Sommige vragen eindigen niet bij het vraagteken. Ze blijven in je gedachten rondcirkelen, raken iets aan waarvan je nog niet wist dat het om aandacht vroeg en dwingen je uiteindelijk om niet naar een gemakkelijk antwoord te zoeken, maar eerlijk naar jezelf te kijken.
Onlangs liet Karin Wenger mij de speech lezen die zij voor Discovery Days had geschreven. Tussen haar woorden stond een vraag die mij onmiddellijk raakte:
Hoe kan ik diep in het leven duiken zonder eraan ten onder te gaan?
Ik las de zin nog een keer.
En daarna nog een keer.
Misschien raakte de vraag mij omdat duiken voor mij zowel letterlijk als figuurlijk iets ingewikkelds is. Ik vaar inmiddels al jaren over oceanen, terwijl mijn angst voor water nog altijd een dagelijkse rol in mijn leven speelt. Tegelijkertijd duik ik zonder aarzelen diep in verhalen, gebeurtenissen en de levens van mensen. Ik wil begrijpen wat er onder de oppervlakte ligt, waarom mensen doen wat ze doen en welke verhalen er schuilgaan achter wat zij aan de buitenwereld laten zien.
Ik vond Karins vraag zo mooi en zo wezenlijk dat ik ben gaan onderzoeken hoe het eigenlijk bij mij zit.
Hoe diep duik ik in het leven?
Waarom wil ik zo graag weten wat zich onder de oppervlakte bevindt?
En weet ik altijd wanneer het tijd is om weer boven te komen?
Diep in het leven duiken is voor mij nooit een bewuste keuze geweest. Het is eenvoudigweg hoe ik leef.
Ik ben niet zo goed in een beetje kijken, een beetje voelen of een beetje nieuwsgierig zijn. Wanneer iets mij raakt, wil ik het begrijpen. Wanneer iemand mij een verhaal vertelt, hoor ik niet alleen de woorden, maar probeer ik ook te ontdekken wat er tussen die woorden verborgen ligt. Wanneer ergens alles op het eerste gezicht prachtig lijkt, zie ik de schoonheid, maar vraag ik mij tegelijkertijd af welke verhalen zich achter gesloten deuren afspelen.
Misschien is dat ook de reden waarom reizen voor mij nooit alleen maar bestaat uit tropische stranden, wuivende palmbomen en onze zeilboot die voor anker ligt in helderblauw water. Natuurlijk zie ik die schoonheid en kan ik er intens van genieten, maar al snel wil ik weten wie de mensen zijn die aan de kust wonen, wat hen bezighoudt, welke dromen zij hebben, welke keuzes zij moesten maken en wat zij onderweg zijn verloren.
Ik wil niet alleen zien dát iets gebeurt. Ik wil weten waarom.
Ik wil niet alleen horen wat iemand vertelt. Ik wil begrijpen wat iemand niet zegt.
Ook tijdens het schrijven merk ik hoe sterk die behoefte is. Ik wil niet uitsluitend een mooi of spannend verhaal creëren, maar afdalen naar de laag daaronder: naar de plek waar mensen twijfelen, bang zijn, fouten maken, vasthouden, loslaten en soms niet meer weten wie zij kunnen vertrouwen. Ik wil begrijpen wat iemand ertoe brengt een bepaalde keuze te maken, ook wanneer ik die keuze zelf nooit zou maken.
Daar, onder de oppervlakte, liggen vaak de interessantste verhalen.
Maar ook de verhalen die het zwaarst wegen.
Want wie diep duikt, vindt niet alleen schoonheid. Je vindt er ook verdriet, onrecht, angst, eenzaamheid en vragen waarop misschien helemaal geen antwoord bestaat.
Er bestaat nog een tegenstelling in mij die misschien vreemd klinkt: ik ben eindeloos nieuwsgierig naar mensen, maar tegelijkertijd ben ik ook bang voor hen.
Niet bang voor een gewoon gesprek, een ontmoeting of een groep mensen om mij heen. Ik kan sociaal zijn, lachen, luisteren en oprecht genieten van de verhalen van iemand die ik nog maar net heb ontmoet. Ik vind het heerlijk om samen met mensen iets te ondernemen, maar het liefst doe ik dat wanneer er iemand bij mij is die ik al vertrouw. Iemand bij wie ik niet voortdurend hoef na te denken over wat er wordt gezegd, wat er wordt bedoeld en wat er misschien niet wordt uitgesproken.
