Zodra Tess in het vliegtuig naar Australië stapt, keert de rust terug aan boord van My Motu. Nog maar een paar uur geleden was de boot gevuld met verhalen, gelach en het enthousiasme van iemand die Fiji voor het eerst ontdekte. Nu zijn Jeroen en ik weer met z'n tweeën.
Het blijft bijzonder hoe snel een boot zich aanpast aan de mensen die erop leven. Een week lang was My Motu het decor van gezellige gesprekken, gezamenlijke uitstapjes en alle indrukken die Tess opdeed tijdens haar eerste kennismaking met Fiji. Zodra ze vertrekt, verandert de sfeer vanzelf weer. Jeroen en ik pakken moeiteloos ons vertrouwde ritme op. We vinden het altijd heerlijk om bezoek aan boord te hebben, maar genieten net zo goed van de rust wanneer we weer samen verder varen. Ons leven aan boord verandert voortdurend. Soms varen we met gasten, jarenlang deelden we dit avontuur met Rajesh en nu zijn Jeroen en ik weer met z'n tweeën. Iedere fase heeft iets bijzonders en juist die afwisseling maakt dit leven zo mooi.
Onze eerste bestemming is Savusavu. Niet voor een tropisch uitstapje of een gezellige lunch aan de waterkant, maar voor iets veel minder romantisch: een bezoek aan de immigratie. We mogen nog twee maanden langer in Fiji blijven en daarvoor hebben we alleen nog de officiële stempel nodig. Zodra die in ons paspoort staat, kan ons volgende avontuur beginnen.
Of nou ja... bijna dan.
Want eerst moeten we boodschappen doen.
Heel. Veel. Boodschappen.
Niet alleen voor onszelf, maar ook voor Barbara en Ralph van Lille Venn. Zij liggen samen met Flora inmiddels bij Ogea en hebben ons een boodschappenlijstje gestuurd. Met alle plezier gaan we voor hen op pad. Terwijl onze eigen winkelwagen langzaam voller raakt, verdwijnen ook hun favoriete producten één voor één tussen onze boodschappen.
De dagen daarna veranderen we langzaam in professionele boodschappensjouwers. We lopen van supermarkt naar supermarkt, struinen langs de groente- en fruitmarkt en slepen tassen vol proviand terug naar de dinghy. Eenmaal aan boord begint misschien wel het grootste werk: alles een plek geven. Op een zeilboot kun je nu eenmaal niet zomaar een extra keukenkastje opentrekken. Iedere zak rijst, ieder blik en iedere fles moet precies op de juiste plek liggen. Pas als de laatste boodschappen zijn opgeborgen en My Motu weer klaar is voor weken op zee, kijken we elkaar tevreden aan.
Zo... we kunnen weer op pad.
Tussen al het boodschappen doen door ontmoeten we ook Umberto, een Nederlander die al jarenlang met zijn catamaran door Fiji zeilt. Zo'n ontmoeting waarvan je denkt dat het bij een kort praatje blijft, maar voor je het weet sta je een hele tijd geboeid te luisteren.
Umberto vertelt over de bijzondere band die hij met Fiji heeft opgebouwd. Jaren geleden zeilde hij hier bijna drie jaar rond met zijn toen al negentigjarige moeder. Terwijl hij over haar vertelt, zie je nog altijd hoeveel ze voor hem betekende. Zijn moeder ligt inmiddels begraven op Ogea, een plek die voor hem daardoor een nog diepere betekenis heeft gekregen.
Ook de band met de lokale bevolking is in al die jaren alleen maar sterker geworden. Zo sterk zelfs, dat de inwoners hem een stuk land hebben geschonken. Niet omdat hij daar ooit om heeft gevraagd, maar als blijk van waardering en omdat zij vinden dat hij inmiddels bij hun gemeenschap hoort.
