Door het labyrint van Fiji
De laatste weken leven we bijna op windkaarten, satellietbeelden en weersvoorspellingen. Iedere ochtend begint hetzelfde. Terwijl de koffie langzaam doorloopt, openen we PredictWind, bekijken we de nieuwste modellen en hopen we opnieuw op dat ene kleine gaatje in het weer waar we al weken naar op zoek zijn.
Sinds we in de Yasawa-eilanden liggen, draait eigenlijk alles om één plan: de oversteek naar de Lau Group.
De Yasawa’s zijn op zichzelf al een bestemming waar veel mensen speciaal voor naar Fiji komen. Een lange ketting van vulkanische eilanden die miljoenen jaren geleden uit de oceaan omhoog werden gedrukt door enorme krachten diep onder de aardkorst. Steile groene bergwanden rijzen rechtstreeks uit felblauw water omhoog; witte zandstranden liggen verscholen tussen de baaien en overal rondom de eilanden liggen kleurrijke koraalriffen. Het is ruig, puur en indrukwekkend tegelijk.












Toch voelen we steeds sterker dat Fiji voor ons nog veel groter is dan alleen dit noordwestelijke deel van het land. Hoe langer we hier liggen, hoe vaker onze gedachten afdwalen naar de eilanden die honderden zeemijlen verder naar het zuidoosten liggen. Naar de plek waar bijna iedere zeiler die er ooit geweest is met glinsterende ogen over praat.
De Lau Group.


Verspreid over een enorm gebied liggen daar tientallen afgelegen eilanden, lagunes en dorpjes waar het leven nog grotendeels wordt bepaald door tradities, visvangst en de gemeenschap. Veel eilanden krijgen maar een handvol jachten per jaar op bezoek. Juist dat maakt het zo bijzonder. Minder resorts. Minder drukte. Meer van het Fiji dat ooit was.
Maar Fiji geeft de Lau Group niet zomaar cadeau.
Normaal gesproken waait de wind hier vrijwel altijd uit het oosten. De bekende trade winds die het weerbeeld van de hele regio bepalen. Voor veel zeilers zijn die winden ideaal, maar voor ons vormen ze juist het probleem. Om vanuit de Yasawa’s naar de Lau Group te zeilen hebben we namelijk precies het tegenovergestelde nodig: een tijdelijke draaiing van de wind naar het westen zodat we comfortabeler en veiliger naar het zuidoosten kunnen afzakken.
En juist dat gebeurt bijna nooit.
In plaats daarvan trekken de ene na de andere depressie boven en onder Fiji langs. Al ruim vijf weken lang worden de eilanden geteisterd door stevige oostelijke winden die regelmatig oplopen tot meer dan vijfendertig knopen. Precies vanuit de richting waar wij naartoe moeten. Tegen zulke omstandigheden in opkruisen tussen riffen, ondieptes en open oceaan is niet alleen oncomfortabel, maar vooral onverstandig. Dus doen we wat iedere zeiler vroeg of laat moet leren. Wachten.
Ondertussen krijgt Jeroen eerst de griep. Gelukkig knapt hij na een paar dagen weer op. Niet veel later ben ik zelf aan de beurt. En niet zo’n beetje ook. Koorts, verkoudheid, hoesten en een lichaam dat aanvoelt alsof het ergens onderweg is achtergebleven. Dagenlang lijken de weersvoorspellingen en onze gezondheid een wedstrijd te houden over wie ons het langst aan de grond houdt. Toch blijven we hopen. Want vroeg of laat zal dat weergaatje verschijnen. En dan, bijna onverwacht, gebeurt precies dat. Niet perfect. Niet ideaal. Maar beter dan alles wat we de afgelopen vijf weken hebben gezien.
Dus halen we het anker op.
Het eerste deel van de tocht verloopt zoals verwacht. Wind en golven recht van voren. Niet extreem, maar ook niet comfortabel. Zodra we verder uit de beschutting van de eilanden komen neemt de wind langzaam af tot ongeveer dertien knopen en later op de dag valt hij zelfs bijna volledig weg.
Wanneer we om ons heen kijken, zien we alleen nog maar water. Eindeloze blauwe oppervlakten die zich uitstrekken tot aan de horizon. Rustig bijna. Maar juist dat maakt dit deel van Fiji zo verraderlijk.

Onder dat kalme wateroppervlak ligt een bijna onzichtbaar doolhof van riffen, koraalbanken en ondieptes verborgen. Sommige riffen liggen slechts enkele tientallen centimeters onder de oppervlakte, andere rijzen plotseling op vanuit diep water.

