Het begon voor ons met iets heel gewoons: vlees.
Wie langere tijd op een zeilboot woont en regelmatig voor weken achter elkaar vertrekt naar eilanden waar geen supermarkt, winkel of zelfs maar een eenvoudige markt te vinden is, leert vanzelf op een andere manier naar boodschappen kijken. Een goede vleesafdeling is dan niet zomaar prettig, maar bepaalt voor een deel wat er de komende weken aan boord op tafel kan worden gezet. Voordat wij opnieuw voor langere tijd off grid zouden gaan leven, reden we daarom naar True Mart aan de Denarau Bypass Road, vlak bij Nadi. We wisten dat zij een van de beste vleesafdelingen in de omgeving hadden en dat we er vrijwel alles op één plek konden vinden.
True Mart was schoon, modern en overzichtelijk. De producten lagen netjes uitgestald, het vlees zag er goed uit en buiten konden we meteen tanken. We dronken er iets, aten wat en deden onze boodschappen, zoals zoveel andere mensen dat dagelijks doen. Er werkten naar ons idee veel Fijianen en niets aan de winkel, de medewerkers of de sfeer gaf ons het gevoel dat er achter deze ogenschijnlijk succesvolle onderneming een veel groter en vooral veel donkerder verhaal schuilging.
Wij zagen een goed georganiseerde supermarkt.
We zagen een benzinestation, een café en een plek waar we zonder veel omwegen onze voorraden konden aanvullen. Wat wij niet zagen was Grace Road. Natuurlijk stond de naam ergens vermeld en waarschijnlijk hadden wij hem vaker gezien, maar een naam wordt pas betekenisvol wanneer je het verhaal erachter kent. Voor ons was True Mart eenvoudigweg een praktische en betrouwbare plek om boodschappen te doen. Wij hadden geen reden om ons af te vragen wie de eigenaren waren, waar het geld naartoe ging of wie de werkelijke prijs betaalde voor de efficiëntie en kwaliteit die wij als klanten zo prettig vonden.
Totdat we de documentaire How a Cult Took Over Fiji van Fern bekeken.
Vanaf dat moment zag die onschuldige boodschappentas er ineens heel anders uit.
Het beloofde land. Het verhaal van Grace Road begint niet in Fiji, maar in Zuid-Korea, waar predikant Shin Ok-ju haar volgelingen ervan overtuigde dat een wereldwijde hongersnood en andere apocalyptische gebeurtenissen op komst waren. Fiji zou volgens haar het door God aangewezen beloofde land zijn: een veilige plek waar haar volgelingen konden overleven en vanwaar zij uiteindelijk de rest van de wereld van voedsel zouden voorzien.
Voor mensen die volledig in haar boodschap geloofden, was de verhuizing naar Fiji geen gewone emigratie. Zij lieten hun huizen, carrières, bezittingen en vertrouwde omgeving achter omdat zij ervan overtuigd waren dat buiten Fiji een ramp naderde waaraan vrijwel niemand zou ontsnappen. Rond 2014 verhuisden honderden Zuid-Koreaanse volgelingen naar de eilandstaat die de meesten van ons juist associëren met witte stranden, wuivende palmbomen en helderblauwe lagunes.
Maar voormalige leden vertellen dat het beloofde land voor hen veranderde in een plek waaruit zij nauwelijks meer konden ontsnappen.
Volgens hun verklaringen werden paspoorten afgenomen, families van elkaar gescheiden en leden gedwongen lange dagen te werken zonder zelf over hun inkomsten te kunnen beschikken. Binnen de geloofsgemeenschap vonden gewelddadige rituelen plaats waarbij mensen werden geslagen om hen zogenaamd van kwade geesten en zonden te bevrijden. Soms moesten familieleden elkaar slaan, onder het toeziend oog van de groep en haar leiders.
Een van de vrouwen die haar verhaal naar buiten bracht, was Seo-Yeon Lee. Zij reisde in 2014 met haar familie naar Fiji nadat haar moeder zich bij Grace Road had aangesloten. Zelf vertrouwde zij de beweging niet, maar zij wilde haar zieke moeder niet alleen laten. Eenmaal op het complex ontdekte zij dat haar paspoort verdwenen was. Toen zij de politie probeerde te bellen, werd haar noodoproep volgens haar eigen verklaring door andere leden ongedaan gemaakt en werd de telefoonverbinding verbroken. Uiteindelijk wist zij weg te rennen en trof zij toevallig politieagenten die haar hielpen contact op te nemen met de Zuid-Koreaanse ambassade. Zij ontsnapte, maar liet haar moeder en elf andere familieleden achter.