Het is één van die ontmoetingen die ons opnieuw laat beseffen dat reizen zoveel meer is dan mooie ankerbaaien of indrukwekkende landschappen. Uiteindelijk zijn het de mensen die je onderweg ontmoet en de verhalen die ze met je delen die een plek in je hart veroveren
Een paar dagen vooruit lijken de weersvoorspellingen eindelijk voorzichtig de goede kant op te gaan. Over ongeveer een week zou er zomaar een mooi weerwindow kunnen ontstaan om koers te zetten naar de noordelijke Lau Group. Natuurlijk weten we inmiddels als geen ander dat weersvoorspellingen op langere termijn lang niet altijd uitkomen. Toch beginnen we alvast met de voorbereidingen. Je kunt maar beter klaar zijn als het weer ineens wél meewerkt.
Daarom verplaatsen we My Motu naar ons vertrouwde ankerplekje bij Cousteau Resort. Hier, vlak bij de pas, voelen we ons eigenlijk al een beetje onderweg. Zodra het juiste weerwindow zich aandient, hoeven we alleen nog maar het anker op te halen en kunnen we vrijwel direct vertrekken.
Als de voorspellingen uitkomen, hijsen we morgen de zeilen richting Namena Island. Vanaf daar hebben we een veel gunstigere zeilhoek voor de oversteek naar de noordelijke Lau Group.
De volgende ochtend komt Umberto nog even langs voor een kop koffie. We praten nog wat na over zijn bijzondere verhalen en wensen elkaar een behouden vaart. Het zijn van die kleine afscheidsmomenten die zo vanzelfsprekend lijken, maar die het zeilleven juist zo bijzonder maken. Je weet nooit precies waar of wanneer je elkaar weer tegenkomt.
Niet veel later halen we het anker op. Langzaam verdwijnen de contouren van Savusavu achter ons. De wind staat mooi en My Motu glijdt ontspannen over het diepblauwe water richting Namena Island. De overtocht duurt nog geen vier uur. De wind is fris, maar het zonnetje maakt het gelukkig nét aangenaam genoeg om geen vest aan te trekken.
Zoals zo vaak heeft Jeroen zijn eigen manier om zo'n overtocht door te brengen. Hij zet een hengel uit, houdt de zeilen nauwlettend in de gaten en verdiept zich tussendoor in technische filmpjes op YouTube. Er is altijd wel iets nieuws te leren of een slim idee om later op de boot toe te passen.
Meestal zit ik achter het roer. Terwijl ik de koers in de gaten houd, luister ik naar mijn luisterboek. Ondertussen dwalen mijn ogen bijna voortdurend over het wateroppervlak, op zoek naar vinnen, vogels, vliegende vissen en, als we geluk hebben, grotere zeedieren.
Het is grappig hoe je na een paar jaar op zee het water steeds beter leert lezen. Waar ik vroeger alleen golven zag, herken ik nu steeds vaker dat een klein rimpeltje op het water niet door de wind of een golfje wordt veroorzaakt, maar door iets wat net onder het oppervlak zwemt. Soms blijkt het loos alarm, soms schiet er inderdaad iets onder het wateroppervlak weg. Juist dat maakt dat ik mijn ogen nauwelijks van de oceaan kan afhouden.
Op de AIS zien we dat meerdere zeilboten dezelfde bestemming hebben. Tijdens ons vorige bezoek lagen we hier helemaal alleen voor anker. Daarom kijken we allebei even verrast op wanneer we de baai binnenvaren. Verspreid over de ankerplaats liggen deze keer een stuk of acht zeilboten. Toch voelt het allesbehalve druk. Er is ruimte genoeg en de rust waar Namena om bekendstaat, hangt nog steeds overal om ons heen. Nog geen paar minuten later valt het anker en genieten we opnieuw van deze mooie plek in Fiji
De dagen op Namena vliegen voorbij. Jeroen en ik besluiten deze keer niet terug te gaan naar de snorkelplekken die we samen met Tess hebben bezocht. Het buitenrif is zó groot dat we juist nieuwsgierig zijn naar wat er nog meer te ontdekken valt.
