MY MOTU SAILING LOG
Menu
/
Minerva Reef, meer dan een stip in de oceaan
← Terug naar alle blogs

LOGBOEK · Tonga

Minerva Reef, meer dan een stip in de oceaan

15 november 2026 · Aagje van den Heuvel

Hoe omschrijf je een plek waar je midden op de oceaan voor anker ligt, zonder land om je heen, terwijl onder je een wereld schuilgaat waar je maar naar wilt blijven kijken? Op de kaart moet je behoorlijk ver inzoomen voordat Minerva Reef iets meer wordt dan een naam tussen heel veel blauw. Inmiddels liggen we hier bijna twee weken en nog steeds zijn er momenten waarop we elkaar aankijken en zeggen: liggen we hier nu echt?

@Lille Venn
@Lille Venn

Het is een plek waar je bij laagwater over het rif kunt wandelen en een paar uur later weer water ziet liggen, waar de oceaan aan alle kanten aanwezig is en waar onder het oppervlak zoveel gebeurt dat je nauwelijks weet waar je eerst moet kijken. En hoe meer je over Minerva te weten komt, hoe bijzonderder het wordt dat we hier zomaar onze dagen mogen doorbrengen.

My Motu blijft in Fiji

Voordat we op deze bijzondere plek terechtkwamen, moest er in Vuda nog flink worden gewerkt. My Motu zou de komende maanden in Fiji blijven, ook tijdens het cycloonseizoen, en ons drijvende huis laat je natuurlijk niet zomaar achter. Omdat we niet meteen de marina in konden, begonnen we buiten de haven alvast met opruimen, schoonmaken en alles zo goed mogelijk opbergen. De genua ging eraf, het grootzeil en het mizzenzeil werden helemaal ingerold en de zijwanden van de bimini verdwenen schoon naar binnen, samen met de buitenkussens. De dinghy kreeg een plek op het achterdek en langzaam werd het buiten steeds leger en binnen steeds voller.

Gelukkig hadden we onze koffers in Kadavu al bij Ralph aan boord gezet, want tussen alle opgeborgen spullen hadden die er nauwelijks nog bij gepast. Het blijft een vreemd gevoel om je eigen huis klaar te maken voor een periode waarin je er zelf niet bent. Je loopt nog een rondje, controleert nog iets en bedenkt vervolgens alweer wat je misschien bent vergeten.

Maar Vuda bestond gelukkig uit meer dan kluslijsten. Damaris en Rudolf van Caroussel waren er ook, en vanaf onze aankomst heb ik even niet meer gekookt. Iedere dag gingen we samen uit eten in de marina, waar we ontzettend veel hebben gekletst. Over onze reizen, over plannen en over alles wat vanzelf ter sprake komt wanneer je elkaar weer ziet. Na een dag poetsen en sjouwen was het heerlijk om aan te schuiven en de avond samen door te brengen.

Op 1 oktober konden we de marina in en werkten we de laatste klussen af. De motor, generator en toiletten werden doorgespoeld, de SUP-boards gingen naar binnen en we controleerden alles wat los zou kunnen raken. Toen ook de controle van de marina achter de rug was, zat er weinig anders op dan erop te vertrouwen dat we het goed hadden geregeld.

Op 3 oktober stapten we om kwart over zes ’s morgens in de taxi naar het vliegveld. Wij gingen zeilen, maar My Motu bleef liggen. Dat voelde toch een beetje alsof we stiekem zonder haar op vakantie gingen.

Foto 14

Een andere boot en een vertrouwde blauwe vriendin

In Suva stapten we aan boord van Lille Venn. Barbara was in Zwitserland, dus we zouden de overtocht met z’n drieën maken: Ralph, Jeroen en ik. Na de laatste boodschappen gingen we naar immigratie en de douane om uit te klaren, waar we hoorden dat we vervolgens binnen een uur moesten vertrekken. Daarmee was de planning meteen duidelijk: anker op en gaan.

Foto 15

En we konden naar Minerva Reef! Daar hadden we alle drie op gehoopt, al hadden de weersomstandigheden er lange tijd niet gunstig uitgezien. Dat het nu toch mogelijk was, maakte het vertrek extra bijzonder.