Het is moeilijk voor te stellen dat zoiets zich afspeelt in hetzelfde land waar wij vrij van eiland naar eiland varen, worden uitgenodigd in dorpen, sevusevu doen en telkens opnieuw de warmte en gastvrijheid van de Fijiaanse bevolking ervaren. Misschien is juist dat contrast de reden waarom het verhaal zo hard binnenkomt. Fiji is voor ons een plaats geworden die vrijheid vertegenwoordigt. Voor andere mensen werd datzelfde Fiji een gevangenis.
Van geloofsgemeenschap naar zakenimperium
Terwijl voormalige leden naar buiten traden met verhalen over mishandeling, gedwongen arbeid en afzondering, bouwde Grace Road in Fiji aan iets wat aan de buitenkant vooral op een indrukwekkend zakelijk succes leek.
De organisatie begon landbouwbedrijven en breidde daarna steeds verder uit. Er kwamen restaurants, bakkerijen, cafés, supermarkten, benzinestations, schoonheidssalons en bouwbedrijven. Grace Road raakte betrokken bij grote projecten, kreeg overheidsopdrachten en groeide uit tot een naam die op Viti Levu bijna niet meer te missen is.
True Mart, waar wij onze boodschappen deden, maakt deel uit van dat netwerk.
Dat verklaart ook waarom de onderneming op het eerste gezicht zoveel waardering kreeg. Grace Road investeerde in landbouw en voedselproductie in een land dat voor veel producten afhankelijk is van import. De winkels waren schoon en modern, de restaurants betaalbaar en de organisatie bood werk aan lokale Fijianen. Na cycloon Winston hielp de groep bovendien mee met de wederopbouw. Vanuit dat perspectief zag de Fijiaanse overheid een succesvolle buitenlandse investeerder die banen, voedselproductie en economische groei bracht.
In 2021 werd een nieuwe True Mart-vestiging bij Nadi zelfs officieel geopend door de toenmalige premier Frank Bainimarama. Grace Road ontving onderscheidingen en werd door prominente politici geprezen om haar ondernemerschap en bijdrage aan Fiji.
Tegelijkertijd bleven er vragen bestaan over de manier waarop dat succes tot stand was gekomen.
Onderzoeksjournalisten van het Organized Crime and Corruption Reporting Project en het Korea Center for Investigative Journalism ontdekten dat honderden leden als aandeelhouder van verschillende Grace Road-bedrijven stonden geregistreerd. Voormalige leden verklaarden echter dat zij niet wisten hoe hun geld werd gebruikt, geen controle hadden over de ondernemingen waarvan zij op papier mede-eigenaar waren en soms uitsluitend als aandeelhouder zouden zijn geregistreerd om een werkvergunning te kunnen krijgen. Volgens het onderzoek brachten leden gezamenlijk minstens twintig miljoen Fijiaanse dollar het land binnen. Daarnaast zou Grace Road miljoenen aan leningen hebben ontvangen van de door de staat gesteunde Fiji Development Bank.
De onderneming ontkent beschuldigingen van gedwongen arbeid, het afnemen van paspoorten en het vasthouden van leden. Grace Road presenteert haar Koreaanse medewerkers niet als uitgebuite arbeiders, maar als mede-eigenaren die gezamenlijk aan een toekomst in Fiji bouwen. Ook Daniel Kim, de zoon van oprichter Shin Ok-ju en de man die de activiteiten in Fiji ging leiden, heeft publiekelijk verschillende beschuldigingen tegengesproken.
Dat weerwoord hoort bij het verhaal. Niet alles wat over de huidige bedrijfsvoering wordt beweerd, is door een rechtbank vastgesteld.
Maar andere delen van het verhaal zijn allang geen geruchten meer.