Want onder mijn nieuwsgierigheid bevindt zich ook waakzaamheid.
Een deel van mij weet hoe mooi, warm en loyaal mensen kunnen zijn. Een ander deel is nooit vergeten hoeveel pijn mensen elkaar kunnen aandoen.
Mijn diepste vertrouwensbreuk kwam niet van een onbekende. Hij kwam van iemand die mij onvoorwaardelijke veiligheid had moeten bieden. Iemand bij wie ik niet op mijn hoede had behoren te zijn en van wie ik had moeten kunnen aannemen dat liefde niet afhankelijk was van het verhaal dat op dat moment het beste uitkwam.
Toen die veiligheid wegviel, veranderde er iets fundamenteels in mij.
Ik ontdekte dat woorden verdraaid kunnen worden, dat je tot schuldige kunt worden gemaakt in een verhaal waarin je jezelf nauwelijks herkent en dat een band waarvan je dacht dat hij onverbrekelijk was, toch kan verdwijnen. Later waren er meer mensen die mijn vertrouwen beschadigden, mij op een gemene manier behandelden of mij vernederden. Iedere ervaring legde een nieuwe laag over de vorige heen en bevestigde wat ik ergens al was gaan geloven: vertrouwen maakt kwetsbaar en kwetsbaarheid kan tegen je worden gebruikt.
Daarom moeten mensen mijn vertrouwen langzaam verdienen.
Ik houd hen eerst op afstand en kijk wat zij doen, niet alleen wat zij zeggen. Ik let op hoe zij over anderen praten, hoe zij reageren wanneer iets niet gaat zoals zij willen en of hun woorden overeenkomen met hun gedrag. Ik wil weten of iemand veilig is voordat ik iets van mijzelf laat zien wat later tegen mij gebruikt zou kunnen worden.
Soms vind ik dat jammer.
Ik zou willen dat ik mensen onbevangener tegemoet kon treden, zonder dat er altijd een klein deel van mij op de achtergrond blijft kijken, luisteren en controleren. Ik zou willen dat vertrouwen soms gewoon mocht ontstaan, zonder dat het eerst een lange reeks onzichtbare testen moet doorstaan.
Maar mijn voorzichtigheid is niet uit het niets ontstaan. Zij is gevormd door wat ik heb meegemaakt.
Misschien hoef ik haar daarom niet af te wijzen.
Toen ik langer nadacht over mijn nieuwsgierigheid naar mensen, begon ik mij af te vragen of daar nog iets anders onder ligt.
Misschien duik ik niet alleen zo diep in mensen omdat ik hen interessant vind. Misschien probeer ik hen ook te begrijpen omdat ik hoop dat zij mij dan niet opnieuw kunnen verrassen.
Als ik maar goed genoeg luister, de patronen in hun gedrag herken en opmerk wanneer hun woorden niet overeenkomen met wat ik voel, kan ik het gevaar misschien zien voordat het mij bereikt. Wanneer ik begrijp waarom iemand zich op een bepaalde manier gedraagt, voelt diegene misschien minder onvoorspelbaar. Begrijpen geeft mij een gevoel van controle over iets wat ooit volledig buiten mijn controle gebeurde.
Mijn nieuwsgierigheid is daardoor niet alleen belangstelling geworden. Zij is ook bescherming.
Misschien probeer ik mensen soms zo volledig te doorgronden dat er geen onbekende diepte meer overblijft waaruit onverwacht iets naar boven kan komen. Alsof voldoende kennis kan voorkomen dat iemand zich plotseling tegen mij keert, mijn vertrouwen beschadigt of mij opnieuw laat twijfelen aan mijn eigen waarneming.
Maar hoe diep ik ook in iemand duik, ik zal nooit alles kunnen zien.
Mensen kunnen veranderen. Ze kunnen dingen verbergen, zichzelf anders voordoen of een kant laten zien die ik niet had verwacht. Geen enkele hoeveelheid kennis kan mij de zekerheid geven dat mijn vertrouwen nooit opnieuw zal worden beschadigd.
Misschien hoef ik daarom niet te leren hoe ik kan voorkomen dat iemand mij ooit nog verrast.