Zoals altijd zijn onze interesses onder water net iets anders. Jeroen speurt vooral naar de grotere vissoorten en hoopt stiekem altijd haaien tegen te komen. Ik vind dat ook indrukwekkend, maar geef eerlijk toe dat ik daar iets voorzichtiger in ben. Vooral grotere soorten zoals hamerhaaien, stierhaaien en tijgerhaaien hoef ik niet per se alleen met z'n tweeën tegen te komen. In een groep, samen met een duikinstructeur, voelt dat toch anders. Of misschien denk ik dan gewoon dat een haai meer mensen heeft om uit te kiezen wie er het lekkerst uitziet. 😄
Mijn angst voor diep water is in al die jaren eigenlijk nooit helemaal verdwenen. Dat klinkt misschien vreemd, want inmiddels zwem ik bijna overal. Toch trek ik tijdens het snorkelen vaak de dinghy achter me aan. Waarschijnlijk geeft het een schijnveiligheid, maar het idee dat ik altijd direct terug kan naar de boot stelt me gerust. En eerlijk gezegd... dat is voor mij genoeg.
Gelukkig is de kans om hier grote haaien tegen te komen een stuk kleiner dan bijvoorbeeld in Frans-Polynesië. In plaats daarvan genieten we vooral van de enorme scholen tropische vissen die tussen het zachte en harde koraal zwemmen. Het water is zó helder dat we de bodem, dertig meter onder ons, moeiteloos kunnen zien liggen.
Maar zodra we iets verder van de kust af zwemmen, verandert het landschap onder ons ineens. De kleurrijke bodem maakt plaats voor een diepblauwe afgrond waar de rand van het rif abrupt lijkt te verdwijnen. Jeroen zwemt zonder aarzelen verder. Ik blijf heel even hangen, met de lijn van de dinghy stevig in mijn hand. Pas daarna zwem ik achter hem aan. Dat gevoel zal misschien nooit helemaal verdwijnen... en dat hoeft eigenlijk ook niet.
De dagen op Namena vliegen voorbij. Overdag brengen we zoveel mogelijk tijd door in en op het water, maar zodra de zon ondergaat merken we dat deze Fiji-winter anders is dan alle voorgaande. Voor het eerst sinds ons vertrek uit Nederland kruipen we 's avonds weer onder een dun dekbed. Overdag is het met 23 à 24 graden nog steeds heerlijk en het water nodigt nog altijd uit om te snorkelen, maar de nachten zijn verrassend fris. Later horen we zelfs dat dit de koudste julimaand is sinds het begin van de metingen. Iedere ochtend beginnen we inmiddels met hetzelfde ritueel: een kop koffie, de nieuwste weerkaarten bekijken en hopen dat het voorspelde weerwindow standhoudt. De voorspellingen lijken gelukkig nog steeds dezelfde kant op te wijzen. Het weerwindow waar we op hopen, lijkt steeds dichterbij te komen. Heel voorzichtig beginnen we erin te geloven dat het misschien echt gaat lukken.
Maar drie dagen voordat we willen vertrekken, verschijnt er ineens een officiële waarschuwing van de Fijiaanse autoriteiten.
Er wordt een oceaandeining van vier meter verwacht en zowel grote als kleine schepen krijgen het dringende advies om niet uit te varen vanwege de krachtige swell en de gevaarlijke stromingen bij de kusten en riffen.
Ik geef eerlijk toe dat ik daar behoorlijk van schrik.
We hebben hier weken op gewacht. De boot is helemaal klaar, we liggen precies op de juiste plek en in mijn hoofd zijn we eigenlijk al onderweg. En dan lees je ineens zo'n waarschuwing. Meteen beginnen de twijfels. Hebben we iets over het hoofd gezien? Is dit weer zo'n moment waarop we onze plannen moeten uitstellen?
Zoals zo vaak blijft Jeroen opvallend rustig. Terwijl ik allerlei scenario's door mijn hoofd laat gaan, bekijkt hij de verschillende weerkaarten nog eens rustig. Volgens hem ziet het er nog steeds goed uit en is er geen reden om onze plannen direct aan te passen.
Toch besluiten we nog één iemand om zijn mening te vragen: Ralph. Inmiddels hebben we al zoveel samen gezeild dat we zijn oordeel volledig vertrouwen. Ook hij verwacht geen gevaarlijke omstandigheden, hooguit een wat oncomfortabel stuk zee.
Dat geeft vertrouwen.
