteren. Na weken in de beschutting van Fulaga is het even wennen aan al die beweging. Nadat we wat hebben ontbeten, nestelen we ons allebei op onze vaste plekken en langzaam ontstaat dat bekende ritme van een langere zeiltocht weer. Achter ons wordt Fulaga steeds kleiner, terwijl de oceaan om ons heen juist steeds groter lijkt te worden. Ik zet mijn luisterboek aan, zak lekker onderuit en terwijl het verhaal in mijn oren verdergaat, tuur ik regelmatig over het water. Af en toe kijk ik nog achterom, totdat er uiteindelijk bijna niets meer te zien is van de plek waar we die ochtend nog wakker werden.

Misschien is dát wel het meest definitieve moment van vertrekken. Niet wanneer het anker omhooggaat en zelfs niet wanneer je door de pass vaart, maar wanneer je nog één keer achterom kijkt en de plek waar je zojuist nog woonde langzaam oplost in de horizon.

Natuurlijk zijn ook de vishengels uitgezet, want met Lille Venn onderweg naar dezelfde bestemming ontstaat vanzelf de volgende belangrijke vraag: wie vangt de eerste vis? Wij in ieder geval niet. Een paar uur later komt het bericht van Ralph dat hij niet één, maar twee prachtige yellowfin tonijnen heeft gevangen. Daar kunnen wij natuurlijk niet tegenop, maar erg vinden we het bepaald niet. Sinds Barbara tijdelijk naar Zwitserland is, eet Ralph iedere avond bij ons en dus weten we precies welke kant een deel van die verse tonijn straks op komt. Oooo, zo lekker! Ineens hebben we er nog een extra reden bij om uit te kijken naar onze aankomst in Kadavu.

Foto 17

De golven blijven de hele dag nadrukkelijk aanwezig en My Motu blijft van de ene naar de andere kant bewegen, maar wanneer de avond valt en onze nachtdiensten beginnen, wordt de zee langzaam wat rustiger. Dat is vooral erg prettig voor degene die beneden probeert te slapen, want hoe vaak we het inmiddels ook hebben gedaan, slapen in een bed dat voortdurend met je meebeweegt blijft een bijzondere bezigheid. Jeroen begint met de eerste wacht en wanneer ik het later van hem overneem, kunnen we onze koers iets aanpassen, waardoor de wind niet langer vrijwel recht van achteren komt maar iets meer schuin van achteren. Dat zeilt meteen een stuk prettiger. Gedurende de nacht neemt de wind verder af en om één uur neemt Jeroen het weer van mij over. Ik kruip mijn bed in en val al snel in een diepe slaap.

Foto 18

Tot Jeroen mij rond half vier ineens wakker maakt.

Of ik even mee wil kijken, want er is iets voor ons op het water wat hij niet goed kan plaatsen. Op AIS is helemaal niets te zien, het kan geen eiland zijn en toch lijkt er iets groots voor ons te liggen waar we bovendien vrijwel recht op af varen. Nog half slaperig kom ik naar boven en samen turen we de duisternis in. Langzaam kunnen we wat meer onderscheiden en het lijkt erop dat er meerdere grote vissersboten dicht bij elkaar liggen. Geen van die boten heeft zijn AIS aanstaan en daardoor kunnen we niet zien wie ze zijn, wat ze precies doen en of ze varen of stilliggen. Eén ding weten we wel: wij hoeven niet dichterbij om daarachter te komen. Ik stel voor om naar bakboord uit te wijken en even later veranderen we onze koers. Ik blijf nog een minuut of tien naast Jeroen zitten om mee te kijken en langzaam krijgen we de indruk dat de boten inderdaad stilliggen. Wanneer duidelijk is dat we er ruim omheen varen, kruip ik opnieuw mijn bed in en probeer nog wat slaap mee te pakken voordat mijn volgende wacht alweer begint.

Om zes uur neem ik het weer van Jeroen over. De nacht maakt langzaam plaats voor de ochtend en daarmee begint ook onze tweede dag op zee. Wanneer Jeroen rond negen uur weer boven komt, besluiten we onze zeilen te wisselen voor onze mooie regenboog-gennakers. Zodra die gevuld voor ons staan, ziet alles er meteen weer vrolijk uit. De twee enorme gekleurde zeilen trekken My Motu verder richting Kadavu en zo zeilen we nog uren door.