Wat door de rechter werd vastgesteld
In Zuid-Korea werd Shin Ok-ju veroordeeld voor onder meer mishandeling, opsluiting, fraude en kindermishandeling. Tijdens de rechtszaken kwamen getuigenissen en beelden naar buiten van de zogenoemde dorsvloer- of threshing floor-rituelen, waarbij leden werden geslagen en vernederd om zonden of kwade geesten te verdrijven. Haar aanvankelijke gevangenisstraf werd in hoger beroep verhoogd naar zeven jaar en in 2020 door het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof bevestigd.
Ook na haar veroordeling bleven de bedrijven in Fiji doorgroeien.
In 2023 probeerden de Fijiaanse autoriteiten verschillende leidinggevende leden van Grace Road uit te zetten nadat duidelijk werd dat zij al jaren door Zuid-Korea werden gezocht. Twee personen werden daadwerkelijk gedeporteerd, terwijl anderen via juridische procedures voorkwamen dat zij onmiddellijk uit Fiji werden verwijderd. De gebeurtenissen legden opnieuw bloot hoe ingewikkeld de relatie tussen Grace Road, de Fijiaanse overheid en de Zuid-Koreaanse justitie was geworden.
En nog altijd is het verhaal niet voorbij.
In het Amerikaanse mensenhandelrapport over 2025 wordt Grace Road expliciet genoemd. Daarin staat dat de Fijiaanse politie een onderzoek opende naar mensenhandelbeschuldigingen rond leden van de religieuze organisatie en haar bedrijven. Begin 2026 verklaarden Amerikaanse vrouwen die uit de gemeenschap waren ontsnapt, bereid te zijn naar Fiji terug te keren om bij de politie bewijs af te leggen. Een van hen stelde dat zij jarenlang zonder loon had gewerkt en onder meer gratis schoonheidsbehandelingen moest geven aan invloedrijke personen.
Dat betekent niet dat iedere medewerker die wij bij True Mart zagen onder dwang werkte, dat iedere Fijiaan die er in dienst is slecht wordt behandeld of dat alles wat Grace Road in Fiji heeft opgebouwd uitsluitend door uitbuiting tot stand kwam. Juist daar moeten we voorzichtig mee zijn. Wij hebben zelf niets gezien wat ons op dat moment alarmeerde. De medewerkers die wij ontmoetten deden gewoon hun werk en veel van hen waren, voor zover wij konden zien, Fijiaans.
Maar misschien is dát wel het verontrustendste onderdeel van het hele verhaal.
Dat je het niet ziet.
Wanneer uitbuiting er niet uitziet als uitbuiting
Wij denken bij uitbuiting vaak aan omstandigheden die onmiddellijk herkenbaar zijn: angstige gezichten, afgesloten hekken, bewakers, vervallen gebouwen of mensen die zichtbaar om hulp vragen. We verwachten dat er iets niet klopt en dat wij dat als buitenstaander vanzelf zullen aanvoelen.
Maar wat als de winkel schoon is, de koffie goed smaakt, het vlees keurig wordt verpakt en de medewerker achter de kassa vriendelijk glimlacht?
Wat als er naast de Koreaanse medewerkers ook veel lokale Fijianen werken en er voor een klant niets ongewoons te zien is?
Wat als de onderneming banen creëert, voedsel produceert en voorzieningen bouwt waar de lokale bevolking graag gebruik van maakt?
Dan wordt het ineens veel moeilijker.
De documentaire liet ons niet alleen met afschuw naar de gewelddadige beelden en verhalen van voormalige leden kijken. Hij dwong ons ook terug te denken aan onze eigen bezoeken. Aan het vlees dat wij kochten, de brandstof die wij tankten en het eten en drinken dat wij zonder enige twijfel afrekenden. Niet omdat wij bewust een omstreden organisatie wilden steunen, maar omdat wij geen idee hadden.
Nu weten we het wel.
En daarmee verandert ook onze verantwoordelijkheid.
Wat zit er in onze boodschappentas?
Sinds het zien van de documentaire twijfel ik sterk of ik nog boodschappen bij True Mart wil doen, daar opnieuw wil tanken of iets wil eten in een van de restaurants die bij Grace Road horen.