Fiji heeft onder cruisers dan ook de reputatie dat je hier voortdurend alert moet zijn. Veel zeilers vertellen dat ze nergens anders in de Pacific zó vaak op de uitkijk stonden als hier. Of er daadwerkelijk meer boten een rif raken dan elders is moeilijk te zeggen, maar het aantal verhalen over grondingen is opvallend groot. Met honderden eilanden, duizenden rifstructuren en kaarten die niet altijd perfect overeenkomen met de werkelijkheid blijft navigeren in Fiji een vak apart.
Hoewel de kaarten tegenwoordig veel beter zijn dan vroeger, vertrouwen we hier nooit volledig op één bron. Satellietbeelden zijn minstens zo belangrijk. Continu schakelen we tussen kaarten, dieptes en luchtbeelden om zeker te weten dat er niet ergens een rif ligt dat nét iets anders ligt dan op de kaart staat aangegeven. Fiji dwingt je om alert te blijven.
Wanneer de tegenwind uiteindelijk toch langer blijkt aan te houden dan voorspeld besluiten we die nacht voor anker te gaan en de noordelijke route binnen het rif te volgen. Geen spectaculaire beslissing, maar wel de verstandigste.






Eenmaal voor anker ontvangen we een berichtje van Barbara. Of we zin hebben in steak van de barbecue met een salade erbij. Dat is natuurlijk geen vraag waar je lang over hoeft na te denken. Dus niet veel later stappen we aan boord van Lille Venn.
Terwijl de barbecue wordt voorbereid, horen we ineens het gezoem van een drone boven ons hoofd. Lachend kijken we omhoog. Blijkbaar heeft iemand hier ook een nieuwe hobby gevonden.
Tenminste, dat denken we. Nog geen paar minuten later komt er een boot langszij.
Customs. Vijf man sterk.
Het eten wordt tijdelijk even geparkeerd terwijl de mannen aan boord komen voor een controle. Wat direct opvalt is hoe vriendelijk alles verloopt. Nog voordat ze naar binnen stappen geven ze aan dat ze hun veiligheidsschoenen zullen uittrekken om de boot schoon te houden, iets wat we eerlijk gezegd nog niet eerder hebben meegemaakt tijdens een inspectie.
Rustig worden documenten gecontroleerd, vragen gesteld en ruimtes bekeken. Niet alleen Lille Venn blijkt gecontroleerd te worden. Ook My Motu krijgt bezoek. Jeroen wordt meegenomen naar onze boot waar opnieuw alle papieren worden nagekeken, kasten worden geopend en een korte inspectie plaatsvindt.
Alles verloopt professioneel, vriendelijk en ontspannen.
Wanneer uiteindelijk blijkt dat alles volledig in orde is, bedanken we elkaar vriendelijk en keert de rust net zo snel terug als hij verdwenen was. En eindelijk kunnen we alsnog genieten van de inmiddels iets minder warme, maar nog steeds heerlijke steak.
De volgende ochtend staat er vrijwel geen wind meer. Dus motoren we verder.





Na ongeveer acht uur varen bereiken we een bekende ankerplaats vlak bij een resort waar we even aan wal kunnen. De volgende ochtend rijden we met een taxi naar Rakiraki om boodschappen te doen, groenten en fruit in te slaan en de dieselvoorraad weer aan te vullen. Na alle praktische zaken besluiten we onszelf te trakteren op een lunch bij het resort.
Een beslissing waar we later vooral hard om kunnen lachen.
Het eten blijkt namelijk ronduit teleurstellend. Achteraf krijgen we te horen dat het resort eigenlijk nog helemaal niet klaar is voor het seizoen, dat pas over enkele weken begint. Een uitleg die misschien begrijpelijk is, maar die we liever vooraf hadden gehoord dan achteraf terwijl we naar onze borden kijken.
De volgende ochtend vertrekken we opnieuw.
Eerst nog een stuk op de motor, maar langzaam verdwijnen de riffen achter ons en krijgen we weer wat meer open water onder de kiel. Het voelt direct anders. Minder turen naar kleurverschillen in het water. Minder voortdurend controleren van kaarten. Meer ruimte. Meer oceaan en dolfijnen.
Aan het einde van de middag laten we het anker vallen bij Makogai Island.