Onze eerste kennismaking met zeilen op een catamaran was meteen behoorlijk stevig. Met ongeveer twintig knopen wind, golven van tweeënhalve meter en een aan-de-windse koers ontdekte ik al snel dat Lille Venn heel anders bewoog dan My Motu. Waar ons eigen schip helt en voor mij inmiddels redelijk voorspelbaar door de golven gaat, kwamen de bewegingen hier soms behoorlijk onverwacht. Vooral de klappen van het water tegen de onderkant tussen de rompen waren indrukwekkend. Je weet waar het geluid vandaan komt, maar bij sommige dreunen keek ik toch even op.

Door de boot lopen voelde alsof ik flink had gedronken, terwijl daar geen druppel alcohol aan te pas was gekomen. Mijn benen rekenden op de bewegingen van My Motu en Lille Venn had daar duidelijk andere ideeën over. Overdag ging het nog redelijk, maar toen het donker werd en de horizon verdween, kwam mijn vertrouwde blauwe vriendin weer tevoorschijn: de emmer. Ook op Lille Venn bleek die blauw te zijn. Sommige dingen blijven blijkbaar overal hetzelfde.

Die nacht was mijn wereld niet veel groter dan mijn zitplaats, de emmer en de hoop dat mijn wacht snel voorbij zou zijn. Wat was ik blij toen ik naar bed kon. De volgende dag heb ik vooral geslapen, terwijl Jeroen en Ralph gelukkig nergens last van hadden en alles in de gaten hielden. Rond vijf uur kwam ik weer boven met de mededeling: ‘Ik ben er weer.’ En gelukkig was dat ook zo. Na wat eten voelde ik me weer mens en die nacht draaide ik gewoon weer mee.

Ondertussen werden de golven rustiger en kregen we de laatste anderhalve dag prachtig zeilweer. Zo kon ik gelukkig ook nog volop genieten van de tocht naar die bestemming die steeds dichterbij kwam, maar zich nergens aan de horizon liet zien.

Aankomen zonder land in zicht

Dat maakt aankomen bij Minerva zo bijzonder. Je kijkt uit naar land, maar er verschijnt geen eiland. Geen berg, geen bomen, geen kustlijn waar je langzaam naartoe vaart. Pas wanneer je de branding op de rifrand ziet, begint die nauwelijks zichtbare bestemming vorm te krijgen. Daarachter ligt de lagune, beschut tegen de oceaangolven door een rand die bij hoogwater grotendeels onder water verdwijnt.

Wat we meestal simpelweg Minerva Reef noemen, bestaat eigenlijk uit twee afzonderlijke rifgebieden: North Minerva en South Minerva. Het noordelijke rif vormt een vrijwel gesloten ring rond een lagune, terwijl het zuidelijke met zijn twee verbonden lagunes op een grote acht lijkt. Het zijn atollen zonder het vertrouwde beeld van een palmenstrand, een dorpje of een stukje land waar je even naartoe kunt.

De rifrand breekt de oceaangolven, waardoor je binnen de lagune beschutting kunt vinden, maar de zee blijft invloed houden. Bij hoogwater kan meer deining over het rif naar binnen komen en ook de wind kan binnen de lagune golven opbouwen. Het getij bepaalt hier niet alleen wanneer je over het rif kunt lopen, maar ook hoeveel je aan boord van de oceaan om je heen merkt.

Foto 16

Rond negen uur ’s morgens voeren we naar binnen en lieten we het anker vallen. Na de bewegingen van de overtocht lagen we ineens rustig, omringd door water in allerlei tinten blauw. Veel tijd om daar vanaf het dek naar te kijken namen Jeroen en ik niet, want zodra het kon lagen we zelf in het water.

En wat een wereld ging daar open.

Onder water blijf je kijken

Op de dagen met weinig wind was het water zo rustig dat we ook buiten het rif konden snorkelen. Daar zwommen we boven canyons en langs steile randen, met naast ons het diepe blauw van de oceaan. Grote scholen barracuda’s en trevallies zwommen langs het rif en veranderden gezamenlijk van richting, waarbij hun flanken oplichtten in het zonlicht. Daartussen zwommen enorme tandbaarzen, sommige zelfs groter dan de haaien die we zagen. Je wilde overal tegelijk kijken, omdat er steeds ergens iets bewoog.

Natuurlijk waren er ook haaien, en wie mij een beetje kent weet dat ik die het liefst bewonder met voldoende ruimte ertussen. Vanaf een afstand zijn ze prachtig, maar wanneer ze nieuwsgierig dichterbij komen, wordt mijn bewondering toch wat onrustiger. De grootste schatten we op bijna drie meter. Dan kijk ik naar de haai, naar de dinghy en vervolgens weer naar de haai, terwijl mijn hart alvast begint aan een flinke conditietraining.