We spreken daarom af om volgens plan te vertrekken. Maar wel met één duidelijke afspraak: zodra de oceaan iets anders laat zien dan de weerkaarten voorspellen, draaien we om en wijken we uit naar Taveuni.
Op zee heeft het weer altijd het laatste woord.
De avond ervoor twijfelen we nog even. Misschien moeten we vannacht al vertrekken, want dan lijkt er iets meer wind te staan. Uiteindelijk besluiten we toch nog een nachtje te blijven. Achteraf zijn we daar ontzettend blij mee. Meerdere keren word ik wakker van het gebrul van de wind door de verstaging. Terwijl ik in bed lig, denk ik alleen maar: wat fijn dat we nu nog veilig achter het rif liggen en niet daarbuiten op zee.
De volgende ochtend ziet de wereld er totaal anders uit. De wind is precies zoals voorspeld afgenomen. Om acht uur halen we het anker op. Er staat een heerlijke tien tot vijftien knopen wind, de zee is opvallend vlak en de zon schijnt volop. Beter dan dit kunnen de omstandigheden eigenlijk niet zijn.
Zodra we de pas uitvaren, hijsen we alle zeilen vol uit. Zodra alle zeilen mooi gevuld zijn, zetten we de motor uit en vanaf dat moment neemt de wind het volledig over. Zodra we koers zetten richting Vanua Balavu begint het grote genieten.
De aan de windse koers is perfect. My Motu versnelt moeiteloos naar zeven tot acht knopen en glijdt soepel door het water. Ineens voelen die 115 zeemijlen helemaal niet meer zo ver. Dit zijn de dagen waar iedere zeiler van droomt. De boot lijkt bijna vanzelf te zeilen en alles voelt moeiteloos.
De avond voor ons vertrek belt Barbara nog even. Ze vertelt enthousiast over de plek waar Lille Venn en Flora op dat moment liggen. Volgens haar is het zó mooi dat het eigenlijk zonde zou zijn als we er niet naartoe zouden gaan. Haar advies is dan ook duidelijk: kom deze kant op.
Dat klinkt natuurlijk verleidelijk, maar het betekent wel dat we onze planning moeten aanpassen. Zodra we Vanua Balavu bereiken, zouden we nog zo'n twintig zeemijl extra binnen het rif moeten varen. Kiezen we ervoor om buitenom te gaan, dan komt daar zelfs ongeveer dertig zeemijl bij.
We spreken daarom af om onderweg pas een beslissing te nemen. Eerst maar eens kijken hoe de oversteek verloopt en hoe we ons voelen in de ochtend. Uiteindelijk bepaalt de oceaan toch of plannen haalbaar zijn of niet.
In de loop van de middag beginnen we voorzichtig te rekenen. We zeilen nog steeds met een prachtige snelheid en als dat zo blijft, arriveren we rond twee uur 's nachts bij de oorspronkelijke pas. Dat betekent uren wachten tot het eerste daglicht voordat we veilig naar binnen kunnen varen.
Langzaam begint een ander plan steeds aantrekkelijker te klinken.
Hoewel er onderweg inderdaad een lange oceaandeining staat, blijven de golven verrassend afwezig. De omstandigheden zijn zoveel beter dan de waarschuwingen ons hadden doen vermoeden. Als we nog dertig zeemijl doorzeilen richting de zuidwestelijke pas, zouden we daar juist rond acht uur 's ochtends aankomen. Precies bij daglicht.
Ineens valt alles op zijn plek. De wind blijft de hele nacht keurig tussen de tien en vijftien knopen waaien en neemt later langzaam af naar acht tot tien knopen. Toch blijft My Motu zonder moeite met ongeveer vijf knopen door het water glijden. Er zijn geen klotsende golven die tegen de romp beuken, geen vermoeiende wachtlopen waarbij je voortdurend alert moet zijn en geen eindeloze reeks zeilwissels. Sterker nog, tijdens de hele overtocht hoeven we slechts één keer overstag.
Als iemand ons zou vragen hoe 'champagne sailing' eruitziet, dan zouden we deze overtocht als voorbeeld geven. Zelden hebben we een nachttocht meegemaakt die zó ontspannen verliep.