Pas wanneer we nog ongeveer drie uur van onze geplande ankerplek verwijderd zijn, moeten we opnieuw een keuze maken. De wind is inmiddels teruggezakt naar ongeveer acht knopen en met onze huidige snelheid gaan we het niet redden om nog met voldoende daglicht aan te komen. Dat willen we niet. Een ankerplek aanlopen doen we het liefst wanneer we nog goed kunnen zien wat er om ons heen ligt, dus halen we de gennakers weer naar beneden, zetten de andere zeilen en starten ook de motor. Jammer van het mooie rustige zeilen, maar soms is aankomen belangrijker dan nog een paar uur langer zonder motor varen.

Om 17.35 uur laten we uiteindelijk ons anker zakken bij Dravuni Island in Kadavu.

We zijn er.

Na ruim een dag op zee blijft dat een heerlijk moment. Het anker zakt naar beneden, graaft zich vast en langzaam komt My Motu weer tot rust. De grote oceaandeining is verdwenen, de motor kan uit en ineens is onze wereld weer klein geworden. Van een eindeloze oceaan om ons heen naar een beschutte plek voor een eiland waar het leven gewoon doorging terwijl wij het afgelopen jaar duizenden andere dingen beleefden.

Ik duik de kombuis in en bak die avond pannenkoeken en zoals iedere avond sinds Barbara tijdelijk in Zwitserland is, schuift Ralph ook nu weer bij ons aan voor het avondeten. Natuurlijk worden de verhalen van de overtocht uitgewisseld. Wij vertellen nog eens over de vreemde vissersboten zonder AIS, Ralph over zijn vangst en die twee prachtige yellowfin tonijnen gaan de komende dagen ongetwijfeld nog een belangrijke rol spelen op ons menu.

En zo zitten we diezelfde avond alweer op een nieuwe plek. Die ochtend keken we nog achterom naar Fulaga, een plek waar we eigenlijk helemaal niet weg wilden, en nu liggen we voor anker bij Dravuni, eten pannenkoeken met Ralph en kijken uit over Kadavu. Het blijft soms bijna onvoorstelbaar hoe snel je wereld tijdens het zeilen kan veranderen. Een plek waar je wekenlang intens hebt geleefd, waar mensen en gewoontes vertrouwd zijn geworden en waarvan je eigenlijk nog geen afscheid wilde nemen, kan binnen iets meer dan een dag alweer achter de horizon liggen. Je mist haar, terwijl tegelijkertijd de volgende wereld zich alweer voor je opent.

En Kadavu is voor ons niet zomaar een volgende wereld, want we zijn hier eerder geweest. Een jaar geleden voeren we hier ook rond, alleen was Rajesh toen nog bij ons. Alleen al bij de gedachte daaraan komen de herinneringen vanzelf weer boven. Onze ontmoetingen met de oceanic manta rays waren absoluut geweldig. Die enorme dieren die bijna gewichtloos door het water bewogen, terwijl wij ernaast zwommen en ze soms zo dichtbij kwamen dat je bijna vergat adem te halen. Het zijn van die momenten waarvan je tijdens het beleven eigenlijk al weet dat ze ergens permanent in je geheugen worden opgeslagen. Natuurlijk hopen we ze ook deze keer weer te ontmoeten, maar zelfs wanneer we straks op precies dezelfde plek het water in springen en opnieuw zo'n enorme manta onder ons door zweeft, zal het nooit helemaal hetzelfde zijn.

Kadavu draagt namelijk nog een heel andere herinnering met zich mee: Buliya. Zodra ik aan dat eiland denk, zie ik niet als eerste een tropisch strand of wuivende palmbomen, maar vuur. Ik hoor opnieuw het geknetter van de brand die zich door de bomen en struiken heen vrat, ruik bijna weer de rook en zie hoe het vuur steeds verder om zich heen greep. We liepen daar toen met zijn drieën en Rajesh maakte met zijn drone beelden van wat er gebeurde, totdat het moment kwam waarop nieuwsgierigheid plaats moest maken voor onze veiligheid en we zo snel mogelijk terug moesten naar My Motu. Zelfs daar waren we uiteindelijk nog niet helemaal veilig, want brandende asdelen werden door de wind meegenomen en dwarrelden richting de boot, waardoor we besloten My Motu naar een veiligere plek te varen.