Een paar keer vond ik het mooi geweest en zat ik verrassend snel weer in de dinghy. Voor de mannen bleek dat eigenlijk heel praktisch: zij hoefden de boot niet meer achter zich aan te trekken en konden vrijer de canyons in, terwijl ik boven water de wacht hield. Zo heeft mijn haaienangst toch nog ergens nut voor.

Bij laagwater konden we over het drooggevallen rif lopen, tot aan de buitenrand waar de oceaangolven braken. Achter je ligt de boot in de lagune, voor je rollen de golven aan en onder je voeten ligt een landschap dat enkele uren later weer onder water verdwijnt. We kwamen meestal niet erg snel vooruit, want in ieder poeltje was wel iets te ontdekken.

Vooral de giant clams, de reuzenschelpen, waren schitterend. Hun mantels kleurden felblauw, paars, turquoise en groen, met patronen waar je van dichtbij naar bleef kijken. Bij de ene dacht ik dat het niet mooier kon, om een paar meter verder alweer boven een volgende te hangen. Ik hoefde hier in ieder geval niet lang te zoeken naar inspiratie voor de onderwaterwereld van Dot.

Een rif met een bewogen geschiedenis

Wanneer je hier zo rondloopt en uitkijkt over het water, is het moeilijk voor te stellen hoeveel verhalen bij deze afgelegen plek horen. Zelfs de naam verwijst naar een schipbreuk: de Australische walvisvaarder Minerva verging in 1829 op het zuidelijke rif, waarna de riffen later naar dat schip werden genoemd. Die nauwelijks zichtbare rand, die ons nu beschutting geeft, heeft door de jaren heen verschillende schepen fataal verrast.

Een van de aangrijpendste verhalen is dat van de Tuaikaepau, een Tongaans schip dat in 1962 onderweg was naar Nieuw-Zeeland en op South Minerva vastliep. De zeventien opvarenden zochten beschutting in het wrak van een Japanse vissersboot die daar eerder was vergaan. Ruim drie maanden lang probeerden ze op het rif te overleven, met weinig middelen en een tekort aan drinkwater, wachtend op hulp die maar niet kwam.

Uiteindelijk vertrok kapitein Tevita Fifita met zijn zoon en een andere opvarende op een zelfgebouwd vaartuig richting Fiji om hulp te halen. Ze bereikten Kadavu, maar vlak voor de kust verdronk zijn zoon. De twee anderen konden alarm slaan, waarna de Nieuw-Zeelandse luchtmacht de achtergebleven overlevenden van het rif haalde. Vier mannen waren daar inmiddels overleden.

Kadavu, waar wij nog maar kort geleden waren en onze koffers bij Ralph aan boord hadden gezet. Die bekende naam brengt zo’n geschiedenis ineens dichterbij. Voor ons is Minerva een plek waar we graag wat langer blijven, met een goed uitgeruste boot, eten, drinkwater en contact met de buitenwereld. Hoe anders moet diezelfde eindeloze horizon hebben gevoeld voor mensen die hier gestrand waren en niet wisten of iemand hen ooit zou vinden.

En alsof Minerva nog niet genoeg bijzondere verhalen had, werd er begin jaren zeventig zelfs geprobeerd een eigen land te stichten. De Amerikaanse ondernemer Michael Oliver liet zand aanvoeren om op North Minerva land boven water te creëren, en in 1972 werd de Republiek Minerva uitgeroepen. Tonga maakte echter aanspraak op de riffen en maakte nog datzelfde jaar een einde aan het initiatief.

Ik probeer me voor te stellen hoe iemand hier naar de branding heeft staan kijken en dacht: dit lijkt me een goede plek voor een eigen land. Wij vinden het al bijzonder dat we er ons anker kunnen laten vallen.

Een speedboot midden op de oceaan

Tussen al dat zwemmen en rondkijken door kregen we op een dag onverwacht bezoek. Jeroen stond achter op het dek toen hij ineens een speedboot zag aankomen. Hij wreef nog eens in zijn ogen om te kijken of hij het wel goed zag. Een speedboot, hier op Minerva Reef? We lagen honderden kilometers uit de kust, dus dat was niet bepaald het soort boot dat je hier verwachtte te zien.