Omdat we hier officieel sevusevu moeten doen stappen we niet veel later, gekleed in onze sulu en met een bundel kava onder de arm, in de dinghy richting het dorp. Het zou onbeleefd zijn om simpelweg te ankeren en misschien de volgende ochtend alweer te vertrekken zonder eerst kennis te maken met de gemeenschap en de chief.
Onder een grote mangoboom ontvangen de chief en enkele dorpsbewoners ons hartelijk. Wat begint als een korte kennismaking groeit al snel uit tot een middag vol verhalen.
De chief blijkt een geboren verteller.
Al snel neemt hij ons mee terug naar de geschiedenis van Makogai, een eiland dat door de eeuwen heen meerdere levens heeft geleid.
Volgens de verhalen die hier nog altijd worden doorgegeven, kwam in de koloniale tijd een Duitse handelaar naar het eiland: William Hennings. Hennings was destijds een van de invloedrijkste Europese handelaren van Fiji. De chief vertelt hoe Hennings volgens de lokale overlevering wapens en munitie meebracht naar de eilanden. In ruil daarvoor zou hij land op Makogai hebben verkregen. Of het verhaal precies zo heeft plaatsgevonden, weet inmiddels niemand meer zeker, maar zijn naam wordt hier meer dan honderd jaar later nog altijd genoemd.
In de jaren die volgden kwam steeds meer land in buitenlandse handen terecht. Uiteindelijk zouden volgens de verhalen van de bewoners grote delen van het eiland eigendom zijn geworden van slechts enkele Europese families. Voor de oorspronkelijke bewoners betekende dat meerdere verhuizingen en telkens opnieuw beginnen op een andere plek.
Later kreeg Makogai opnieuw een totaal andere bestemming.
In 1911 besloot de koloniale overheid het eiland te gebruiken als leprakolonie voor de hele Pacific-regio. Mensen uit Fiji, Tonga, Samoa en andere eilanden werden naar Makogai gebracht om er geïsoleerd te leven. Families werden uit elkaar gehaald en velen zagen hun thuis nooit meer terug. De kolonie bleef bestaan tot eind jaren zestig, totdat effectieve medicijnen tegen lepra beschikbaar kwamen en de noodzaak voor isolatie langzaam verdween.






Toen de leprakolonie uiteindelijk haar deuren sloot, stond Makogai opnieuw voor de vraag wat de toekomst van het eiland zou worden.
Hier begint het verhaal van de chief zelf.
Met zichtbaar enthousiasme vertelt hij hoe hij betrokken raakte bij een ambitieus landbouwproject dat het eiland een nieuwe bestemming moest geven. Zijn idee was om een schapenras te ontwikkelen dat bestand zou zijn tegen het warme, vochtige klimaat van Fiji. Schapen uit Australië, Nieuw-Zeeland en het Caribische Barbados werden naar Makogai gebracht en met elkaar gekruist. Uiteindelijk ontstond een nieuw type vleesschaap dat uitstekend bleek te gedijen onder tropische omstandigheden. Terwijl hij vertelt, is zijn trots nog altijd zichtbaar. Dit is niet zomaar geschiedenis voor hem. Hij heeft er zelf deel van uitgemaakt.
Maar ook dat hoofdstuk liep uiteindelijk ten einde.
Tegenwoordig heeft Makogai opnieuw een andere rol gekregen. Een deel van het eiland is nu in handen van de Fijiaanse overheid en wordt gebruikt voor maritiem onderzoek en natuurherstel. In het Makogai Mariculture Centre worden giant clams gekweekt, enorme reuzenmosselen die ooit in grote aantallen op de riffen van Fiji voorkwamen. Wanneer ze groot genoeg zijn, worden ze uitgezet op riffen verspreid over het hele land, waar ze bijdragen aan het herstel van kwetsbare ecosystemen.


Het is een bijzonder contrast. Op dezelfde plek waar ooit patiënten uit de hele Pacific in isolatie leefden, werken tegenwoordig biologen en onderzoekers aan de bescherming van de oceaan. Waar vroeger schapen over de heuvels liepen, worden nu jonge giant clams verzorgd voordat ze terugkeren naar de riffen.
Terwijl de chief zijn verhaal afrondt, beseffen we hoe bijzonder Makogai eigenlijk is. Achter de groene heuvels en rustige baaien gaat een geschiedenis schuil van koloniale handelaren, gedwongen verhuizingen, ziekte, landbouwexperimenten en uiteindelijk natuurherstel. Het eiland heeft zichzelf meerdere keren opnieuw uitgevonden, en misschien is dat precies wat Makogai zo bijzonder maakt.
Terwijl wij luisteren, realiseer ik me opnieuw hoe bijzonder reizen per zeilboot eigenlijk is. Niet alleen vanwege de plekken waar je komt, maar vooral vanwege de mensen die je ontmoet. De verhalen die je hoort. De geschiedenis die niet in reisgidsen staat, maar nog altijd leeft in de herinneringen van de mensen die er wonen.
Wanneer we later terugvaren naar My Motu begint de lucht langzaam donker te kleuren.

In de verte stapelen onweerswolken zich op boven de horizon.
Op dat moment hadden we nog geen idee dat juist die wolken het begin zouden vormen van een tocht die uiteindelijk veel uitdagender zou worden dan we ooit hadden verwacht.
Maar dat verhaal bewaren we voor de volgende blog.


REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…