Wanneer de eerste zonnestralen de horizon langzaam goud kleuren, maak ik Jeroen wakker. Op My Motu hebben we een eenvoudige regel: alles wat vanuit de cockpit bediend kan worden, doen we alleen. Maar zodra één van ons de veiligheid van de cockpit moet verlaten, is de ander altijd aan dek. Voor de laatste keer tijdens deze oversteek moeten we nog één keer overstag. Omdat de preventers losgemaakt en opnieuw aangebracht moeten worden, doen we dat altijd samen. Daarna sturen we My Motu richting de brede zuidwestelijke pas van Vanua Balavu.
Dit blijft misschien wel één van mijn favoriete momenten van een nachttocht. Terwijl de zon langzaam hoger klimt, zie ik de contouren van het landschap steeds duidelijker worden. Vogels vliegen af en aan, vliegende vissen schieten uit het water en verder is er vooral... stilte. Zeker na zo'n ontspannen overtocht voelt dat bijna onwerkelijk.
We weten dat Vanua Balavu al een tijd aan onze bakboordzijde ligt, maar de zuidwestelijke pas ligt nog een stuk verder. Langzaam neemt de wind steeds verder af, precies zoals voorspeld.
De pas blijkt verrassend eenvoudig. Zodra we tussen de riffen door zijn, rollen we de zeilen op en gaat de motor weer aan. Daarna buigen we negentig graden naar bakboord af en varen we de laatste vijf zeemijl rustig naar de ankerplek.
Wanneer we de pas door zijn, sturen we Barbara en Ralph een berichtje dat we veilig binnen zijn en nog ongeveer een uurtje nodig hebben. Terwijl we even later de baai Susui Village binnenvaren, zien we Ralph al op het dak van Lille Venn staan, met zijn drone in de lucht om onze aankomst vast te leggen.
Nog maar net ligt het anker op de bodem of Barbara en Ralph komen ons al lachend tegemoet in hun dinghy. We praten even bij en Barbara vertelt enthousiast dat ze voor vanavond een gezellige avond heeft georganiseerd met ons en Flora.
Maar eerst hebben Jeroen en ik nog iets anders te doen. Voordat we ons bij de anderen voegen, stappen Jeroen en ik eerst nog in de dinghy richting het dorp. Zoals op ieder Lau-eiland brengen we eerst een bezoek aan de chief om onze sevusevu aan te bieden. Met de bundel kavawortels onder onze arm lopen we naar zijn huis, waar we vriendelijk worden ontvangen.
Na een kort gesprek bieden we de kava aan en heet de chief ons van harte welkom. We krijgen zijn blessing om hier te ankeren, te zwemmen en het eiland te bezoeken. Wel vraagt hij ons één ding: in deze baai mag niet gevist worden. Dat respecteren we natuurlijk graag.
Nog geen vijf minuten later lopen we alweer terug naar de dinghy. De formaliteiten zijn achter de rug en we kunnen gaan genieten van alles wat Vanua Balavu te bieden heeft.
Die namiddag schuiven we met z'n zessen aan boord van Lille Venn aan. Barbara heeft opnieuw heerlijk voor ons gekookt en Wiebke sluit de avond af met een verrukkelijk zelfgemaakt dessert. Er wordt bijgepraat over de afgelopen weken, veel gelachen en daarna leren Jeroen en ik een nieuw spel kennen: Mexican Train, een gezellig dominospel dat al snel voor de nodige fanatieke momenten en veel gelach zorgt. De avond vliegt voorbij. Hoewel iedereen de afgelopen weken weer zijn eigen avonturen heeft beleefd, voelt het zodra we samen zijn alsof we elkaar gisteren nog zagen.
De dagen daarna ontstaat er al snel een heerlijk vast ritme. Vrijwel iedere ochtend zwemmen Barbara, Wiebke en ik samen ongeveer anderhalve kilometer. Niet in een zwembad met keurige banen of langs een zandstrand, maar dwars over levend koraal, tussen honderden tropische vissen.