Misschien moet ik leren vertrouwen dat ik, wanneer het gebeurt, mijzelf niet opnieuw zal verlaten.
Dat ik mijn eigen gevoel serieus zal nemen wanneer iets niet klopt. Dat ik niet eindeloos blijf zoeken naar verklaringen voor gedrag dat mij pijn doet. Dat ik mijn grenzen niet langer opzij zet omdat ik de ander zo graag wil begrijpen. En dat ik weg mag gaan wanneer iemand telkens opnieuw laat zien dat mijn vertrouwen daar niet veilig is.
Mijn veiligheid hoeft niet alleen voort te komen uit het begrijpen van de ander.
Zij mag ook voortkomen uit het vertrouwen in mijzelf.
Misschien is dat ook de reden waarom ik mij zo goed alleen kan vermaken.
Alleen zijn voelt voor mij niet automatisch als eenzaamheid. Het is vaak juist een plek waar ik niets hoef te bewaken, niemand hoef te doorgronden en niet hoef na te denken over wat iemand werkelijk bedoelt. Ik hoef mij niet aan te passen, niet alert te zijn en niets van mijzelf uit te leggen.
In die ruimte heb ik iets ontdekt waarvan ik vroeger nooit had verwacht dat ik het zo heerlijk zou vinden: schrijven.
De ideeën blijven maar komen. Het ene verhaal is nog niet afgerond of ergens dient het volgende zich al aan. Personages beginnen zich met mijn gedachten te bemoeien, scènes ontstaan op momenten waarop ik daar helemaal niet bewust mee bezig ben en vragen die mij in het echte leven bezighouden, vinden soms via een verhaal alsnog hun weg naar buiten.
Vooral stormachtige dagen zijn heerlijke schrijfdagen geworden. Wanneer de wind om My Motu jaagt, de regen tegen de ramen slaat en de wereld buiten tijdelijk kleiner wordt, kan ik achter mijn scherm een andere wereld openen. Urenlang kan ik daarin verdwijnen. Ik kan gebeurtenissen ordenen, mensen proberen te begrijpen en woorden geven aan emoties die zich in het gewone leven veel moeilijker laten vangen.
Tijdens het schrijven bepaal ik zelf hoe diep ik ga.
Ik kan afdalen naar pijnlijke herinneringen, ingewikkelde vragen of de donkerste kanten van een personage, maar ik kan het document ook sluiten wanneer ik voel dat het genoeg is. Ik mag afstand nemen, opnieuw beginnen of een gebeurtenis vanuit een ander perspectief bekijken. Misschien geeft schrijven mij daardoor iets wat het echte leven niet altijd geeft: de tijd en ruimte om te begrijpen wat er is gebeurd voordat ik erop hoef te reageren.
Schilderen doet iets anders met mij.
Waar schrijven mijn gedachten ordent, maakt schilderen mijn hoofd stil. De herhaling van de stippen, de beweging van mijn hand en de kleuren die langzaam samen een geheel vormen, brengen mij volledig in het moment. Ik hoef niets te analyseren, op te lossen of uit te leggen.
Schilderen is voor mij mindfulness.
Kleuren maken mij gelukkig.
Misschien zijn schrijven en schilderen daarom niet alleen creatieve uitlaatkleppen. Het zijn ook plekken waar ik ademhaal. Veilige ruimtes waarin ik diep kan gaan zonder mijzelf kwijt te raken. Schrijven geeft woorden aan de storm; schilderen laat de storm even zwijgen.
Er is trouwens nog een plek in mijn leven waar die behoefte om te begrijpen, te verbeteren en iets werkelijk te kunnen betekenen altijd een grote rol heeft gespeeld: mijn werk als mondhygiënist.
Ook dat vak heb ik altijd geweldig gevonden. Niet alleen omdat ik graag met mensen werk, maar vooral omdat ik het bijzonder vind dat ik iemand iets kan leren waardoor er daadwerkelijk iets verandert. Een ongezonde mond weer gezond krijgen vraagt tijd, aandacht en soms behoorlijk wat doorzettingsvermogen, niet alleen van mij, maar vooral van degene die bij mij in de stoel ligt. In het begin ziet iemand misschien vooral de behandelingen die nodig zijn, de uitleg die ik geef en alle dingen die thuis ineens anders moeten. Het resultaat daarvan wordt vaak pas veel later echt voelbaar.