@Rajesh
@Rajesh

Nu is er een jaar voorbij en terwijl we opnieuw richting Buliya varen, vraag ik mij af hoe het eiland er inmiddels uitziet. Zijn de zwarte plekken verdwenen? Is het groen teruggekomen? Kunnen we nog precies zien waar het vuur zich een weg door de begroeiing heeft gebaand, of heeft de natuur in een jaar tijd zoveel teruggenomen dat we moeten zoeken naar de plekken die in onze herinnering nog zo duidelijk aanwezig zijn?

@Rajesh
@Rajesh

Tot onze verbazing ziet Buliya er alweer prachtig groen uit. Natuurlijk weten we dat de natuur zich kan herstellen, zeker in een tropisch klimaat waar alles soms sneller lijkt te groeien dan je kunt bijhouden, maar toch hadden we niet verwacht dat de sporen van die enorme brand zo weinig zichtbaar zouden zijn. Waar we een jaar geleden nog naar zwartgeblakerde bomen en struiken keken, heeft het groen inmiddels weer grotendeels de overhand gekregen. Alsof het eiland heeft besloten dat het wel lang genoeg met die zwarte littekens heeft rondgelopen en gewoon weer verder is gegaan.

@Rajesh
@Rajesh

Ook het survivalcamp dat we ons nog goed herinneren, staat er nog. De brand heeft het destijds wonder boven wonder niet bereikt, al lijkt de tijd er inmiddels wel wat minder voorzichtig mee om te gaan. Het zag er vorig jaar al behoorlijk vervallen uit, maar inmiddels heeft het er nog een extra jaartje tropisch weer bij gekregen en dat is duidelijk te zien. Het is zo'n plek waarvan je je afvraagt hoelang alles nog overeind blijft staan, maar blijkbaar houdt het voorlopig dapper vol.

Na ons bezoek aan het camp besluiten Jeroen en Ralph nog een wandeling te maken naar het dorp aan de andere kant van de berg. Een flinke hike, want even snel ergens naartoe lopen bestaat op dit soort eilanden meestal niet. Er ligt altijd wel een berg tussen, een pad dat minder eenvoudig blijkt dan gedacht of een afstand die op de kaart toch een stuk korter leek. Maar deze wandeling heeft ook een belangrijk doel, want ze gaan sevusevu doen. Voor we ergens bij een dorp voor anker gaan of gebruikmaken van de omliggende wateren, hoort het erbij dat we eerst toestemming vragen aan het dorpshoofd. Dat doen we op de traditionele Fijische manier, met een geschenk van kavawortel als teken van respect.

Ondertussen liggen we met My Motu mooi beschut, en dat is geen overbodige luxe, want rondom het eiland staat een stevige wind. Het is weer zo'n typisch gevalletje waarbij je vanuit de kuip naar een prachtige, rustige ankerplek kijkt, terwijl je weet dat het een klein stukje verderop behoorlijk tekeer kan gaan. Maar zolang wij hier liggen, hebben we weinig te klagen.

Foto 12

Wanneer de mannen terugkomen en de sevusevu achter de rug is, kunnen we de volgende dag eindelijk door naar de plek waar we ons eigenlijk al vanaf het moment van aankomst op Kadavu op verheugen: de manta ray cleaning station.

Een jaar geleden hebben we hier zulke bijzondere ontmoetingen gehad dat we ons afvragen of het deze keer weer zo mooi zal zijn. Misschien is dat ook wel het nadeel van terugkomen op een plek waar je eerder iets onvergetelijks hebt meegemaakt. Je probeert geen verwachtingen te hebben, maar ergens hoop je natuurlijk toch dat het opnieuw zo bijzonder wordt.

En dat wordt het.

Het water is helaas minder helder dan we gewend zijn. Waar we vorig jaar soms van grote afstand al de donkere silhouetten onder ons zagen bewegen, moeten we nu wat beter kijken. Maar wat maakt het eigenlijk uit als er ineens acht enorme manta's tegelijk om je heen zwemmen?

Acht!

Ze blijven maar rondcirkelen bij de cleaning station, waar kleine vissen de parasieten van hun lichaam verwijderen. Met hun enorme vleugels bewegen ze bijna moeiteloos door het water, draaien sierlijke rondjes, verdwijnen even uit het zicht en komen vervolgens weer tevoorschijn. Soms zwemmen er meerdere tegelijk onder ons door en weten we nauwelijks waar we moeten kijken. Ondanks het minder heldere water blijven we gefascineerd toekijken, want hoe vaak we deze dieren inmiddels ook hebben gezien, het went werkelijk nooit.