Regelmatig betrap ik mezelf erop dat ik veel vaker naar beneden kijk dan vooruit. Overal is iets te zien: felgekleurde rifvissen, bijzondere koralen of een nieuwsgierige schildpad die ons eerst aandachtig lijkt te bekijken, maar vervolgens besluit dat wij toch iets te spannend zijn en er snel vandoor gaat. Onderweg wijzen we elkaar regelmatig op iets moois dat we zien. Daardoor vergeet ik soms helemaal dat we eigenlijk bezig zijn met een flinke ochtendzwemtocht en niet alleen maar naar de onderwaterwereld aan het kijken zijn. Dat zoiets inmiddels bijna een dagelijkse routine is geworden, blijft iedere keer weer bijzonder.
Terwijl wij 's ochtends zwemmen, trekken de mannen er regelmatig op uit met hun wingfoils of paddleboards om de omgeving verder te verkennen. Aan het einde van de dag vinden we elkaar bijna vanzelf weer terug. De ene keer voor een spelletje, de andere keer gewoon om samen een kop koffie te drinken, bij te praten of gezellig aan boord van één van de boten te zitten. Zonder dat we het afspreken, ontstaat er vanzelf een ritme dat verrassend snel heel vertrouwd voelt.
Onze laatste middag in Susui Village verloopt net even anders dan de dagen ervoor. Tijdens onze gebruikelijke ochtendzwemtocht bedenken Barbara, Wiebke en ik alvast welke hapjes we die middag willen maken. Op het programma staat namelijk iets wat je misschien niet direct verwacht op een afgelegen eiland in de Lau Group: met z'n allen voetbal kijken.
Eugene vroeg me laatst of voetbal eigenlijk leeft in Fiji. Het antwoord is: een beetje. Onder de lokale bevolking zijn rugby en cricket zonder enige twijfel de populairste sporten. Vooral rugby is hier veel meer dan alleen een spel. Vrijwel iedereen heeft een favoriete speler of team en zodra er een belangrijke wedstrijd is, lijkt heel Fiji mee te leven. Onder cruisers ligt dat net even anders.
Terug aan boord was Jeroen al bezig met het deeg voor een focaccia, terwijl ik aioli maak. Alleen... wanneer ik het deeg zie, weet ik eigenlijk al dat het geen focaccia meer gaat worden. Gelukkig is er niets verloren. Van dat deeg bak ik twee heerlijke broden en maak ik daarna snel nieuw deeg voor een echte focaccia.
Terwijl de eerste twee broden in de oven staan en het deeg voor de focaccia aan het rijzen is, gaan Jeroen en Ralph er samen nog op uit met de paddleboards. Ik blijf aan boord om de focaccia af te bakken. Precies om tien over één komt hij goudbruin uit de oven. Met vers warm focacciabrood stappen we in de dinghy richting Lille Venn, waar de wedstrijd inmiddels al een kwartiertje bezig is.
Rond de iPad van Ralph verzamelen we ons met z'n allen voor de wedstrijd Zwitserland – Argentinië. Via de speakers klinkt het commentaar luid over het water en al snel wordt er fanatiek meegeleefd. Het duurt natuurlijk niet lang voordat de eerste discussies losbarsten. Volgens vrijwel iedereen aan boord is de rode kaart voor de Zwitser volkomen onterecht. Binnen een paar minuten bemoeit iedereen zich fanatiek met de arbitrage. Alsof de scheidsrechter ons vanaf de andere kant van de wereld nog zou kunnen horen. 😄
Zelf ben ik helemaal geen fanatieke voetbalkijker, maar juist daarom geniet ik misschien nog wel het meest van alles wat er om de wedstrijd heen gebeurt. Het gejuich, het gemopper op de scheidsrechter, de verschillende meningen en de plagerijtjes over en weer maken de middag minstens zo leuk als de wedstrijd zelf.
Het zijn van die onverwachte momenten waarop je beseft hoe bijzonder het leven onder cruisers eigenlijk is. Midden op een afgelegen eiland in Fiji zit je ineens met Zwitsers, Duitsers en Nederlanders voetbal te kijken, terwijl buiten de tropische vissen onder de boten door zwemmen.