Juist dat moment vind ik misschien wel het mooiste van mijn vak.
Wanneer iemand na een intensieve behandelperiode drie maanden later weer mijn behandelkamer binnenkomt en ik soms al aan de stralende lach kan zien dat er iets is veranderd. Niet alleen in de mond, maar ook in het besef van wat gezondheid eigenlijk betekent. Pas wanneer ontstekingen zijn verdwenen, het tandvlees niet meer bloedt en een mond weer rustig en fris aanvoelt, ontdekken sommige mensen hoeveel ongemak zij daarvoor als normaal waren gaan beschouwen.
En dan hoor ik ineens: "Ik wist helemaal niet dat een gezonde mond zó kon voelen."
Daar kan ik oprecht gelukkig van worden.
Misschien zit ook daarin hetzelfde wat mij in zoveel andere dingen drijft. Ik wil niet alleen aan de oppervlakte iets oplossen. Ik wil begrijpen waar het probleem vandaan komt, iemand helpen dat zelf te begrijpen en vervolgens samen werken aan iets wat blijvend beter kan worden. Niet het werk vóór iemand doen, maar iemand de kennis en de mogelijkheden geven om uiteindelijk zelf het verschil te kunnen maken.
Misschien is dat uiteindelijk ook een vorm van diep duiken.
Alleen ziet het resultaat er daar heel anders uit: soms is het iemand die drie maanden later mijn behandelkamer binnenloopt, breed naar mij lacht en ineens beseft hoe prettig een gezonde mond kan voelen.
Het zou een mooi verhaal zijn wanneer ik kon zeggen dat ik mij op zee veiliger voel dan tussen mensen, maar dat zou niet waar zijn.
Mijn angst voor water speelt iedere dag een rol. Dat klinkt misschien vreemd voor iemand die haar huis over oceanen laat varen, maar angst en avontuur sluiten elkaar niet uit. Soms bestaan ze juist naast elkaar.
Ik stap niet zonder angst het water in. Ik vertrouw niet blind op de diepte onder mij en voel mij niet vanzelfsprekend veilig omdat de zee er kalm en uitnodigend uitziet. De wetenschap dat er kilometers water onder mij kunnen liggen, verdwijnt nooit helemaal uit mijn gedachten.
Toch doe ik dingen die ik alleen waarschijnlijk niet zou durven.
Dat komt voor een groot deel door Jeroen.
Hij neemt mijn angst niet weg en doet ook niet alsof die onzin is. Hij weet dat zij bestaat en ondersteunt mij zonder mij kleiner te maken. Door zijn aanwezigheid durf ik verder te gaan dan ik zelf voor mogelijk had gehouden. Niet omdat hij iedere golf kan tegenhouden of kan garanderen dat er niets gebeurt, maar omdat ik erop vertrouw dat hij naast mij blijft wanneer ik bang ben.
Misschien is dat wel de meest zuivere vorm van veiligheid die een ander mens kan geven.
Niet beloven dat er nooit iets mis zal gaan, maar laten voelen dat je er niet alleen voor zult staan wanneer het gebeurt.
Jeroen is daarin niet de enige. Mijn zusje en haar gezin, mijn broer en zijn gezin, mijn schoonouders en mijn schoonzus behoren tot de kleine kring van mensen bij wie mijn waakzaamheid kan zakken. Mensen die mij door en door kennen, die niet alleen luisteren naar wat er over mij wordt gezegd, maar vertrouwen op wat zij zelf in al die jaren hebben gezien en ervaren.
Bij hen hoef ik niet voortdurend uit te leggen wie ik ben.
Zij weten het.
Misschien heeft het leven mij niet alleen geleerd dat vertrouwen kan worden beschadigd. Het heeft mij ook laten zien dat er mensen bestaan die blijven staan wanneer het ingewikkeld wordt. Mensen die niet verdwijnen zodra jouw waarheid ongemakkelijk wordt en die niet van je vragen jezelf te verloochenen om de relatie te kunnen behouden.
Zij bewijzen dat voorzichtigheid en verbinding naast elkaar kunnen bestaan.
Mijn hele leven heb ik geloofd in de woorden: opgeven bestaat niet.