Er is iets magisch aan manta's. Misschien komt het door hun enorme afmetingen, misschien door de rust waarmee ze bewegen of door het feit dat ze zich helemaal niets van onze aanwezigheid lijken aan te trekken. Wij hangen daar met onze snorkels aan het wateroppervlak, proberen vooral niets te missen en ondertussen gaan zij gewoon door met hun dagelijkse bezigheden. Acht van die prachtige dieren bij elkaar en wij mogen daar zomaar getuige van zijn.

Foto 20

Op zulke momenten besef ik opnieuw hoe bijzonder het leven is dat we leiden. Niet omdat iedere dag spectaculair is, want geloof me, ook op een zeilboot bestaan dagen waarop de was gedaan moet worden, iets kapotgaat of de wind alweer uit de verkeerde richting komt. Maar juist omdat we de vrijheid hebben om terug te keren naar een plek die indruk op ons heeft gemaakt, om te ontdekken wat er veranderd is en om opnieuw verrast te worden door iets waarvan we dachten dat we het al kenden.

En misschien is dat wel het bijzondere aan terugkeren. In je herinnering blijft een plek precies zoals je haar hebt achtergelaten. Buliya was voor ons het eiland van de brand, van rook en rondvliegende as, van Rajesh die met zijn drone filmde en van het moment waarop we besloten dat het verstandiger was om My Motu naar een veiligere plek te varen. Maar terwijl wij verder zeilden, ging het leven hier gewoon door. De natuur herstelde zich, het survivalcamp werd een jaartje ouder en de manta's bleven hun rondjes zwemmen, zonder enig idee dat wij er zulke bijzondere herinneringen aan bewaren.

Ook wij zijn in dat jaar verdergegaan. We hebben nieuwe plekken ontdekt, afscheid genomen van mensen, nieuwe vrienden gemaakt en herinneringen verzameld die inmiddels minstens zo waardevol zijn geworden als de oude. En toch is het bijzonder om hier opnieuw te zijn, dit keer zonder Rajesh, maar met Ralph en Lille Venn in de buurt. Dezelfde eilanden, dezelfde oceaan en toch een heel ander moment in ons leven.

Misschien bestaat werkelijk teruggaan daarom eigenlijk niet. Je kunt dezelfde coördinaten invoeren, door dezelfde pass varen en op ongeveer dezelfde plek je anker laten vallen, maar je kunt nooit terug naar precies hetzelfde moment. Niet alleen omdat een plek verandert, maar ook omdat je zelf niet meer dezelfde bent als toen.

En terwijl ik terugdenk aan Fulaga, de plek waar we eigenlijk nog helemaal niet wilden vertrekken, begrijp ik ineens dat afscheid nemen en terugkeren veel meer met elkaar te maken hebben dan ik ooit dacht. In Fulaga probeerde ik de laatste dagen alles bewust in mij op te nemen, alsof ik de kleuren van de lagune, de gezichten van de mensen en de kleine, gewone momenten voor altijd wilde vasthouden. Hier op Kadavu ontdek ik dat herinneringen helemaal niet verdwijnen zodra je ergens vertrekt. Ze reizen gewoon met je mee, soms jarenlang, totdat een bepaalde geur, een uitzicht of een ontmoeting ze ineens weer tot leven brengt.

Foto 19

We kunnen niet overal blijven, hoe graag we dat soms ook zouden willen. Er komen nieuwe eilanden, andere mensen en ongetwijfeld ook weer dagen waarop we ons afvragen waarom we in hemelsnaam ooit aan dit avontuur zijn begonnen. Maar er zullen ook momenten blijven waarop acht manta's om ons heen cirkelen en we even helemaal vergeten dat er buiten dat stukje oceaan nog een andere wereld bestaat.

En misschien is dat uiteindelijk wat Fulaga mij heeft geleerd. Dat je niet hoeft te wachten tot iets voorbij is om te beseffen hoe bijzonder het was. Dat je soms gewoon wat langer moet blijven kijken, luisteren en genieten, zonder alweer bezig te zijn met wat er morgen komt.

Want de mooiste momenten van onze reis zijn niet altijd de plekken waar we naartoe varen, maar juist die momenten waarop we nergens anders zouden willen zijn.

En terwijl acht manta's onverstoorbaar hun rondjes blijven zwemmen, is dit er weer zo één.

REACTIES AAN BOORD

Laat een bericht achter

Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.

Reacties laden…