Maar hij zag het goed. Het bleek de Tongaanse kustwacht te zijn, waarvan het moederschip buiten het rif lag. Ze kwamen ons vragen of we naar het zuidoosten van de lagune wilden verplaatsen, omdat ze oefeningen en hydrografische werkzaamheden gingen uitvoeren. Lig je midden op de oceaan, met niets dan water om je heen, blijk je toch precies op de verkeerde plek te liggen.

Foto 1

Dat Tonga hier patrouilleert, past bij de geschiedenis van de riffen. Ook Fiji heeft aanspraken op Minerva gemaakt, waardoor deze kleine plek op de kaart in de loop der jaren geregeld onderwerp van discussie tussen beide landen is geweest. Wanneer je over die geschiedenis leest, krijgt zo’n bezoek toch wat meer achtergrond.

Voor ons betekende het vooral: anker op en een stukje opschuiven. Ook op een van de meest afgelegen ankerplekken van onze reis moest er blijkbaar af en toe ruimte worden gemaakt. Gelukkig bleef het uitzicht even mooi en konden we Minerva vervolgens vanuit een andere hoek bewonderen.

Onze dagen tussen rif en oceaan

Wanneer de wind aantrok, veranderden de bezigheden vanzelf. Jeroen kon heerlijk windsurfen en Ralph ging kiten en wingfoilen. Op de rustige dagen verdwenen we met onze duikbrillen onder water, op de winderige dagen scheerden de mannen over de lagune. En tussendoor was er tijd om te werken, samen te eten en de weersvoorspellingen voor de overtocht naar Nieuw-Zeeland te volgen.

Dat is ook een bijzondere kant van Minerva: voor veel zeilers is het een tussenstop onderweg naar het noorden of zuiden, een plek om even op adem te komen en te wachten tot het weer een volgende overtocht mogelijk maakt. Daardoor kan er tussen die verre bestemmingen ineens een tijdelijke verzameling boten ontstaan, allemaal met andere verhalen achter zich en een volgend avontuur voor de boeg.

Inmiddels zijn er meer boten bij gekomen en wachten we hier samen op een geschikt moment om verder te varen. Ook wij houden het weer goed in de gaten. Nieuw-Zeeland wacht, en daarmee weer een heel ander hoofdstuk, maar voorlopig genieten we nog van deze plek waar we zo graag naartoe wilden.

Soms sta ik aan dek en kijk ik naar de branding in de verte, terwijl Lille Venn rustig achter haar anker ligt. Dan blijft het moeilijk te bevatten dat die lage rifrand genoeg beschutting geeft om hier te wonen, te slapen, te koken en gewoon onze dagen door te brengen, met de oceaan aan alle kanten om ons heen.

Straks zal Minerva achter ons verdwijnen en blijft er aan de horizon weer alleen water over. Maar wanneer ik voortaan op de kaart naar dat kleine plekje tussen Fiji en Nieuw-Zeeland kijk, zie ik de kleuren van de lagune, de reuzenschelpen in de poeltjes en de scholen vissen langs het buitenrif. En ergens daartussen zie ik mezelf behoorlijk snel een dinghy in klimmen.

Ook dat hoort bij ons Minerva.

Kijk verder in onze Gallery

En omdat woorden maar een deel kunnen laten zien van wat we hier hebben ontdekt, nemen we je in onze Gallery nog wat verder mee. Daar vind je meer foto’s en filmpjes van onze dagen op Minerva Reef, van het wandelen over het drooggevallen rif tot de kleurrijke wereld onder water. Kijk vooral even mee, want sommige ontmoetingen laten zich het mooist vertellen door de beelden zelf.

Een mooi plekje voor mijn boeken in Amersfoort

En dan nog iets waar ik heel blij van word: terwijl wij aan de andere kant van de wereld rondvaren, hebben mijn boeken ook in Amersfoort een mooi plekje gekregen. Bij Mondzorg Amersfoort, aan de Wiekslag 229, zijn Wild Side, Dot en haar zeevriendjes en De reis van Dot – De stemmen van de oceaan nu ook te koop.

Foto 19

Achmed heeft er speciaal een mooi plekje voor gemaakt in zijn wachtkamer. Ik vind het ontzettend lief dat hij mijn boeken op deze manier onder de aandacht brengt en mijn verhalen helpt hun weg naar nieuwe lezers te vinden. Dank je wel, Achmed, voor dit lieve gebaar en je steun, daar ben ik je heel dankbaar voor! Zo is er ook in Amersfoort een klein stukje van onze oceaanwereld te ontdekken.

Foto 18

REACTIES AAN BOORD

Laat een bericht achter

Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.

Reacties laden…