Die overtuiging heeft mij ver gebracht. Zij hielp mij doorzetten wanneer iets onmogelijk leek, opnieuw beginnen wanneer een plan mislukte en doorgaan op momenten waarop het veel gemakkelijker was geweest om mij om te draaien. Zij gaf mij de moed om een vertrouwd leven achter te laten, aan boord van een zeilboot te stappen en oceanen over te varen, ondanks mijn angst voor water.
Maar zelfs een overtuiging die je jarenlang heeft gedragen, kan een gevaar worden wanneer je haar te letterlijk neemt.
Want wat betekent niet opgeven?
Betekent het dat ik altijd moet doorgaan, ook wanneer mijn lichaam of mijn gedachten om rust vragen? Dat ik ieder probleem moet oplossen, iedere vraag moet beantwoorden en ieder mens moet proberen te begrijpen? Dat ik pas sterk ben wanneer ik mijzelf voorbijloop en pas mag stoppen wanneer werkelijk niets meer gaat?
Misschien heb ik stoppen, rusten en afstand nemen te vaak aangezien voor opgeven.
Misschien dacht ik dat ik alleen volledig leefde wanneer ik mijn grenzen opzocht, terwijl grenzen niet altijd bedoeld zijn om doorbroken te worden. Soms staan zij daar om mij te beschermen.
Ik ben goed geworden in doorgaan. In mijn tanden op elkaar zetten, mij aanpassen aan wat nodig is en pas veel later voelen wat iets werkelijk met mij heeft gedaan. Wanneer het zwaar wordt, zoek ik meestal niet onmiddellijk naar de weg terug. Ik kijk hoe ik verder kan.
Dat is een kracht.
Maar het is soms ook mijn valkuil.
Want wanneer je gewend bent om door te gaan, merk je niet altijd dat je al heel lang geen adem meer hebt gehaald.
Hoe kan ik diep in het leven duiken zonder eraan ten onder te gaan?
Misschien ligt het antwoord niet in minder diep duiken. Ik geloof niet dat ik gelukkig zou worden wanneer ik alleen nog maar aan de oppervlakte bleef, op veilige afstand van alles wat mij zou kunnen raken. De diepte hoort bij mij. Daar liggen mijn nieuwsgierigheid, mijn betrokkenheid en mijn verlangen om te begrijpen. Daar ontstaan mijn verhalen en vind ik vaak juist de verbinding waarnaar ik zoek.
Ik wil dus niet leren om minder intens te leven.
Ik wil leren anders met die intensiteit om te gaan.
Door te accepteren dat ik niet iedereen volledig hoef te begrijpen om veilig te kunnen zijn. Door mensen de tijd te geven mijn vertrouwen te verdienen, zonder mijzelf te veroordelen omdat ik voorzichtig ben. Door nieuwe mensen niet verantwoordelijk te maken voor wat anderen mij hebben aangedaan, maar ook niet langer blind mijn hart open te leggen omdat ik bang ben anders hard of afstandelijk te zijn.
Mijn voorzichtigheid mag bestaan.
Zij draagt mijn geschiedenis met zich mee en heeft mij geholpen overeind te blijven. Maar ik wil niet dat zij zo groot wordt dat zij ook de deur sluit voor mensen die mij misschien juist iets moois zouden kunnen brengen.
Ik hoef mijn waakzaamheid niet uit te schakelen.
Ik moet alleen voorkomen dat zij al mijn beslissingen voor mij neemt.
En wanneer iemand mijn vertrouwen toch beschadigt, hoef ik niet eindeloos in die persoon af te dalen om te begrijpen waarom. Niet iedere pijn wordt kleiner wanneer ik haar kan verklaren. Soms is begrijpen niet hetzelfde als genezen en soms is afstand nemen het eerlijkste antwoord dat ik mijzelf kan geven.
Bovenkomen is geen opgeven.
Een duiker keert niet terug naar de oppervlakte omdat de diepte hem heeft verslagen. Hij komt boven omdat een mens niet gemaakt is om daar voor altijd te blijven. Hij rust, ademt, kijkt om zich heen en verzamelt kracht voordat hij misschien opnieuw afdaalt.
Waarom zou dat in het leven anders zijn?