Tegelijkertijd is het eerlijke antwoord niet zo eenvoudig als zeggen dat wij er nooit meer naartoe zullen gaan en daarmee het probleem hebben opgelost. Grace Road is inmiddels diep verweven met de Fijiaanse economie. De bedrijven bieden werk aan lokale mensen, kopen producten in, betalen mogelijk salarissen aan Fijiaanse gezinnen en leveren diensten waar veel inwoners gebruik van maken. Wanneer klanten massaal wegblijven, zijn het misschien niet de leiders van de organisatie die als eerste de gevolgen voelen, maar de gewone werknemers achter de kassa, in de keuken en bij de benzinepomp.
Maar blijven kopen omdat de winkel handig is en het vlees goed, voelt na alles wat wij nu weten ook niet meer hetzelfde.
Misschien bestaat er voor ons geen volledig zuivere keuze. Misschien kunnen we als tijdelijke bezoekers niet doorgronden hoe alle geldstromen lopen, welke werknemers vrijwillig bij de organisatie betrokken zijn en wie zich mogelijk nog altijd niet vrij voelt om te vertrekken. Wij kunnen niet vanaf onze boot bepalen wat er juridisch of politiek in Fiji moet gebeuren.
Wat we wel kunnen doen, is niet langer gedachteloos binnenstappen.
We kunnen vragen stellen, alternatieven zoeken, lokale marktverkopers en onafhankelijke Fijiaanse ondernemingen ondersteunen en bewust nadenken over de bestemming van het geld dat wij uitgeven. Niet omdat iedere aankoop de wereld verandert, maar omdat gemak geen reden mag zijn om niet meer te willen weten wat er achter een keurige gevel gebeurt.
Ook dit is Fiji
Sommige mensen zullen misschien vinden dat een verhaal als dit niet past tussen onze blogs over blauwe lagunes, vriendelijke dorpen, walvissen, zeiltochten en het leven aan boord van My Motu. Maar juist daarom willen we het vertellen.
Een land werkelijk leren kennen betekent niet alleen schrijven over de mooie momenten.
Het betekent ook kijken naar de verhalen die minder gemakkelijk in het beeld van een tropisch paradijs passen. Naar de invloed van geld en politiek, naar de kwetsbaarheid van mensen en naar de manier waarop een organisatie zich bijna onmisbaar kan maken voordat de samenleving zich volledig afvraagt wat er achter dat succes schuilgaat.
Grace Road heeft Fiji niet letterlijk overgenomen. Het land, zijn cultuur en zijn mensen zijn oneindig veel groter en veelzijdiger dan één religieuze beweging of zakenimperium. Maar Grace Road is er wel in geslaagd zich in korte tijd diep in het dagelijkse leven en de economie te nestelen. Zó diep dat ook wij, zonder het te beseffen, klant werden.
De volgende keer dat wij langs True Mart aan de Denarau Bypass Road rijden, zullen wij daarom niet meer alleen de goedgevulde vleesafdeling, het café en de benzinepomp zien.
We zullen denken aan de mensen die hun familie achterlieten omdat zij geloofden dat Fiji het beloofde land was.
Aan degenen die verklaarden dat hun paspoort werd afgenomen.
Aan familieleden die elkaar moesten slaan in de overtuiging dat zij daarmee het kwaad verdreven.
Aan mensen die mogelijk jarenlang werkten zonder zelf over hun tijd, geld of toekomst te kunnen beschikken.
En aan de ongemakkelijke waarheid dat de buitenkant van een verhaal soms zo schoon, modern en verzorgd kan zijn dat niemand zich nog afvraagt wat er achter de gesloten deuren gebeurt.
Op zee leren we voortdurend dat het gevaarlijk kan zijn om alleen naar het oppervlak te kijken. Helder water betekent niet automatisch dat er geen rif onder ons ligt en een rustige lagune vertelt niets over de stroming in de pas.Misschien geldt hetzelfde voor de wereld aan land.Soms moeten we dieper kijken voordat we werkelijk kunnen zien waar we beland zijn.
Bronnen en verder kijken
Fern – How a Cult Took Over Fiji
Al Jazeera – Escaping Korea’s Pacific Cult
ABC News – het verhaal van Seo-Yeon Lee
OCCRP – onderzoek naar Grace Road en de Fijiaanse overheid
U.S. Department of State – Trafficking in Persons Report 2025: Fiji

REACTIES AAN BOORD
Laat een bericht achter
Deel een gedachte, vraag of groet. Je reactie wordt eerst door Aagje gelezen voordat hij hier verschijnt.
Reacties laden…