Nog geen paar dagen nadat we in Susui Village zijn aangekomen, kondigt de volgende periode met slecht weer zich alweer aan. Samen met Lille Venn en Flora besluiten we daarom naar Mbavatu Harbour te zeilen, een beschutte baai aan de noordwestkant van Vanua Balavu.
Van slecht weer is tijdens de overtocht gelukkig nog weinig te merken. Onder een stralend zonnetje en met zo'n achttien knopen wind zeilen we in ruim twee uur naar onze nieuwe ankerplek. Flora zeilt voorop, gevolgd door Lille Venn en daarachter My Motu. Het is zo'n ontspannen tocht waarbij iedereen gewoon lekker op zichzelf van het zeilen geniet.
Nog voordat we de smalle ingang bereiken, valt ons oog op een prachtig zandstrand met koraal eromheen. Daar moeten we straks maar eens gaan snorkelen, denk ik meteen.
Zodra we de baai binnenvaren, verandert het landschap volledig. Hoge, dichtbegroeide heuvels rijzen om ons heen op en boven de boomtoppen cirkelen grote vleermuizen. Het water is vrijwel spiegelglad en de buitenwereld lijkt in één klap verdwenen.
Mijn eerste gedachte?
Wauw... het lijkt wel alsof we zo de jungle binnenvaren.
Samen met Lille Venn en Flora zoeken we een mooie plek uit om te ankeren. Daarna brengen we met de dinghy extra lijnen naar stevige bomen langs de wal. Alle drie de boten liggen nu niet alleen aan hun anker, maar ook met meerdere lijnen vast aan de kant. Het kost even wat werk, maar zodra alles strak staat, weten we dat we hier goed liggen voor de harde wind die de komende dagen wordt verwacht.
En hard waaien doet het. Buiten Mbavatu Harbour staat tijdens vrijwel ons hele verblijf tussen de twintig en vijfendertig knopen wind. Daar merken wij diep in de baai verbazingwekkend weinig van. Af en toe komt er een korte windvlaag tussen de heuvels door, maar verder liggen onze boten vrijwel onbeweeglijk achter hun ankers en lijnen.
Hoe groot het verschil is, merken we zodra we met de dinghy naar het strandje net buiten de beschutting van de baai varen om te snorkelen. Daar staat ineens wél volop wind. Alsof iemand een deur heeft opengezet naar het weer waarvan wij op onze ankerplek nauwelijks iets meekrijgen.
Mbavatu Harbour was vroeger een haven voor schepen die de Lau-eilanden aandeden. Het oude havengebouw en een aantal mooringen in de baai herinneren daar nog altijd aan. De volgende ochtend besluiten Jeroen en ik onze paddleboards te pakken en er eens naartoe te peddelen.
Het is ongeveer een zeemijl. Onderweg varen we nog even langs Lille Venn, maar Ralph is druk bezig met zijn zeil en blijft aan boord. Jeroen en ik peddelen samen verder. Op het water staan alleen wat kleine rimpels van de wind en onderweg zien we vooral opvallend veel kwallen.
Van dichtbij ziet het oude havengebouw er verrassend goed uit. Binnen is alles leeg, maar aan de buitenkant oogt het gebouw nog stevig en behoorlijk onderhouden. Ook de oude mooringen liggen er nog steeds. Of die nog worden gecontroleerd of onderhouden weten we niet en zelf zouden we er in ieder geval niet zomaar onze boot aan vastmaken.
Naast paddleboarden proberen we onze tijd hier ook te gebruiken om wat meer te wandelen. Op een zeilboot ben je de hele dag bezig, maar dat betekent niet automatisch dat je conditie op peil blijft. Vooral je beenspieren krijgen aan boord niet altijd de beweging die ze op het land gewend zijn te krijgen.
Via NoForeignLand vinden we een wandelroute die begint met een lange trap. Onderaan staat een bord met allerlei informatie en één getal springt er meteen uit:
271 treden.
De eerste dag lopen Jeroen en ik de trap omhoog en weer naar beneden. Gewoon om onze beenspieren weer eens wakker te schudden. Natuurlijk tellen we de treden onderweg en ja hoor: het zijn er echt 271.