Mijn leven heeft mij geleerd om golven tegemoet te varen. Om niet terug te deinzen wanneer de zee hoger wordt, de wind aantrekt of de horizon tijdelijk verdwijnt achter een muur van water. Ik heb geleerd dat angst niet altijd betekent dat je iets niet moet doen en dat moed vaak niets anders is dan de volgende stap zetten terwijl de angst nog steeds naast je staat.
Maar de oceaan leert mij inmiddels ook iets anders.
Niet iedere golf hoeft bevochten te worden.
Wanneer je je tegen iedere beweging van het water verzet, put je jezelf uit. Soms moet je meebewegen, je lichaam ontspannen en erop vertrouwen dat het water dat je overspoelt, je ook weer naar boven kan brengen.
Misschien geldt dat ook voor het leven.
Ik hoef niet iedere stroming te beheersen. Niet ieder verlies onmiddellijk betekenis te geven. Niet ieder mens volledig te doorgronden en niet op ieder moeilijk moment sterker te zijn dan ik mij werkelijk voel.
Soms mag ik schrijven totdat de woorden de chaos in mijn hoofd hebben geordend.
Soms mag ik schilderen totdat alleen de kleuren nog bestaan.
Soms mag ik niets oplossen.
En soms mag ik vertrouwen op de mensen die in de loop van de tijd hebben laten zien dat zij mij niet laten vallen.
Dat is voor iemand die altijd heeft geloofd dat opgeven niet bestaat misschien wel een van de moeilijkste lessen: ontdekken dat jezelf laten dragen niets met opgeven te maken heeft.
Het vraagt misschien zelfs meer moed dan blijven vechten.
De vraag die Karin Wenger in haar speech stelde, heeft mij geen eenvoudig of afgerond antwoord gegeven. Misschien bestaat zo’n antwoord ook niet. Misschien verandert het naarmate wij ouder worden, meer meemaken en steeds opnieuw ontdekken waar onze grenzen liggen.
Maar haar vraag heeft mij wel iets belangrijks laten zien.
Ik ga niet ten onder doordat ik diep duik. De diepte is niet mijn vijand. Zij hoort bij mij en maakt mij tot wie ik ben.
Het gevaar ontstaat pas wanneer ik vergeet dat ik ook weer boven moet komen. Wanneer ik doorga terwijl alles in mij om rust vraagt. Wanneer ik de pijn van anderen probeer te dragen alsof die van mij is. Wanneer ik denk dat ik ieder mens volledig moet begrijpen om mijzelf te kunnen beschermen. Wanneer ik mijn eigen gevoel wantrouw omdat iemand anders een overtuigender verhaal vertelt.
Mijn antwoord op Karins vraag is daarom misschien wel dit:
Ik kan diep in het leven blijven duiken zolang ik mijzelf toestemming geef om ook weer boven te komen. Zolang ik luister naar het moment waarop mijn adem opraakt, mijn eigen waarneming blijf vertrouwen en begrijp dat ik niet iedere golf hoef te bevechten of iedere diepte volledig hoef te doorgronden.
Ik wil diep blijven voelen, liefhebben, onderzoeken, schrijven en leven. Ik wil mij blijven verwonderen over wat zich onder de oppervlakte bevindt en niet bang worden voor de vragen waarop ik misschien nooit een eenvoudig antwoord zal vinden.
Ik wil nieuwsgierig blijven naar mensen, ook al vind ik hen soms beangstigend.
Ik wil voorzichtig mogen zijn zonder mij volledig af te sluiten.
Ik wil blijven vertrouwen, maar niet meer ten koste van mijzelf.
En wanneer iemand mij toch verrast, wil ik niet langer geloven dat dit betekent dat ik beter had moeten kijken, dieper had moeten graven of eerder had moeten begrijpen. Dan wil ik erop kunnen vertrouwen dat ik de kracht heb om naar mijn eigen gevoel te luisteren, mijn grenzen te bewaken en terug te keren naar de mensen bij wie ik veilig ben.
Naar de rust.
Naar de kleuren.
Naar de woorden.
Naar de mensen die mij werkelijk kennen.
Naar de lucht boven het water.
Naar het licht.
Want werkelijk diep leven vraagt niet alleen om de moed om af te dalen.
Het vraagt ook om de wijsheid om op tijd weer boven te komen.

REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…