De volgende dag doen we precies hetzelfde.
Jeroen krijgt er ondertussen samen met Ralph een heel andere uitdaging bij. Op het bord onderaan de trap staat namelijk ook het record vermeld: iemand heeft de 271 treden ooit in slechts 58 seconden naar boven gerend.
Tja...
Zet zoiets op een bord en je kunt natuurlijk wachten tot Jeroen en Ralph er een wedstrijd van maken. 😄
De mannen beginnen hun tijden bij te houden en proberen steeds sneller boven te komen. Het record van 58 seconden blijft veilig buiten bereik, maar uiteindelijk weten ze hun tijd terug te brengen tot 2 minuten en 11 seconden. Niet slecht voor twee mannen die het wandelen vooral begonnen waren om hun conditie weer een beetje op peil te brengen.
De trap smaakt naar meer en Jeroen en Ralph trekken er de dagen daarna regelmatig samen op uit. Tijdens één van hun wandelingen ontdekken ze een mooie route naar een uitzichtpunt boven de Bay of Islands. Die moeten Barbara en ik volgens de mannen absoluut ook zien, dus niet veel later vertrekken we met z'n vieren.
Na de 271 treden komen we boven op een uitgestrekt stuk grasland waar koeien en schapen lopen. Vanaf daar wandelen we verder naar de andere kant van de baai. De route is niet bijzonder moeilijk, al moeten we het laatste stuk nog behoorlijk klimmen.
Onderweg komen we langs een sinaasappelboom. Ralph ziet de mooiste exemplaren natuurlijk nét iets hoger hangen en voor we het weten zit hij in de boom. Even later kunnen we onze wandeling vervolgen met een paar vers geplukte sinaasappels.
Na ongeveer een uur bereiken we het uitzichtpunt en kijken we uit over de Bay of Islands. Het lichtblauwe water wordt onderbroken door kalkstenen rotsformaties die ons onmiddellijk doen denken aan de 'mushrooms' die we eerder in Fulaga zagen. Tussen de rotsen liggen riffen en beschutte stukjes water waar je met een dinghy eindeloos tussendoor zou kunnen varen op zoek naar mooie snorkelplekken. Daarachter strekt de diepblauwe oceaan zich uit tot aan de horizon.
Vanaf hier merken we ook ineens weer hoeveel wind er werkelijk staat. We spreken mensen die in de Bay of Islands voor anker liggen en zij vertellen hoeveel last ze hebben van de harde windvlagen. Hun boten slingeren voortdurend heen en weer, terwijl wij aan de andere kant van de heuvels al dagenlang bijna niets van diezelfde wind merken.
Opnieuw realiseren we ons hoeveel geluk we hebben met onze plek in Mbavatu Harbour.
Jeroen en Ralph krijgen ondertussen steeds meer plezier in hun wandelavonturen. Op een dag zijn de gewone paden blijkbaar niet avontuurlijk genoeg meer. Gewapend met hun machetes besluiten ze dwars door een stuk jungle te trekken en hun eigen route te zoeken.
Als ik die twee samen zie vertrekken, moet ik lachen. Twee volwassen mannen die binnen een paar minuten weer veranderen in twee kwajongens. Machetes mee, jungle voor zich en allebei minstens zo enthousiast alsof ze weer tien jaar oud zijn.
Wij kiezen die dag voor een iets rustiger avontuur.
Terwijl Jeroen en Ralph zich ergens tussen de bomen een weg door de jungle banen, halen Wiebke, Barbara en ik onze eigen spullen tevoorschijn. Wiebke met haar breiwerk, Barbara en ik met onze dot-art. En zo ontstaat vanzelf weer een middag van onze inmiddels vertrouwde Dotting & Knitting Club.
De dagen in Mbavatu Harbour vullen zich op die manier bijna vanzelf. We wandelen, paddleboarden, snorkelen wanneer de wind het toelaat en ik heb eindelijk weer uitgebreid de tijd om te schilderen. Buiten onze beschutte baai blijft het dagenlang stevig waaien, maar diep tussen de groene heuvels van Mbavatu lijkt dat weer soms een wereld ver weg.

REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…